Statuten en huishoudelijk reglementen PvdA




Deel 7. Deelname aan het waterschapsbestuur

Artikel 7.1. De waterschapsfractie
1. De leden van het waterschapsbestuur die in een waterschap op één gezamenlijke lijst onder de naam Partij van de
Arbeid zijn verkozen vormen de waterschapsfractie van de partij.
2. Indien de gewestelijke vergadering dat heeft goedgekeurd, vormen de vertegenwoordigers van de partij in het
waterschapsbestuur één fractie met de vertegenwoordigers van één of meer andere partijen of zijn onderdeel van een
fractie van een groepering in het waterschapsbestuur waarin de partij deelneemt.

Artikel 7.2. De taken van het gewestelijk bestuur bij de deelname aan het waterschapsbestuur
1. De taken van het gewestelijk bestuur zijn:
a. het werven van potentiële kandidaten voor een positie in het waterschapsbestuur;
b. het organiseren van de kandidaatstelling voor het waterschapsbestuur en het zorg dragen voor de activiteiten die
daarbij moeten plaatsvinden;
c. indien de gewestelijke vergadering gekozen heeft voor het houden van een ledenraadpleging over het
lijsttrekkerschap, dient een lijst opgesteld te worden van geschikte personen uit de kandidaten die voldoende
handtekeningen kunnen overleggen;
d. het toetsen van kandidaten aan de vooraf in de profielschets geformuleerde eisen;
e. het opstellen, toelichten en verdedigen van de ontwerpkandidatenlijst;
f. het voorbereiden van een ontwerpverkiezingsprogramma;
g. het voeren van voortgangsgesprekken met en beoordelen van (de leden van) de zittende fractie.
2. Het gewestelijk bestuur kan zich bij de uitvoering van de in lid 1 genoemde taken, zoals het voorbereiden en
vaststellen van de ontwerpkandidatenlijst, laten bijstaan door een commissie, waarbij de verantwoordelijkheid van het
bestuur voor die taak onverlet blijft.
3. De gewestelijke vergadering kan besluiten om het voorbereiden en vaststellen van een ontwerpkandidatenlijst, zoals
vermeld in lid 1, sub d en e, in handen te geven van een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie. De gewestelijke
vergadering kan besluiten ook andere taken in handen te leggen van een commissie die wordt ingesteld door de
gewestelijke vergadering.
4. Indien een gewest twee of meer waterschappen omvat, beslist de gewestelijke vergadering of en voor welke taken de
voorbereidingen voor de waterschapsverkiezingen worden overgelaten aan een vergadering waarin voor elk waterschap
alleen de afdelingen die liggen in dat waterschap, deelnemen.

