Statuten en huishoudelijk reglementen PvdA




Deel 9. Deelname aan de Eerste Kamer

Artikel 9.1. De Eerste Kamerfractie
De leden van de Eerste Kamer die verkozen zijn op één gezamenlijke lijst onder de naam Partij van de Arbeid vormen
de Eerste Kamerfractie van de partij.

Artikel 9.2. De voorbereiding van de deelname aan de verkiezingen
1. Het partijbestuur is verantwoordelijk voor het geheel van activiteiten om deel te nemen aan de verkiezingen voor de
Eerste Kamer, met name voor de kandidaatstellingsprocedure.
2. Het partijbestuur stelt een planningsschema op voor het geheel van activiteiten in de aanloop naar de verkiezingen
van de Eerste Kamer met de daarbij geldende termijnen en tijdstippen en publiceert dit uiterlijk 18 maanden voor de
vaststelling van de kandidatenlijst door het congres.
3. Het in lid 2 bedoelde schema bevat in ieder geval de uiterste data waarop:
a. de profielschets moet zijn opgesteld en gepubliceerd;
b. de keuze is gemaakt wie belast is met het voorbereiden en opstellen van een ontwerpkandidatenlijst;
c. de leden bij het bestuur een gemotiveerde sollicitatiebrief kunnen indienen voor de functie van
Kamerlid en lijsttrekker;
d. het congres de kandidatenlijst vaststelt.
4. Het partijbestuur neemt bij alle werkzaamheden betreffende de kandidaatstellingsprocedure de data in het onder lid 2
bedoelde planningsschema in acht.
5. In geval van vervroegde verkiezingen mag van de gestelde termijnen worden afgeweken, maar wordt wel de
procedure gevolgd als bedoeld in lid 3.

Artikel 9.3. Het profiel van de Eerste Kamerfractie en de lijsttrekker
1. Het partijbestuur stelt ten behoeve van de verkiezingen, na overleg met de Eerste Kamerfractie, een profielschets op
voor de Verenigingsraad die deze vaststelt. Deze profielschets wordt gepubliceerd uiterlijk op de datum die is
opgenomen in het in artikel 9.2. lid 2 genoemde planningsschema.
2. De profielschets bevat een advies over de gewenste samenstelling van de Eerste Kamerfractie en de eisen waaraan de
afzonderlijke leden moeten voldoen. In deze profielschets wordt apart aandacht besteed aan de eisen die worden gesteld
aan de fractievoorzitter en de lijsttrekker.
3. Bij de samenstelling van de fractie wordt – overeenkomstig deel 1 van de reglementen, artikel 1.32. – gestreefd naar
een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen en naar een evenwichtige spreiding qua leeftijd, regio en
diversiteit.

Artikel 9.4. De voorbereiding en opstelling van een ontwerpkandidatenlijst
1. De ontwerpkandidatenlijst wordt opgesteld en voorbereid door het partijbestuur. Indien het congres daartoe besluit,
kan in plaats van het partijbestuur een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie optreden voor het opstellen en
voorbereiden van de ontwerpkandidatenlijst. Een dergelijke kandidaatstellingscommissie wordt samengesteld door het
congres, en rapporteert het resultaat rechtstreeks aan het congres. Deze commissie
treedt voor het voorbereiden, vaststellen van de ontwerpkandidatenlijst en het verdedigen daarvan
tegenover het congres, in de plaats van het partijbestuur, zoals in navolgende artikelen is neergelegd. Het partijbestuur
heeft in dat geval een facilitaire taak.
2. In een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie zoals bedoeld in lid 1 kunnen leden van het partijbestuur gekozen
worden.

