Statuten en huishoudelijk reglementen PvdA




Statuten van de Partij van de Arbeid 2012

Statuten van de Partij van de Arbeid 2012
* In de statuten en reglementen wordt veelvuldig "hij" gebruikt als gedoeld wordt op een lid van de partij. Vanzelfsprekend dient hiervoor ook "zij" te worden gelezen.

Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1. De naam en de zetel
1. De vereniging, genaamd Partij van de Arbeid, is gevestigd te Amsterdam. Zij wordt in de statuten en reglementen "de
partij" genoemd.
2. Leden en organen van de partij hebben niet het recht onder of met gebruikmaking van de naam Partij van de Arbeid
een rechtspersoon op te richten, behoudens goedkeuring van het partijbestuur.
3. De naam Partij van de Arbeid mag uitsluitend door of namens de geledingen van de partij worden gebruikt.

Artikel 2. Het doel
De Partij van de Arbeid is een sociaaldemocratische partij, die zich inspant om haar beginselen te verwezenlijken zoals
deze nader zijn omschreven in het door het congres vastgestelde beginselprogramma.

Artikel 3. De middelen
De partij tracht dit doel te bereiken door het formuleren van programma's die leidraad zijn bij het politiek handelen van
de partij en haar vertegenwoordigers, door het selecteren en verkiesbaar stellen van vertegenwoordigers alsmede het
leveren van bestuurders in het publieke domein, door het onderhouden van wisselwerking met de samenleving, door het
in stand houden van de partijorganisatie en overige middelen die ten dienste van het doel van de partij staan.

Hoofdstuk 2. De leden
Artikel 4. Het lidmaatschap
De toelating als lid en de rechten van een lid
1. Het lidmaatschap van de partij staat open voor ingezetenen van Nederland en Nederlanders verblijvend buiten
Nederland.
2. Om het lidmaatschap te kunnen verkrijgen moet een persoon de leeftijd van zestien jaar hebben bereikt en het doel en
de erecode van de partij onderschrijven.
3. Het partijbestuur is verantwoordelijk voor de toelating en het uitschrijven van leden.
4. Het lidmaatschap van de partij geeft recht om lidmaatschapsrechten uit te oefenen in de partij en om functies te
vervullen namens de partij. Bij de uitoefening van lidmaatschapsrechten in een afdeling of in een gewest is bepalend in
welke gemeente het betreffende lid woonachtig is volgens de Gemeentelijke Basis Administratie.
5. Geen lid van de partij kan worden degene van wie naar de mening van het partijbestuur te verwachten is dat hij de
partij schade berokkent en geen lid van de partij kan iemand worden of blijven wanneer zich een situatie voordoet als
bedoeld in de leden 7 en 9.
De beëindiging van het lidmaatschap en de uitsluiting als lid
6. Het lidmaatschap van de partij eindigt:
a. door overlijden;
b. door opzegging bij het partijbestuur;
c. van rechtswege in geval een lid niet langer voldoet aan het bepaalde in de leden 1 en 2, wanneer één van de gevallen
als bedoeld in de leden 7 en 9 zich voordoet, dan wel in geval een lid een contributieachterstand heeft laten ontstaan van
een door het partijbestuur als maximaal te rekenen periode;
d. door royement, met inachtneming van de bepalingen van deze statuten en van de reglementen.
7. Behoudens een door het partijbestuur per individueel geval te maken uitzondering, kan geen lid van de partij zijn
degene die:
a. zitting heeft in een vertegenwoordigend lichaam voor een andere politieke groepering, indien de partij op eigen titel
of via een samenwerkingsverband heeft deelgenomen aan de verkiezingen voor dat vertegenwoordigend lichaam, of lid
is van een bestuur van de desbetreffende politieke groepering, dan wel op een andere manier actief deelneemt aan een
andere landelijke, regionale of plaatselijke politieke groepering;
b. geplaatst wordt op de kandidatenlijst van een andere politieke groepering, tenzij de ter zake bevoegde geleding van
de partij besloten heeft hierin of hiermee een samenwerkingsverband aan te gaan of deel te nemen aan een gezamenlijke
kandidatenlijst, dan wel niet deelneemt aan de betreffende verkiezingen;
c. op eigen titel zitting heeft in een vertegenwoordigend lichaam op een zetel die verkregen is door plaatsing op de
kandidatenlijst van de partij of een samenwerkingsverband waarin de partij deelneemt;
d. een bestuurlijke functie bekleedt waarbij hij is of wordt benoemd door een vertegenwoordigend lichaam waarin de
partij of een samenwerkingsverband waarin de partij deelneemt is vertegenwoordigd, en waarbij hij niet is of wordt
voorgedragen door de fractie van de partij of het samenwerkingsverband waarin de partij deelneemt.
8. Indien de omstandigheden zich wijzigen, op grond waarvan het partijbestuur een uitzondering heeft gemaakt als
bedoeld in lid 7, neemt het partijbestuur een nieuwe beslissing.
9. Leden van de partij die zitting hebben in een vertegenwoordigend lichaam of lid zijn van een bestuur van de partij
kunnen geen lid zijn van een andere politieke groepering, tenzij de partij deelneemt in die andere groepering op grond
van een besluit van de bevoegde vergadering.
10. Royement kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de
partij handelt of de partij op onredelijke wijze benadeelt. Met inachtneming van de bepalingen van de reglementen,
waarbij in omschreven gevallen sprake kan zijn van bemiddeling, wordt een royement uitgesproken door het
partijbestuur. De geroyeerde heeft recht van beroep bij de beroepscommissie.