Artikel 7.3. De voorbereiding van de deelname aan de verkiezingen
1. Het partijbestuur stelt ten behoeve van de waterschapsverkiezingen een schema van voorbereiding op, dat uiterlijk 18
maanden vóór de verkiezingen wordt gepubliceerd. Het gewestelijk bestuur neemt dit schema bij zijn werkzaamheden
in acht. Dit schema vermeldt in elk geval de uiterste datum waarop onder verantwoordelijkheid van het gewestelijk
bestuur na overleg met de waterschapsfractie een profielschets wordt opgesteld en gepubliceerd en de uiterste datum
waarop leden bij het gewestelijk bestuur een gemotiveerde sollicitatiebrief kunnen indienen.
2. Uiterlijk 15 maanden voor de datum van de waterschapsverkiezingen stelt de gewestelijke vergadering vast of
deelgenomen wordt aan deze verkiezingen en op welke wijze.
Indien een gewest twee of meer waterschappen omvat, wordt tevens besloten of alle activiteiten in de voorbereiding
naar de waterschapsverkiezingen worden verricht door een ongedeeld gewest of dat het gewest voor één of meer van de
activiteiten wordt opgedeeld in regio´s die overeenkomen met het gebied van een waterschap. Indien tot het laatste
wordt besloten dan dienen de daartoe aangewezen activiteiten te worden behartigd door vergaderingen in een
aangepaste samenstelling, zo veel mogelijk conform de bepalingen van dit reglement en onder coördinatie van het
gewestelijk bestuur.
3. Indien wordt besloten aan de verkiezingen deel te nemen stelt de gewestelijke vergadering uiterlijk 14 maanden voor
de datum van de waterschapsverkiezingen een draaiboek vast voor de voorbereidingen van deze verkiezingen.
Daaronder vallen in elk geval de werkwijze bij het opstellen van het ontwerpverkiezingsprogramma, de profielschets en
de ontwerpkandidatenlijst.
4. In de vergadering als bedoeld in lid 3 wordt tevens vastgesteld of er voor de vervulling van de positie van lijsttrekker
een ledenraadpleging wordt gehouden. Als een dergelijke beslissing niet op dat moment wordt genomen, kan niet op
een later moment alsnog besloten worden om een ledenraadpleging hierover te houden.
5. In de vergadering als bedoeld in lid 3 wordt tevens besloten of de ontwerpkandidatenlijst wordt opgesteld door het
gewestelijk bestuur of door een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie.
Indien voor de werkzaamheden inzake de kandidaatstelling het gewestelijk bestuur minder dan 3 leden telt, wordt een
onafhankelijke kandidaatstellingscommissie ingesteld. Leden van het gewestelijk bestuur kunnen lid zijn van de
onafhankelijke kandidaatstellingscommissie.
Ook wordt vastgesteld op welke wijze de fractie geadviseerd wordt inzake de keuze van de kandidaat-dagelijks
bestuurder(s) van het waterschap en of daar een aparte selectiecommissie voor zal worden ingesteld.
6. Indien het gewestelijk bestuur de ontwerpkandidatenlijst opstelt, nemen bestuursleden die kandidaat zijn of
voornemen kandidaat te zijn, danwel nauwe betrekkingen onderhouden met beschikbare kandidaten, tot aan de
vaststelling van de kandidatenlijst geen deel aan de beraadslagingen en andere activiteiten inzake de opstelling van de
ontwerpkandidatenlijst.
7. Indien tot de instelling van een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie is besloten, worden de leden daarvan
benoemd door de gewestelijke vergadering. Deze commissie stelt de conceptprofielschets en de ontwerpkandidatenlijst
op en legt deze rechtstreeks voor aan en verdedigt deze op de gewestelijke vergadering. Het gewestelijk bestuur heeft in
dat geval een facilitaire taak.
8. Indien een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie de ontwerpkandidatenlijst opstelt, kunnen leden die
voornemens zijn kandidaat te zijn, danwel nauwe betrekkingen onderhouden met beschikbare kandidaten, geen deel
uitmaken van een dergelijke commissie.
De leden van de zittende waterschapsfractie kunnen geen deel uitmaken van een dergelijke onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie.
9. Het gewestelijk bestuur kan zich door een adviescommissie laten bijstaan. De bepalingen voor het gewestelijk
bestuur inzake het opstellen van de ontwerpkandidatenlijst zijn gelijkelijk van toepassing voor de werkzaamheden en
de samenstelling van een dergelijke adviescommissie. Leden van de zittende waterschapsfractie kunnen geen deel
uitmaken van deze adviescommissie. Ook indien het gewestelijk bestuur zich laat bijstaan door een adviescommissie,
stelt het gewestelijk bestuur de ontwerpkandidatenlijst vast en legt deze aan de gewestelijke vergadering voor.
10. De gewestelijke vergadering besluit over samenwerking met andere partijen. Indien besloten wordt om samen met
een andere partij een kandidatenlijst op te stellen, worden alle werkzaamheden zoveel mogelijk op dezelfde wijze
georganiseerd als in het geval dat de partij zelfstandig een kandidatenlijst zou indienen.
11. Het gewestelijk bestuur draagt tot de dag van de verkiezingen zorg voor de eventuele afstemming met andere
partijen, zoals besprekingen over een lijstverbinding, samenwerking in de campagne of de vorming van een
gezamenlijke fractie.
12. Indien een gewest twee of meer waterschappen omvat:
a. kan de gewestelijke vergadering bij de instelling van een onafhankelijke commissie besluiten om voor de
verkiezingen van elk waterschap afzonderlijk een aparte onafhankelijke commissie in te stellen;
b. indien het gewestelijk bestuur de verantwoordelijkheid heeft om de ontwerpkandidatenlijst voor te bereiden en op te
stellen, dan kan het zich desgewenst laten bijstaan door adviescommissies per afzonderlijk waterschap;
c. kunnen de beslissingen over het wel of niet deelnemen aan de waterschapsverkiezingen, samenwerking met andere
partijen e.d. onderling verschillen: dergelijke beslissingen worden derhalve per waterschap genomen.