Artikel 9.5. Taken en werkwijze partijbestuur bij het voorbereiden en opstellen van de
ontwerpkandidatenlijst
1. Indien het partijbestuur de ontwerpkandidatenlijst opstelt heeft zij tot taak:
a. het opsporen en werven van potentiële kandidaten;
b. het toetsen van de geschiktheid van kandidaten voor het lijsttrekkerschap aan de in de profielschets geformuleerde en
vastgestelde eisen waaraan de lijsttrekker moet voldoen;
c. het opstellen van een lijst van geschikte personen voor het lijsttrekkerschap uit de kandidaten die in aanmerking
wensen te komen en voldoen aan de vereisten van ondersteuning van hun kandidatuur;
d. het toetsen van kandidaten aan vooraf geformuleerde kwaliteitseisen voor het lidmaatschap van de Eerste Kamer en
aan de profielschets van de Eerste Kamerfractie;
e. het opstellen, toelichten en verdedigen van de ontwerpkandidatenlijst.
2. De leden van het partijbestuur die kandidaat zijn of die nauwe betrekking onderhouden met beschikbare kandidaten,
mogen niet deelnemen aan de beraadslaging of besluitvorming met betrekking tot de kandidaatstelling.
3. Het partijbestuur kan zich bij de onder lid 1 genoemde werkzaamheden laten bijstaan door een adviescommissie. Het
partijbestuur kan leden van het bestuur benoemen in deze adviescommissie. Deze commissie regelt haar taken en
werkzaamheden in overleg met het partijbestuur. Ook voor de leden van deze commissie geldt dat leden die kandidaat
zijn of nauwe betrekking onderhouden met beschikbare kandidaten, niet mogen deelnemen aan de beraadslaging of
besluitvorming met betrekking tot de kandidaatstelling.

Artikel 9.6. Ledenraadpleging over de lijsttrekker
1. Om een lijsttrekker aan te wijzen houdt het partijbestuur een ledenraadpleging. Deze ledenraadpleging wordt op een
zodanig tijdstip gehouden, dat de uitslag bekend is voordat een ontwerpkandidatenlijst wordt vastgesteld door het
partijbestuur.
2. Om kandidaat-lijsttrekker te zijn, dient men voor de datum die is opgenomen in het in artikel 9.2. lid 2 genoemde
planningsschema minstens 100 handtekeningen van leden van de partij die de kandidatuur ondersteunen te overleggen.
3. Kandidaat-lijsttrekkers zijn de leden die op de functie van lijsttrekker hebben gesolliciteerd en door het partijbestuur
of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie als voldoende geschikt zijn beoordeeld aan de hand van het
lijsttrekkerprofiel, zonder dat daarbij acht wordt geslagen op de opvattingen van de kandidaat over de politieke en
organisatorische koers en het programma van de partij. Indien het partijbestuur of de onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie de kandidatuur van een lid afwijst op grond van het gestelde in de eerste volzin, is artikel
9.8. lid 3 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing.
4. De ledenraadpleging kan alleen doorgang vinden indien minstens twee kandidaten beschikbaar zijn die voldoende
geschikt zijn en voldoende ondersteund zijn. Het partijbestuur kan een voorkeur voor één van de kandidaten uitspreken.
5. De ledenraadpleging verloopt overeenkomstig het bepaalde in de reglementen, deel 1, artikel 1.15., 1.17. en 1.18.
6. De ledenraadpleging heeft geen betekenis als het aantal geldig uitgebrachte stemmen minder is dan 15% van het
aantal leden dat aan de ledenraadpleging kon deelnemen.
7. De kandidaat-lijsttrekker die op grond van de ledenraadpleging de meerderheid van de stemmen heeft gehaald
overeenkomstig de wijze van verkiezen als bedoeld in deel 1, artikel 1.10. lid 2 en 3 van de reglementen, is de beoogd
lijsttrekker. De beoogd lijsttrekker wordt door het partijbestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingcommissie
geplaatst op de eerste plaats van de ontwerpkandidatenlijst.
8. Het congres kan een andere kandidaat dan de beoogd lijsttrekker uitsluitend op de eerste plaats van de kandidatenlijst
plaatsen indien deze ten minste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen op zich verenigt.