Hoofdstuk 3. Geledingen van de partij
Artikel 5. Het congres
Positionering en taak
1. Het congres is het hoogste gezag binnen de partij. Alle leden hebben toegang tot het congres.
2. Het congres beslist over de volgende onderwerpen:
a het op voorstel van het partijbestuur vaststellen van het beginsel- programma en de politieke koers van de partij
op middellange en lange termijn, alsmede programma´s voor de deelname aan nationale of Europese verkiezingen.
b. het op voordracht van het partijbestuur of van een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie vaststellen van de
kandidatenlijsten bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europees Parlement;
c. het aangaan van een lijstverbinding met andere partijen bij de verkiezingen zoals bedoeld in sub b;
d. de deelname van de partij in een regeringscoalitie op grond van het eindresultaat van de onderhandelingen;
e. de verkiezing van de leden van het partijbestuur, van de leden van het presidium, van de leden van de
beroepscommissie en van de deelnemers aan de delegatie van de vergadering van de Partij van Europese
Sociaaldemocraten;
f. de beoordeling van het door het partijbestuur gevoerde beleid;
g. de aanwijzing van de politiek leider;
h. de agenda van het congres en de orde van de vergadering;
i. vaststelling en wijziging van de statuten en de reglementen of het ontbinden van de partij.
3. Het congres kan over de volgende onderwerpen beslissingen nemen:
a. het geven van opdrachten aan het partijbestuur;
b. standpunten van de partij die in de plaats komen van of een aanvulling geven op hetgeen in programma ´s die op dat
moment van kracht zijn is vastgelegd;
c. het tot zich trekken van beslissingen die door andere geledingen van de partij genomen dienen te worden.
Het uitschrijven van het congres en de agenda
4. Het partijbestuur bepaalt de datum en de plaats waar het congres wordt gehouden. Tevens bepaalt het partijbestuur
welke onderwerpen het wil agenderen.
5. Op verzoek van afdelingen die samen minstens 10% van de leden tellen wordt op een eerstvolgend congres een
agendapunt opgevoerd, of als behandeling daarvan geen uitstel kan verdragen wordt een congres bijeengeroepen.
Tevens kan de Verenigingsraad het partijbestuur opdragen een agendapunt op te voeren of als behandeling daarvan
geen uitstel kan verdragen een congres uit te schrijven.
6. Het congres stelt de agenda vast, op voorstel van het presidium. Het presidium doet zijn voorstel over de agenda van
het congres na overleg met het partijbestuur op grond van het bepaalde in lid 4 en met inachtneming van het gestelde in
lid 5. Indien een congres bijeen wordt geroepen op basis van een verzoek als bedoeld in lid 5, wordt in elk geval het
onderwerp geagendeerd op grond waarvan dit verzoek is gedaan.
7. Het presidium kan voorafgaande aan het congres of bij de behandeling van agendapunten een afhandelingsvoorstel
doen. Het presidium leidt de vergadering en bewaakt de agenda en de afhandeling.
8. Voorstellen, amendementen en moties kunnen worden ingediend door het partijbestuur of door de (afgevaardigden
van de) afdelingen, alsmede de (afgevaardigden van de) instellingen en geledingen als bedoeld in lid 13, tenzij anders
bepaald.
9. Het congres komt minstens eenmaal per kalenderjaar bijeen.
De deelname aan het congres
10. De afdelingen van de partij worden op het congres vertegenwoordigd door afgevaardigden. Zij nemen aan het
congres deel zonder een gebonden stemopdracht. Na afloop van het congres legt een afgevaardigde verantwoording af
aan de geleding die hij vertegenwoordigt met betrekking tot het verloop van het congres en zijn stemgedrag. Aan de
afgevaardigden wordt een stemgewicht toegekend dat afhankelijk is van het aantal leden dat zij vertegenwoordigen.
11. Bij besluiten van het congres, zoals bedoeld onder lid 2, sub b, e, g, h en i en lid 3, sub a en c, alsmede bij
aangelegenheden die de financiën van de partij of de orde van het congres betreffen, wordt de beraadslaging gevoerd
door de afgevaardigden als bedoeld in lid 10, de leden van het partijbestuur en de vertegenwoordigers als bedoeld in lid
12 en 13, terwijl de besluiten worden genomen door de afgevaardigden als bedoeld in lid 10 en de leden van het
partijbestuur. Bij alle overige zaken hebben ook de aanwezige partijleden het recht deel te nemen aan de beraadslaging
en de stemming.
12. De leden van de fracties in Tweede Kamer, Eerste Kamer en van de delegatie in het Europees Parlement, alsmede
bewindspersonen die lid zijn van de partij, nemen deel aan het congres met raadgevende stem. Zij mogen niet
deelnemen aan stemmingen.
13. Vertegenwoordigers van de Jonge Socialisten, neveninstellingen waarvan de statuten zijn goedgekeurd door het
partijbestuur en door het partijbestuur erkende platforms en netwerken in de partij worden uitgenodigd voor het congres
en hebben het recht om deel te nemen aan de beraadslagingen. Deze organisaties en hun afgevaardigden hebben het
recht om voorstellen, amendementen en moties in te dienen op gelijke voet als afdelingen en hun afgevaardigden.
14. Indien behalve de afgevaardigden ook de aanwezige partijleden stemmen over zaken, dan vertegenwoordigen de
stemmen van de afgevaardigden en de leden van het partijbestuur 75% van de uitslag en de stemmen van de overige
aanwezige partijleden 25% van de uitslag. Een afgevaardigde kan niet tegelijk een stem uitbrengen als afgevaardigde en
als lid.
15. Het partijbestuur kan anderen uitnodigen om het congres bij te wonen. Het presidium kan anderen dan die mogen
deelnemen aan de beraadslaging het woord verlenen.
Overige bepalingen
16. Het congres is openbaar, tenzij het besluit om een deel van de agenda besloten te behandelen. Een dergelijke
beslissing wordt genomen door de afgevaardigden als bedoeld in lid 10 en de leden van het partijbestuur.
17. In de reglementen worden regels gegeven ten aanzien van de voorbereiding en het verloop van het congres. Daarvan
kan worden afgeweken, indien het congres een spoedeisend karakter heeft. Het partijbestuur voorziet in afwijkingen in
de voorbereiding en het verloop, na overleg met het presidium, en maakt die bekend aan de leden van de partij.
18. Het presidium kan voorafgaand aan het congres vergaderingen beleggen waarbij bespreking van de voorstellen bij
bepaalde agendapunten kan plaatsvinden. Indien bij dergelijke vergaderingen in ieder geval de afgevaardigden van de
afdelingen zijn uitgenodigd, is sprake van een voorbereidend congres. In dat geval kan door een dergelijke vergadering
een afhandelingsvoorstel worden vastgesteld over de orde tijdens het congres van de in een dergelijke vergadering
besproken onderwerpen. Een dergelijk voorstel kan door het congres worden gewijzigd.

Artikel 6. De afdeling
Positionering en taak
1. Een afdeling omvat één of meer gemeenten. Een afdeling bestaat uit de leden van de partij die woonachtig zijn in die
gemeente(n). Het partijbestuur kan toestaan dat in één gemeente twee of meer afdelingen gevestigd zijn en dat
afdelingen in het buitenland zijn gevestigd.
2. Een afdeling heeft tot doel deel te nemen aan lokale politiek en om de plaats te zijn waar de tot de afdeling behorende
leden hun ledenrechten kunnen uitoefenen, dan wel waar deze ondersteund worden.
De instelling en opheffing van een afdeling, en de toedeling van leden tot een afdeling
3. De oprichting en opheffing van een afdeling, alsmede de fusie van afdelingen tot één nieuwe afdeling behoeft de
goedkeuring van het partijbestuur. Het betrokken gewestelijk bestuur wordt in de gelegenheid gesteld over een
dergelijke beslissing advies uit te brengen aan het partijbestuur.
4. Een afdeling telt minstens 25 leden. Hiervan kan alleen worden afgeweken met toestemming van het partijbestuur,
dat een dergelijke toestemming geeft voor hoogstens 4 jaar. Voor een nieuwe periode dient opnieuw een verzoek te
worden ingediend bij het partijbestuur.
Het betrokken gewestelijk bestuur wordt in de gelegenheid gesteld over een dergelijke beslissing advies uit te brengen
aan het partijbestuur.
5. Indien een afdeling minder dan 25 leden telt, of als in een afdeling van minstens 25 leden de afdelingsvergadering het
besluit neemt de afdeling op te heffen, of indien het bij een afdeling van minstens 25 leden duurzaam niet lukt om te
voldoen aan de vereisten van statuten en reglementen, dan besluit het partijbestuur bij welke andere afdeling(en) de
leden die het betreft worden ingedeeld, na het inwinnen van advies van het gewestelijk bestuur.
6. Leden die woonachtig zijn in het buitenland kunnen worden ingedeeld bij afdelingen die gevestigd zijn in het
buitenland. Dergelijke afdelingen behoeven de goedkeuring van het partijbestuur dat tevens vaststelt welk gebied een
dergelijke afdeling omvat.
7. Leden die niet kunnen worden ingedeeld bij een afdeling en leden die daartoe toestemming krijgen van het
partijbestuur op basis van een schriftelijk gemotiveerd verzoek, worden aangemerkt als algemene leden. Zij hebben
geen rechten in een afdeling en kunnen zich niet op die wijze laten vertegenwoordigen in een partijgeleding.
De organisatie van een afdeling
8. Het hoogste gezag in een afdeling ligt bij de afdelingsvergadering. Voor een afdelingsvergadering worden alle leden
van de afdeling uitgenodigd. Een afdeling organiseert minstens twee maal per jaar een afdelingsvergadering.
9. Een afdeling wordt bestuurd door een bestuur waarvan alle leden telkens voor een periode van twee jaar worden
gekozen uit de leden van de afdeling door de afdelingsvergadering. In afwijking van het bepaalde in de eerste volzin
kan de afdelingsvergadering, met inachtneming van wat daarover in de reglementen is bepaald, besluiten de
leden van het afdelingsbestuur voor een periode van hoogstens 4 jaar te kiezen, mits minstens tweejaarlijks
verkiezingen voor leden van het bestuur worden gehouden. Leden van het afdelingsbestuur treden in functie op
de dag nadat de afdelingsvergadering de bestuursleden heeft gekozen.
10. Leden van de gemeenteraadsfractie en leden van het college van burgemeester en wethouders mogen geen lid zijn
van het afdelingsbestuur. Leden van de gemeenteraadsfractie en wethouders kunnen de vergaderingen van het bestuur
bijwonen, met raadgevende stem.
11. Een afdeling kan door de afdelingsvergadering worden ingedeeld in onderafdelingen, indien een afdeling minstens
twee gemeenten omvat of als de gemeente waarin de afdeling opereert is ingedeeld in stadsdelen waarvoor een
vertegenwoordigend lichaam is ingesteld.
Overige bepalingen
12. Indien als gevolg van een gemeentelijke herindeling de afdelingen in de afzonderlijke gemeenten die samengaan
moeten fuseren, dan vindt deze fusie niet later plaats dan nadat het besluit tot herindeling onherroepelijk is geworden.
13. Indien in een gemeente democratisch gelegitimeerde binnengemeentelijke overheden bestaan, kan het partijbestuur
ermee instemmen dat de afdelingen worden georganiseerd voor het gebied van deze binnengemeentelijke overheden.
Voor aangelegenheden die de gehele gemeente omvatten treedt dan de gemeenschappelijke vergadering van de leden
van alle afdelingen in die gemeente op als bevoegde vergadering.