Artikel 9.7. De bevoegdheden van de beoogd lijsttrekker
1. De beoogd lijsttrekker is bevoegd het partijbestuur te adviseren over de samenstelling van de ontwerpkandidatenlijst
voordat deze wordt vastgesteld.
2. De beoogd lijsttrekker heeft het recht om op het congres waarop de kandidatenlijst worden vastgesteld, voorafgaand
aan de stemmingen zijn visie kenbaar te maken over een kandidaat van de lijst.

Artikel 9.8. De kandidaatstellingsprocedure
1. Voor de datum die is opgenomen in het planningsschema, genoemd in artikel 9.2. lid 2, kunnen leden bij het
partijbestuur een gemotiveerde sollicitatiebrief indienen, vergezeld van de informatie die het partijbestuur verder van
hen verlangt. Deze leden gelden vanaf dat moment als kandidaat.
Bij het indienen van de sollicitatiebrief bestaat de gelegenheid voor kandidaten om ten opzichte van onderdelen van het
op dat moment geldende verkiezingsprogramma voor de Tweede Kamer, alsmede het regeerakkoord als dat van
toepassing is, schriftelijk een zwaarwegend voorbehoud te maken. Het congres wordt, voordat het de
ontwerpkandidatenlijst in behandeling neemt, op de hoogte gesteld van eventuele voorbehouden.
2. Het partijbestuur stuurt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de sollicitatiebrief als bedoeld in lid 1, de formulieren
van de interne bereidverklaring en de verklaring als bedoeld in artikel 1.28. lid 3 van deel 1 van de reglementen aan de
kandidaat, waarbij wordt aangegeven voor welke datum deze ondertekend moeten zijn terugontvangen. Elke kandidaat
dient deze formulieren, voorzien van zijn handtekening, terug te zenden aan het partijbestuur. Indien deze formulieren,
voorzien van de handtekening van de kandidaat, niet op tijd zijn ontvangen, wordt de kandidaat niet in de verdere
procedure betrokken. Aanvullend hierop kan door of namens het bestuur of de onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie op elk moment van de kandidaatstellingsprocedure aan een kandidaat een Verklaring
Omtrent Gedrag worden gevraagd.
Niet toelaten van kandidaten
3. Het partijbestuur kan besluiten een kandidaat niet verder in de procedure te betrekken, indien een kandidaat duidelijk
niet voldoet aan de eisen opgenomen in de profielschets of indien te verwachten is dat deze kandidaat ernstige schade
zal berokkenen aan het aanzien van de partij. Een dergelijke beslissing over het niet toelaten van een kandidaat tot de
kandidaatstelling dient ten minste vijf weken voor de vaststelling van de kandidatenlijst door het congres genomen te
worden. Deze beslissing heeft geen opschortende werking voor het opstellen van de ontwerpkandidatenlijst en het
bekend maken van de ontwerpkandidatenlijst.
4. De kandidaat op wie een beslissing als bedoeld in lid 3 van toepassing is, wordt daarvan onverwijld schriftelijk op de
hoogte gebracht. Daarbij wordt de kandidaat geïnformeerd over de wijze waarop deze een bezwaar kan indienen bij de
beroepscommissie. De kandidaat kan binnen een termijn van 7 dagen na dagtekening van de mededeling als bedoeld in
artikel 9.3. bij de beroepscommissie schriftelijk bezwaar maken tegen de beslissing om hem of haar niet verder te
betrekken in de kandidaatstellingsprocedure.
5, De beroepscommissie toetst of het partijbestuur in redelijkheid tot het oordeel kon komen om een kandidaat niet
verder te betrekken in de procedure. De beroepscommissie kan de betrokkene en het partijbestuur in de gelegenheid
stellen de beslissing nader schriftelijk of mondeling toe te lichten.
6. De beroepscommissie doet uitspraak binnen een termijn van ten hoogste 14 dagen na dagtekening van het
bezwaarschrift en maakt deze uitspraak onverwijld schriftelijk kenbaar aan de betrokkene en aan het partijbestuur. Deze
uitspraak is vertrouwelijk en niet vatbaar voor hoger beroep.
7. Indien de beroepscommissie het bezwaar gegrond verklaart, wordt de kandidatuur van de betrokkene door het
partijbestuur terstond in behandeling genomen. De kandidaat wordt vervolgens alsnog op de ontwerpkandidatenlijst of
op de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten opgenomen. De aldus gewijzigde ontwerpkandidatenlijst wordt
bekend gemaakt aan de afdelingen en afgevaardigden voorafgaand aan het congres.
Opstellen ontwerpkandidatenlijst
8. Het partijbestuur stelt uit de leden die de interne bereidverklaring en de verklaring op basis van de erecode hebben
afgegeven een gemotiveerde rangordening op. Deze rangordening vormt de ontwerpkandidatenlijst.
9. In het geval het partijbestuur zich laat bijstaan door een adviescommissie, dan stelt deze commissie een gemotiveerde
rangordening op zoals bedoeld in lid 8. Deze rangordening is het advies aan het partijbestuur. Het partijbestuur stelt op
basis van deze advieskandidatenlijst de ontwerpkandidatenlijst vast.
10. Indien het aantal kandidaten niet toereikend is naar het oordeel van het partijbestuur om uit de beschikbare
kandidaten op een bevredigende wijze een lijst te vormen die voldoet aan de profielschets, dan kan het partijbestuur
actief mogelijke kandidaten uitnodigen om beschikbaar te zijn. Dergelijke kandidaten dienen te voldoen aan de
vereisten van lid 2.
11. De leden die de interne bereidverklaring en de verklaring op basis van de erecode hebben ingezonden maar niet op
de ontwerpkandidatenlijst geplaatst zijn, worden opgenomen op de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten.
Indien een kandidaat te kennen geeft niet op de lijst van niet geplaatste kandidaten te willen staan of zich om welke
reden ook in enige fase van de procedure terugtrekt, wordt deze niet verder meegenomen in de procedure.
12. Een kandidaat kan zich terugtrekken tot aan het moment van de vaststelling van de lijst door het congres. Indien de
ontwerpkandidatenlijst en de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten zijn gepubliceerd, meldt het partijbestuur
dit zo spoedig mogelijk aan het congres.
13. Het partijbestuur zendt de ontwerpkandidatenlijst en de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten minstens 3
weken voor het congres dat de kandidatenlijst vaststelt aan de afdelingen en afgevaardigden
14. Het congres stelt uiterlijk zes weken voor de wettelijke kandidaatstellingsdatum de kandidatenlijst vast uit de leden,
inclusief de lijsttrekker, die vermeld zijn op de ontwerpkandidatenlijst, dan wel op de alfabetische lijst van niet
geplaatste kandidaten.
15. Indien het partijbestuur zich laat bijstaan door een adviescommissie, blijft het partijbestuur verantwoordelijk en
bepaalt het partijbestuur welke taken en handelingen, zoals weergegeven in de leden 3 tot en met 11 door deze
commissie worden overgenomen.
16. Het partijbestuur vraagt aan de leden op de vastgestelde kandidatenlijst een instemmingverklaring en verzorgt de
indiening van de kandidatenlijst met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van de Kieswet.
Onafhankelijke kandidaatstellingscommissie
17. Indien het congres een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie heeft ingesteld, treedt deze commissie in de
plaats van het partijbestuur voor de taken en handelingen met betrekking tot het beoordelen van kandidaten en het
opstellen van een ontwerpkandidatenlijst, zoals weergegeven in de leden 3 tot en met 14.