Artikel 7. Het gewest
Positionering en taak
1. Het gewest is de geleding van de partij, waarin de afdelingen in één provincie deelnemen.
2. Het gewest heeft als doel deel te nemen aan de provinciale politiek en het bestuur van de in die provincie gevestigde
waterschappen, en om binnen de kaders die het partijbestuur geeft het functioneren van de partij als vereniging te
ondersteunen.
De organisatie van een gewest
3. Het hoogste gezag van het gewest ligt bij de gewestelijke vergadering. Alle in het gewest woonachtige leden worden
uitgenodigd voor een gewestelijke vergadering en mogen deelnemen aan de beraadslaging. De besluiten worden
genomen door afgevaardigden van de afdelingen en de leden van het bestuur. Aan de afgevaardigden wordt een
stemgewicht toegekend dat afhankelijk is van het aantal leden dat zij vertegenwoordigen. Afgevaardigden nemen deel
zonder een gebonden stemopdracht.
4. De gewestelijke vergadering kan besluiten om regio´s in te stellen.
5. Het gewest wordt bestuurd door een bestuur waarvan de leden telkens voor een periode van twee jaar worden
gekozen uit de leden die woonachtig zijn in het gewest. Het bestuur treedt in functie op de dag nadat de gewestelijke
vergadering de bestuursleden heeft gekozen. In afwijking van het bepaalde in de eerste volzin kan de gewestel i jke
vergadering, met inachtneming van wat daarover in de reglementen is bepaald, besluiten de leden van het
gewe s t e l i j k bestuur voor een periode van hoogstens 4 jaar te kiezen, mits minstens tweejaarlijks verkiezingen
voor leden van het bestuur worden gehouden. Leden van het gewestelijk bestuur treden in functie op de dag
nadat gewestelijke vergadering de bestuursleden heeft gekozen. Leden van het bestuur kunnen geen afgevaardigde
zijn naar de gewestelijke vergadering.
6. Leden van de provinciale Statenfractie, leden van het college van Gedeputeerde Staten en leden van de fractie in het
waterschapsbestuur mogen geen lid zijn van het gewestelijk bestuur of afgevaardigde zijn. Zij kunnen deelnemen aan de
vergaderingen van het gewestelijk bestuur en aan de gewestelijke vergadering met raadgevende stem.

Artikel 8. De Politieke Ledenraad
Positionering en taak
1. De Politieke Ledenraad adviseert het partijbestuur, de politiek leider, de fracties in Tweede Kamer en Eerste Kamer
en de delegatie van de partij in het Europees Parlement gevraagd en ongevraagd met betrekking tot de uitvoering
van de programma´s en de politieke koers.
Het uitschrijven van een Politieke Ledenraad en de agenda
2. Het partijbestuur bepaalt de datum en de plaats waar de Politieke Ledenraad wordt gehouden. Tevens bepaalt het
partijbestuur welke onderwerpen het wil agenderen.
3. Op verzoek van afdelingen die samen minstens 10% van de leden tellen of op verzoek van minstens 5 gewesten,
wordt een agendapunt opgevoerd op een eerstvolgende Politieke Ledenraad, maar als de behandeling van dat onderwerp
dat vergt wordt een Politieke Ledenraad bijeengeroepen.
4. Op verzoek van de Tweede Kamerfractie, de Eerste Kamerfractie of de delegatie in het Europees Parlement wordt
een agendapunt opgevoerd op een eerstvolgende Politieke Ledenraad en als de behandeling van dat onderwerp dat vergt
wordt een Politieke Ledenraad bijeengeroepen.
5. De Politieke Ledenraad stelt de agenda vast, op voorstel van het presidium. Het presidium doet zijn voorstel over de
agenda na overleg met het partijbestuur op grond van het bepaalde in lid 2 en met inachtneming van opgevoerde
onderwerpen op grond van de leden 3 en 4. Indien een Politieke Ledenraad bijeen wordt geroepen op basis van de leden
3 of 4, wordt in elk geval het onderwerp geagendeerd op grond waarvan dit verzoek is gedaan.
6. Het presidium leidt de vergadering en bewaakt de agenda en de afhandeling.
Het presidium kan voorafgaande aan de Politieke Ledenraad of bij de behandeling van agendapunten een
afhandelingsvoorstel doen.
7. Voorstellen, amendementen en moties kunnen worden ingediend door het partijbestuur of door (de afgevaardigden
van) de afdelingen en de gewesten, alsmede de (afgevaardigden van de) Jonge Socialisten, de neveninstellingen en de
door het partijbestuur erkende platforms en netwerken, zoals bepaald in lid 11.
8. Vergaderingen van de Politieke Ledenraad zijn openbaar, tenzij de vergadering besluit om een deel van de agenda
besloten te behandelen.
De deelname aan de Politieke Ledenraad
9. Alle leden hebben toegang tot de Politieke Ledenraad en kunnen deelnemen aan de beraadslaging en stemmingen.
10. Aan de vergaderingen nemen in ieder geval afgevaardigden deel van de gewesten en van grote afdelingen of
regionaal gebundelde afdelingen. Deze afgevaardigden nemen deel zonder een gebonden stemopdracht. Na afloop van
een vergadering van de Politieke Ledenraad legt een afgevaardigde verantwoording af aan de geleding die hij
vertegenwoordigde met betrekking tot het verloop van de vergadering en zijn stemgedrag.
11. Behalve de afgevaardigden als bedoeld in lid 10 stemmen ook de overige aanwezige partijleden over de moties en
voorstellen. Daarbij vertegenwoordigen de stemmen van de afgevaardigden 75% van de uitslag en de stemmen van de
overige aanwezige partijleden 25% van de uitslag. Een afgevaardigde kan niet tegelijk een stem uitbrengen als
afgevaardigde en als lid.
12. Afgevaardigden van de Jonge Socialisten, neveninstellingen waarvan de statuten zijn goedgekeurd door het
partijbestuur en door het partijbestuur erkende platforms en netwerken in de partij worden uitgenodigd voor de Politieke
Ledenraad en hebben het recht om deel te nemen aan de beraadslagingen. Zij hebben het recht om voorstellen,
amendementen en moties in te dienen op gelijke voet als de afgevaardigden als bedoeld in lid 7. Indien de hier bedoelde
afgevaardigden lid zijn van de partij, dan kunnen zij deelnemen aan stemmingen op grond van lid 11.
13. Het partijbestuur kan anderen uitnodigen om de Politieke Ledenraad bij te wonen. Het presidium kan anderen dan
die mogen deelnemen aan de beraadslaging het woord verlenen.
14. Voor vergaderingen van de Politieke Ledenraad worden de leden van de fracties in Tweede Kamer en Eerste Kamer
en van de delegatie in het Europees Parlement en bewindspersonen die lid zijn van de partij, uitgenodigd. Zij nemen
evenals de leden van het partijbestuur deel aan de vergadering met raadgevende stem.