Artikel 9.9. Functioneren van de fractie en het voeren van voortgangsgesprekken
1. De Eerste Kamerfractie en de fractieleden bevorderen de verwezenlijking van de doelstellingen van de partij en in het
bijzonder het verkiezingsprogramma en het regeerakkoord in geval van deelname aan het kabinet, zoals vermeld in
artikel 9.8. lid 1.
2. De Eerste Kamerfractie en de fractieleden spannen zich in om zo goed mogelijk contacten te onderhouden met de
geledingen, de leden en de kiezers van de partij.
3. Met de fractieleden in de Eerste Kamer worden jaarlijks voortgangsgesprekken gevoerd door het partijbestuur of,
onder verantwoordelijkheid van het partijbestuur, door een delegatie van het partijbestuur of een daartoe door het
partijbestuur aangewezen commissie.
4. De fractievoorzitter kan deelnemen aan de voortgangsgesprekken.
5. De fractievoorzitter verschaft inlichtingen over het functioneren van de leden van de fractie aan het partijbestuur of
aan de door het partijbestuur aangewezen delegatie of commissie.
6. Voordat een verslag van een voortgangsgesprek definitief wordt vastgesteld, wordt het betrokken fractielid in de
gelegenheid gesteld commentaar op de tekst te geven. Voor zover dit niet leidt tot wijziging van de tekst, wordt het
commentaar aan het verslag gehecht.
7. De verslagen van voortgangsgesprekken, evenals het eventueel daarmee verbonden aanvullend commentaar van het
lid met wie is gesproken, worden vertrouwelijk ter beschikking gesteld aan het partijbestuur of aan de door het congres
ingestelde onafhankelijke kandidaatstellingscommissie.
8. Bij gesprekken die gevoerd worden in de aanloop naar een nieuwe kandidaatstelling voor de Eerste Kamer waarbij
het Kamerlid overweegt kandidaat te zijn, kan het partijbestuur of de delegatie of de commissie die namens het bestuur
het gesprek voert, een indicatie geven van de steun die hij hierbij kan verwachten.
9. Bij de taakverdeling van de leden van de Eerste Kamerfractie worden zij verbonden aan gewesten of regio´s binnen
gewesten om de contacten met de partij en de samenleving te onderhouden. Deze toedeling gebeurt zo goed mogelijk in
overleg met de gewestelijke besturen.

Toelichting op de reglementen, deel 9.
Deelname aan de Eerste Kamer
1. Algemene opmerkingen
Deel 9 van de reglementen bevat bepalingen voor de totstandkoming van de kandidatenlijst voor deelname aan de
verkiezingen van de Eerste Kamer. Verder zijn bepalingen opgenomen voor het komen tot een lijstverbinding met één
of meer andere partijen.
Tenslotte zijn regels gegeven over het houden van voortgangsgesprekken met Eerste Kamerleden. Deze gesprekken
lijken op functioneringsgesprekken of beoordelingsgesprekken, maar zijn toch iets anders van aard. Een Eerste
Kamerlid is volgens de Kieswet immers in persoon gekozen en krijgt een vergoeding van de overheid. De relatie tot de
partij is daarom een bijzondere als gevolg waarvan wordt gesproken van voortgangsgesprekken. In de reglementen
ontbreken bepalingen over een verkiezingsprogramma voor de Eerste Kamer. De fractie in de Eerste Kamer wordt
geacht zich te laten leiden door het meest recent vastgestelde verkiezingsprogramma
voor de Tweede Kamer, met inachtneming van een eventueel coalitieakkoord dat door de fractie in de Tweede Kamer is
ondertekend.

2. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 9.1. De Eerste Kamerfractie
In dit artikel is bepaald dat de leden die verkozen zijn op een gezamenlijke lijst onder de naam van de Partij van de
Arbeid tot lid van de Eerste Kamer, samen de fractie vormen.

Artikel 9.2. De voorbereiding van de deelname aan de verkiezingen
In dit artikel is de verantwoordelijkheid voor het tot stand komen van een kandidatenlijst voor de verkiezingen van de
Eerste Kamer neergelegd bij het partijbestuur. Dit wil overigens niet zeggen dat het partijbestuur dit ook zelf op zich
moet nemen. Wel moet zij zorgen dat het gebeurt en dat het ook op een juiste en democratische wijze gebeurt. Daartoe
dient het partijbestuur tijdig (18 maanden voor de officiële indiening van de kandidatenlijst) een planningsschema te
maken en zich daaraan te houden. Alleen bij vervroegde verkiezingen kan van de gestelde termijn worden afgeweken,
maar dienen de noodzakelijke stappen wel te worden gedaan.

Artikel 9.3. Het profiel van de Eerste Kamerfractie en de lijsttrekker
Essentieel in de kandidaatstellingsprocedure is het opstellen van duidelijke eisen waaraan een fractie in de Eerste
Kamer moet voldoen, inclusief de eisen waaraan de afzonderlijke leden, de fractievoorzitter en de lijsttrekker moeten
voldoen. Zoals in deel 1 van de reglementen is neergelegd, moet de fractie zo veel mogelijk een afspiegeling zijn van de
samenleving. Zo moet gestreefd worden naar een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen.
Tevens dient te worden gestreefd naar een evenwichtige spreiding over de regio’s, naar leeftijd en naar diversiteit.

Artikel 9.4. De voorbereiding en opstelling van een ontwerpkandidatenlijst
Het voorbereiden en opstellen van de ontwerpkandidatenlijst kan gebeuren door het partijbestuur of door een
onafhankelijke kandidaatstellingscommissie. Het is de bevoegdheid van het congres om een keuze te maken. Als het
congres hierover geen beslissing neemt, dan is het partijbestuur verantwoordelijk. Indien het partijbestuur de
verantwoordelijkheid hiervoor draagt, dan kan het zich laten bijstaan door een adviescommissie. In dat geval dient het
partijbestuur bij de opdracht aan deze adviescommissie aan te geven bij welke taken en handelingen deze commissie in
de plaats treedt van het partijbestuur, onverlet de verantwoordelijkheid die het partijbestuur
heeft.

Artikel 9.5. Taken en werkwijze partijbestuur bij het voorbereiden en opstellen van de
ontwerpkandidatenlijst
In dit artikel is omschreven welke de taken zijn voor het partijbestuur bij het voorbereiden en opstellen van de
ontwerpkandidatenlijst. Om belangenverstrengeling te voorkomen mogen leden van het partijbestuur die kandidaat zijn
of nauwe relaties met beschikbare kandidaten hebben, niet bij de bespreking van en besluitvorming over de
ontwerpkandidatenlijst in het partijbestuur aanwezig zijn. Deze relaties kunnen zowel persoonlijke als zakelijke relaties
betreffen.
Het partijbestuur kan zich laten bijstaan door een adviescommissie die de selectietaak op zich neemt, uitmondend in een
advieskandidatenlijst. Dit advies blijft vertrouwelijk, omdat voor het congres en de kandidaten alleen de
ontwerpkandidatenlijst, vastgesteld door het partijbestuur, betekenis heeft.

Artikel 9.6. Ledenraadpleging over de lijsttrekker
In deel 1 van de reglementen zijn de bepalingen voor een ledenraadpleging opgenomen. Hierin is vastgelegd dat de
ledenraadpleging tijdig moet gebeuren en wel zo dat de beoogd lijsttrekker nog invloed kan uitoefenen op de
ontwerpkandidatenlijst. Daarnaast is vastgelegd hoeveel leden de kandidaat voor het lijsttrekkerschap moeten
ondersteunen. Gekozen is voor minstens 100 leden, tweemaal zoveel als voor een lijsttrekker op het lokale niveau nodig
is. Bovendien moet de kandidaat als geschikt zijn beoordeeld door het partijbestuur of de door het congres ingestelde
onafhankelijke kandidaatstellingscommissie tegen de achtergrond van het profiel van de lijsttrekker. Daarbij mag geen
acht geslagen worden op de opvattingen van de kandidaat over de inhoudelijke koers: dat is aan de leden en later aan
het congres om te bepalen of, en zo ja hoe dat een rol speelt bij de aanwijzing van de lijsttrekker.
Met betrekking tot de uitslag en de geldigheid van de ledenraadpleging wordt gewezen op deel 1 van de reglementen,
artikel 1.18. De kandidaat die de meerderheid van de stemmen behaald, is de beoogd lijsttrekker.