Artikel 9. De Verenigingsraad
Positionering en taak
1. De Verenigingsraad heeft tot taak beslissingen te nemen over in de reglementen omschreven organisatorische en
financiële aangelegenheden van de vereniging en om over andere organisatorische en financiële kwesties gevraagd en
ongevraagd advies te geven aan het partijbestuur.
Het uitschrijven van een vergadering van de Verenigingsraad en de agenda
2. Het partijbestuur bepaalt de datum en de plaats waar een vergadering van de Verenigingsraad wordt gehouden.
Tevens bepaalt het partijbestuur welke onderwerpen het wil agenderen.
3. Op verzoek van afdelingen die samen minstens 10% van de leden tellen of door minstens 5 gewesten, wordt een
agendapunt opgevoerd op een eerstvolgende vergadering van de Verenigingsraad, maar als de behandeling van dat
onderwerp dat vergt wordt de Verenigingsraad bijeengeroepen.
4. De Verenigingsraad stelt de agenda vast, op voorstel van het presidium. Het presidium doet zijn voorstel over de
agenda na overleg met het partijbestuur op grond van het bepaalde in lid 2 en met in acht nemen van lid 3. Indien een
vergadering van de Verenigingsraad bijeen wordt geroepen op basis van lid 3, wordt in elk geval het onderwerp
geagendeerd op grond waarvan dit verzoek is gedaan.
5. Het presidium leidt de vergadering en bewaakt de agenda en de afhandeling. Het presidium kan voorafgaande aan
een vergadering van de Verenigingsraad of bij de behandeling van agendapunten een afhandelingsvoorstel doen.
6. Voorstellen, amendementen en moties kunnen worden ingediend door het partijbestuur of door (de afgevaardigden
van) de in de Verenigingsraad vertegenwoordigde afdelingen of regionaal gebundelde afdelingen en de gewesten.
7. De vergaderingen van de Verenigingsraad zijn besloten. De besluiten worden openbaar gemaakt, tenzij de
vergadering of het partijbestuur besluit tot vertrouwelijkheid.
De deelname aan de Verenigingsraad
8. De Verenigingsraad bestaat uit afgevaardigden van de gewesten en van grote afdelingen of regionaal gebundelde
afdelingen. Deze afgevaardigden worden uit en door de besturen aangewezen en nemen deel aan de vergadering zonder
een gebonden stemopdracht. Na afloop van een vergadering van de Verenigingsraad legt een afgevaardigde
verantwoording af aan de geleding die hij vertegenwoordigde met betrekking tot het verloop van de vergadering en zijn
stemgedrag.
9. De leden van het partijbestuur nemen deel aan de vergadering met raadgevende stem.
10. De vergadering kan ermee instemmen dat anderen dan de afgevaardigden de vergadering bijwonen en dat aan hen
het woord wordt verleend.

Artikel 10. Het partijbestuur
Positionering en taak
1. Het partijbestuur is belast met het bestuur van de partij, het beheer van de partijorganisatie en het uitvoeren van alle
overige taken en bevoegdheden die aan het partijbestuur zijn toegewezen en is daarover verantwoording schuldig aan
het congres en de Verenigingsraad.
2. Het partijbestuur vertegenwoordigt de partij in en buiten rechte. Naast de algemene bepalingen die gelden volgens het
Burgerlijk Wetboek wordt de partij vertegenwoordigd door de voorzitter of door de penningmeester. Bij afwezigheid
wordt de voorzitter vervangen door de vicevoorzitter. Het partijbestuur of de voorzitter kan voor daarbij aangegeven
doeleinden een of meer van zijn leden, van de geledingen of van de medewerkers van de partij machtigen.
3. Het partijbestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van
registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de partij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar
verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
De samenstelling van het partijbestuur
4. De leden van het partijbestuur worden gekozen door het congres.
5. De leden van het partijbestuur kunnen te allen tijde, samen of afzonderlijk, door het congres als lid van het
partijbestuur worden ontslagen.
6. De leden van de fracties in de Eerste en Tweede Kamer en leden van de delegatie in het Europees Parlement, alsmede
leden van de partij die deelnemen aan het kabinet mogen geen lid zijn van het partijbestuur.
7. De leden van het partijbestuur worden gekozen voor een periode van 4 jaar. Verkiezingen van leden van het
partijbestuur vinden elke twee jaar plaats.
8. Leden van het partijbestuur die een volle periode van vier jaar zitting hebben gehad, zijn hoogstens eenmaal
aansluitend herkiesbaar in de positie die ze in het partijbestuur hebben bekleed. Na die periode zijn de leden van het
partijbestuur wel herkiesbaar in een andere, al dan niet rechtstreeks gekozen, functie.
9. Leden van het partijbestuur treden in functie op de dag nadat het congres de bestuursleden heeft gekozen.
Overige bepalingen
10. Leden van het partijbestuur mogen geen afgevaardigde zijn naar het congres of lid zijn van de Politieke Ledenraad
of de Verenigingsraad, het presidium of de beroepscommissie.
11. De politiek leider, de voorzitters van de fracties in de Tweede en Eerste Kamer en de voorzitter van de delegatie in
het Europees Parlement wonen de vergaderingen van het partijbestuur bij met raadgevende stem.
12. De directeur van de Wiardi Beckman Stichting, de voorzitter van het Centrum voor Lokaal Bestuur en een vaste
vertegenwoordiger van het landelijk bestuur van de Jonge Socialisten kunnen de vergaderingen van het partijbestuur
bijwonen met raadgevende stem, mits zij partijlid zijn.
13. Het partijbestuur kan anderen uitnodigen om aan de vergadering of onderdelen daarvan deel te nemen, met
raadgevende stem, of om die bij te wonen.
14. De vergaderingen van het partijbestuur zijn besloten. De agenda en de besluiten worden openbaar gemaakt, tenzij
het partijbestuur besluit tot vertrouwelijkheid.