Artikel 9.7. Bevoegdheden van de beoogd lijsttrekker
Dit artikel bevat de bevoegdheden van de beoogd lijsttrekker, te weten de kandidaat voor het lijsttrekkerschap die de
meeste stemmen heeft gehaald bij de ledenraadpleging.
De beoogd lijsttrekker heeft de bevoegdheid zijn invloed uit te oefenen op de samenstelling van de
ontwerpkandidatenlijst voor de Eerste Kamer. Ook tijdens het congres kan hij zijn stem daarover laten horen.
Indien geen ledenraadpleging wordt gehouden, omdat er niet minimaal twee geschikte en in voldoende mate
ondersteunde kandidaten zijn, zal degene die op de ontwerpkandidatenlijst op de eerste plaats wordt gekandideerd vanaf
dat moment worden beschouwd als de beoogd lijsttrekker die daarmee de bevoegdheden kan uitoefenen

Artikel 9.8. De kandidaatstellingsprocedure
Dit artikel beschrijft de gehele kandidaatstellingsprocedure, zowel in het geval dat het partijbestuur de taak heeft een
ontwerpkandidatenlijst op te stellen, als wanneer een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie deze taak heeft.
Een gevoelig onderdeel is het bepaalde in lid 3. Een kandidaat die niet voldoet aan de eisen in de profielschets of
wanneer te verwachten is dat de kandidaat schade zal berokkenen aan de partij, kan buiten de (verdere)
selectieprocedure worden gehouden. Dit is een zware beslissing. De betreffende kandidaat kan daartegen bezwaar
maken bij de beroepscommissie. Deze uitsluiting dient uiterlijk vijf weken voordat de ontwerpkandidatenlijst aan het
congres wordt gepresenteerd, plaats te vinden. Dan is het immers nog mogelijk om de beslissing van de
beroepscommissie – die binnen 14 dagen moet plaatsvinden - te effectueren. Dat wil zeggen dat de
ontwerpkandidatenlijst
nog kan worden aangepast voordat het congres de ontwerpkandidatenlijst in behandeling neemt.
Reeds vanaf het moment dat een kandidaat zich meldt via een sollicitatiebrief is er de gelegenheid om aan te geven dat
een kandidaat een zwaarwegend voorbehoud heeft ten aanzien van onderdelen van het geldende verkiezingsprogramma
voor de Tweede Kamer en, indien dat van toepassing is, het regeerakkoord dat door de Tweede Kamerfractie is
onderschreven.

Artikel 9.9. Functioneren van de fractie en het voeren van voortgangsgesprekken
In dit artikel wordt het jaarlijks houden van voortgangsgesprekken met Eerste Kamerleden verplicht gesteld.
Tevens is in dit artikel vastgelegd de wijze waarop deze gesprekken gevoerd worden en wie daarbij aanwezig zijn.
Zowel voor betrokkenen als voor de partij is het waardevol om met Kamerleden van de partij gesprekken te voeren over
de gang van zaken en het eigen functioneren, eventueel uitmondend in het aangeven van mogelijke verbeteringen.
Zeker met het oog op de verkiezingen is het van belang dat wordt gesproken over mogelijke voortzetting van het Eerste
Kamerlidmaatschap.
In deel 9 is geen bepaling over het aangaan van een lijstverbinding opgenomen. In een wijziging van de Kieswet is in
2010 geregeld dat bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer geen lijstverbinding meer kan worden aangegaan.