Artikel 11. Het presidium
1. Het presidium heeft tot taak de vergaderingen van het congres, de Politieke Ledenraad en de
Verenigingsraad te leiden en om een goed verloop van deze vergaderingen te bewerkstelligen, zowel tijdens de
vergadering als in de voorbereiding daarvan.
2. De leden van het presidium worden gekozen door het congres voor een periode van 4 jaar. Verkiezing van leden van
het presidium vindt elke twee jaar plaats, waarbij telkens een deel van de leden aftredend is.
3. De leden van het presidium kunnen aansluitend op de vervulling een volle periode van 4 jaar eenmaal worden
herkozen.
4. Leden van het presidium treden in functie op de dag nadat het congres de leden heeft gekozen.
5. Leden van het presidium mogen geen lid zijn van het partijbestuur of afgevaardigde zijn naar het congres, de
Politieke Ledenraad en de Verenigingsraad, danwel lid zijn van de fractie in de Tweede of Eerste Kamer, of van de
delegatie in het Europees Parlement.

Artikel 12. De beroepscommissie
1. De beroepscommissie doet bindende uitspraken in beroep in geval van royement, alsmede in die gevallen waarvan de
beslissing in beroep door de statuten of de reglementen aan haar is opgedragen. Bij elke uitspraak wordt gemotiveerd op
welke gronden deze tot stand is gekomen. De beroepscommissie doet uitspraak over de voorgelegde kwestie en kan
daarbij een uitspraak doen over de procedure die gevolgd is.
2. De leden van de beroepscommissie worden gekozen door het congres.
3. De leden van de beroepscommissie worden gekozen voor een periode van 4 jaar. Verkiezingen van leden van de
beroepscommissie vinden elke twee jaar plaats, waarbij telkens een deel van de leden aftredend is. Het partijbestuur kan
een aanbeveling doen.
4. Herverkiezing van leden is één keer mogelijk als zij een volle periode van vier jaar hebben bekleed.
5. Leden van de beroepscommissie treden in functie op de dag nadat het congres de leden heeft gekozen.
6. Een lid van de beroepscommissie kan geen lid zijn van het partijbestuur of een dienstbetrekking vervullen bij de
partij of een daaraan verbonden rechtspersoon. Een lid van de beroepscommissie neemt niet deel aan de behandeling
van een aangelegenheid, indien dat lid betrokkenheid heeft bij een geleding van de partij die in die aangelegenheid
betrokken is, of van wie op andere wijze de schijn bestaat van partijdigheid in die aangelegenheid, dit ter beoordeling
van de beroepscommissie.

Artikel 13. De politiek leider
1. De politiek leider van de partij is eerstverantwoordelijk voor het dagelijkse politieke handelen in de landelijke
politiek, voor de uitvoering van het programma voor de Tweede Kamerverkiezingen en de politieke koers van de partij.
Daarover legt hij verantwoording af aan het congres, de Politieke Ledenraad en het partijbestuur.
2. Politiek leider is degene die lijsttrekker is bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Hij kan de functie uitsluitend
bekleden als (beoogd) voorzitter van de Tweede Kamerfractie of minister in een kabinet.
Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
Artikel 14. Vertegenwoordigers en bestuurders in het publieke domein
1. De leden gekozen tot lid van de Tweede Kamer op een lijst onder de naam Partij van de Arbeid, vormen de Tweede
Kamerfractie van de partij.
2. De leden gekozen tot lid van de Eerste Kamer op een lijst onder de naam Partij van de Arbeid, vormen de Eerste
Kamerfractie van de partij.
3. De leden gekozen tot lid van het Europees Parlement op de lijst van de Partij van de Arbeid, maken deel uit van de
fractie Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement en worden gemeenschappelijk
aangeduid als de delegatie in het Europees Parlement.
4. De leden gekozen tot lid van de gemeenteraad op een lijst onder de naam Partij van de Arbeid, vormen de
gemeenteraadsfractie van de partij. Indien de afdelingsvergadering daartoe heeft besloten, vormen de
gemeenteraadsleden van de partij één fractie met leden van één of meer andere partijen.
5. De leden gekozen tot lid van Provinciale Staten op een lijst onder de naam Partij van de Arbeid, vormen de
Statenfractie van de partij. Indien de gewestelijke vergadering daartoe heeft besloten, vormen de Statenleden van de
partij één fractie met leden van één of meer andere partijen.
6. De leden gekozen tot lid van een waterschapsbestuur op een lijst onder de naam Partij van de Arbeid, vormen de
waterschapsfractie van de partij. Indien de gewestelijke vergadering daartoe heeft besloten, vormen de leden van de
partij in het waterschapsbestuur één fractie met leden van één of meer andere partijen.
7. De leden gekozen tot lid van elk ander vertegenwoordigend college op een lijst onder de naam Partij van de Arbeid,
vormen de fractie van de partij in dat college. Indien de bevoegde vergadering daartoe heeft besloten, vormen de leden
van de partij van deze fractie één fractie met leden van één of meer andere partijen.
8. De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde vertegenwoordigers leggen schriftelijk verantwoording af aan het congres en aan de
Politieke Ledenraad. De vertegenwoordigers die bedoeld zijn in de leden 4 tot en met 7 leggen schriftelijk
verantwoording af aan de vergadering die hen op de kandidatenlijst heeft geplaatst via welke zij verkozen zijn.
9. Bestuurders die benoemd zijn door één van de vertegenwoordigende colleges die bedoeld zijn in de leden 4 tot en
met 7, dan wel daarvan het vertrouwen genieten, en lid zijn van de partij worden aangemerkt als leden van de partij die
indirect op grond van hun lidmaatschap van de partij een functie bekleden in het publieke domein.
10. Van alle leden van de partij die direct op grond van hun lidmaatschap een functie bekleden in het publieke domein
wordt verwacht dat zij zich inzetten voor het bevorderen van de verwezenlijking van het doel van de partij in de
onderscheiden vertegenwoordigende lichamen en dat zij daarvan verantwoording afleggen aan de partij, met
inachtneming van hun staatsrechtelijke positie. Van alle leden van de partij die indirect op grond van hun lidmaatschap
een functie bekleden in het publieke domein wordt verwacht dat zij zich inzetten voor het bevorderen van de
verwezenlijking van het doel van de partij in de functie die zij bekleden, met
inachtneming van hun staatsrechtelijke positie.

Artikel 15. De geldmiddelen van de partij
1. De leden zijn verplicht contributies te betalen overeenkomstig de reglementen.
2. De geldmiddelen van de partij bestaan uit:
a. de contributies vanwege het partijlidmaatschap, alsmede aanvullende en specifieke contributies die verbonden zijn
aan het bekleden van een functie in het openbaar bestuur die direct of indirect voortvloeit uit het lidmaatschap van de
partij;
b. donaties en schenkingen van natuurlijke personen;
c. erfstellingen en legaten;
d. renten van beleggingen;
e. andere inkomsten.
3. Afhankelijk van de hoogte van de in lid 2, sub b bedoelde donaties en schenkingen kan het partijbestuur gehouden
zijn aan publicatie van de naam van de donateur of schenker.
4. Het partijbestuur stelt met instemming van de Verenigingsraad het aandeel van de contributie vast dat ter beschikking
van de afdelingen en gewesten komt.
5. Het toezicht en de controle op de administratie worden uitgeoefend door het partijbestuur. De jaarcijfers worden ter
controle voorgelegd aan de accountant. De jaarcijfers worden vastgesteld door het partijbestuur en goedgekeurd door de
Verenigingsraad.

Artikel 16. Bemiddeling en toezicht
1. Indien een geleding of lid van de partij handelt of dreigt te handelen in strijd met de statuten, reglementen of
besluiten van de partij, dan wel de partij op onredelijke wijze benadeelt of dreigt te benadelen, is het partijbestuur
bevoegd voor zover nodig maatregelen te nemen zoals besluiten van partijgeledingen buiten werking te stellen,
aanwijzingen te geven, beperkingen aan te brengen in de uitoefening van rechten en functies. De reglementen geven
nadere regels omtrent de uitoefening van deze bevoegdheid.
2. Indien een geleding of lid van de partij handelt of dreigt te handelen in strijd met de statuten, reglementen of
besluiten van de partij, dan wel de partij op onredelijke wijze benadeelt of dreigt te benadelen, is het partijbestuur
bevoegd informatie in te winnen en stappen te zetten om te bemiddelen. Deze taak kan worden opgedragen aan een lid
van het partijbestuur of aan anderen die namens het partijbestuur optreden. Een en ander laat onverlet dat het
partijbestuur kan besluiten maatregelen te nemen als bedoeld in lid 1, ten tijde dat informatie wordt ingewonnen en een
poging tot bemiddeling wordt gedaan.

Artikel 17. Integriteit
1. Voor leden van de partij geldt een erecode ten aanzien van hun optreden in het publieke domein. Aan leden die
kandidaat zijn voor een vertegenwoordigende functie wordt in het kader van de bereidverklaring een document ter
ondertekening voorgelegd dat gebaseerd is op deze erecode.
2. Er is een Commissie Integriteit die belast is met het, op verzoek van het partijbestuur, of van een betrokkene en
partijgeledingen die bij een kwestie betrokken zijn, uitspreken van een oordeel over feitelijke kwesties met betrekking
tot integriteit. De commissie kan gevraagd en ongevraagd het partijbestuur adviseren over integriteit.
3. De leden van de Commissie Integriteit worden benoemd en ontslagen door het partijbestuur.
4. Een lid van de Commissie Integriteit kan geen lid zijn van het partijbestuur of een dienstbetrekking vervullen bij de
partij. Een lid van de Commissie Integriteit neemt niet deel aan de behandeling van een aangelegenheid, indien dat lid
betrokkenheid heeft bij een geleding van de partij die in die aangelegenheid betrokken is, of van wie op andere wijze de
schijn kan bestaan van partijdigheid in die aangelegenheid, dit ter beoordeling van de Commissie Integriteit.

Artikel 18. Besluitvorming in de partij
1. Besluiten worden genomen door de bevoegde vergadering. Besluiten kunnen alleen worden genomen door de
deelnemers aan de vergadering. In de wijze van besluitvorming voorzien de reglementen.
2. Als daartoe redenen aanwezig zijn, kan het bestuur dat verantwoording verschuldigd is aan de bevoegde vergadering
een voorlopige voorziening treffen inzake een kwestie die aan de bevoegde vergadering is. Het bestuur legt daarover
verantwoording af aan de bevoegde vergadering.
3. De bevoegde vergadering of het bestuur dat daaraan verantwoording schuldig is, kan besluiten een beslissing te laten
nemen via een ledenraadpleging onder de leden die in of door de bevoegde vergadering worden gerepresenteerd. Bij
een ledenraadpleging over de vervulling van een positie is de uitkomst een gekwalificeerde voordracht aan de bevoegde
vergadering die een definitieve beslissing neemt. Over het houden van een ledenraadpleging gelden de bepalingen in de
reglementen.

Artikel 19. Geestverwante organisaties en werkverbanden binnen de partij
1. De Jonge Socialisten in de Partij van de Arbeid (JS) zijn de dragers van het politieke jongerenwerk in de partij.
2. De Wiardi Beckman Stichting (WBS) is het wetenschappelijk bureau dat met de Partij van de Arbeid verbonden is.
3. Het Centrum voor Lokaal Bestuur is de vereniging van leden van de Partij van de Arbeid die in het lokale,
provinciale en waterschapsbestuur en daaraan gerelateerde bestuurslichamen direct of indirect op grond van hun
lidmaatschap van de partij een functie bekleden. Ook leden die dergelijke functies bekleed hebben, kunnen lid worden
van het Centrum voor Lokaal Bestuur.
4. De Evert Vermeer Stichting is de met de partij verbonden organisatie die zich inspant ten aanzien van internationale
samenwerking en die ernaar streeft dat de stem van de mensen uit ontwikkelingslanden doordringt in de Nederlandse en
Europese politiek.
5. De Alfred Mozer Stichting is de met de partij verbonden organisatie die zich inspant om contacten te leggen en te
onderhouden met sociaaldemocraten in Centraal en Oost-Europa.
6. De geestverwante organisaties zoals genoemd in lid 1 tot en met 5 dienen hun statuten en reglementen, alsmede
wijzigingen daarin te laten goedkeuren door het partijbestuur.
7. Platforms en netwerken in de partij die op grond van statuten en reglementen van de partij rechten kunnen doen
gelden bij beraadslagingen of besluitvorming binnen de partij, dienen door het partijbestuur erkend te worden. Over een
dergelijke erkenning door het partijbestuur adviseert de Verenigingsraad en deze erkenning is voor een bepaalde tijd die
hoogstens 4 jaar bedraagt. Voor een nieuwe periode is een nieuw besluit van het partijbestuur nodig. De erkenning van
dergelijke werkverbanden binnen de partij wordt door het partijbestuur aan de leden bekend gemaakt. Bij de erkenning
worden afspraken gemaakt over de toegankelijkheid voor leden van de partij en het functioneren en naar buiten treden
van het werkverband. Reglementen van een werkverband, inclusief de wijzigingen daarin, behoeven de goedkeuring
van het partijbestuur.

Artikel 20. Samenwerking in de Europese Unie
1. De partij neemt deel aan de politiek in de Europese Unie via het lidmaatschap van de Partij van Europese
Sociaaldemocraten.
2. De bepalingen bij het verkiezen van leden van de partij in het Europees Parlement stemmen zo goed mogelijk
overeen met de verkiezing van leden van de Tweede Kamer, met dien verstande dat de leden van de partij die verkozen
zijn in het Europees Parlement daarin de delegatie van de partij vormen in de fractie Progressieve Alliantie van
Socialisten en Democraten

Hoofdstuk 5. Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 21. Uitwerking in reglementen
1. Bij reglement worden nadere regels gesteld over de organisatie en financiën van de partij en de wijze waarop de
kandidaatstelling voor vertegenwoordigende lichamen en daarmee samenhangende aangelegenheden wordt
georganiseerd.
2. De reglementen en wijzigingen daarin worden vastgesteld door het congres. Dit gebeurt bij meerderheid van
stemmen, waarbij de blanco uitgebrachte stemmen niet worden meegeteld bij het bepalen van de uitslag.
3. De reglementen mogen niet in strijd zijn met het bepaalde in de statuten. Indien de bepalingen in de statuten en de
reglementen onderling tegenstrijdig zijn bij de toepassing, dan gaan de bepalingen uit de statuten voor.
4. De reglementen voor de partij en wijzigingen daarin treden in werking 30 dagen nadat deze door het congres zijn
aangenomen, tenzij bij de vaststelling door het congres anders is bepaald.
5. Het is aan partijgeledingen niet toegestaan regels te stellen die in strijd zijn met de statuten en reglementen van de
partij.

Artikel 22. Wijziging van de statuten
1. De statuten en wijzigingen daarin worden vastgesteld door het congres. Dit gebeurt bij meerderheid van stemmen,
waarbij de blanco uitgebrachte stemmen niet worden meegeteld bij het bepalen van de uitslag.
2. De statuten treden in werking zodra deze zijn neergelegd in een notariële akte. Een wijziging van de statuten treedt
niet in werking voordat deze is neergelegd in een notariële akte. Tot het verlijden van deze notariële akte is ieder lid van
het partijbestuur bevoegd.

Artikel 23. Slotbepalingen
1. Het partijbestuur is bevoegd in elk onvoorzien geval waarin statuten of reglementen niet voorzien, alsmede bij
spoedeisende kwesties waarbij de voorgeschreven procedure niet volstaat, in naam van de partij te beslissen,
onverminderd zijn verantwoordelijkheid tegenover het congres.
2. De partij is opgericht voor onbepaalde tijd.
3. Bij ontbinding van de partij geschiedt de liquidatie door het partijbestuur, overeenkomstig het bepaalde in het
Burgerlijk Wetboek. Bij het ontbindingsbesluit kan tevens worden bepaald welke andere bestemming dan die, genoemd
in het Burgerlijk Wetboek, aan het batig saldo zal worden gegeven.