Artikel 7.4. De besluitvorming over het verkiezingsprogramma
1. Het ontwerpverkiezingsprogramma wordt opgesteld door of onder verantwoordelijkheid van het gewestelijk bestuur.
2. De gewestelijke vergadering stelt uiterlijk 6 weken voor de wettelijke kandidaatstellingsdatum het
verkiezingsprogramma vast.
3. Het gewestelijk bestuur zendt minstens 2 weken voor de gewestelijke vergadering waarin het verkiezingsprogramma
wordt vastgesteld, het ontwerpverkiezingsprogramma toe aan de afdelingssecretarissen en de afgevaardigden. Daarbij
wordt bekend gemaakt hoe de afdelingen amendementen kunnen indienen en voor welke datum die beschikbaar moeten
zijn.
4. Een lid van een waterschapsfractie is gebonden aan het verkiezingsprogramma dat voor deze verkiezingen is
vastgesteld, tenzij hij voordat de ontwerpkandidatenlijst in behandeling wordt genomen door de gewestelijke
vergadering schriftelijk een zwaarwegend persoonlijk voorbehoud heeft kenbaar gemaakt ten opzichte van onderdelen
van het programma.
5. De in lid 4 bedoelde binding wordt opgeheven, wanneer het afleggen van verantwoording over een afwijking van het
verkiezingsprogramma niet leidt tot de terugroeping van het betrokken fractielid.
6. Bij de besluitvorming over de vaststelling van het verkiezingsprogramma worden de bepalingen inzake de
vergaderorde en besluitvorming, in het bijzonder de stemming over zaken zoals beschreven in hoofdstuk 1.1 van deel 1
van de reglementen in acht genomen.

Artikel 7.5. Profielschets en kandidaatstelling
1. Alvorens de kandidaatstelling geopend wordt, wordt de profielschets van de toekomstige waterschapsfractie
opgesteld en aan de gewestelijke vergadering voorgelegd ter vaststelling.
De profielschets bevat een advies betreffende de gewenste samenstelling van de waterschapsfractie en de eisen waaraan
de individuele fractieleden moeten voldoen.
In de profielschets wordt apart aandacht besteed aan de lijsttrekker, de fractievoorzitter en de dagelijks bestuurder van
het waterschap. De profielschets dient beschikbaar te zijn wanneer de kandidaatstelling geopend wordt. De
conceptprofielschets wordt opgesteld door het gewestelijk bestuur, na overleg met de waterschapsfractie. In de
profielschets wordt in elk geval opgenomen dat bij de samenstelling van de fractie wordt gestreefd naar een gelijke
vertegenwoordiging qua sekse en naar een evenwichtige spreiding qua leeftijd, regio en diversiteit.
2. Aan de leden woonachtig in het gewest wordt door het gewestelijk bestuur bekend gemaakt in welke periode en voor
welke datum men zich kandidaat kan stellen en op welke wijze dat moet gebeuren. Tevens wordt de vastgestelde
profielschets onder de aandacht gebracht.
3. Leden van de partij kunnen zich schriftelijk of per mail aan de secretaris van het gewestelijk bestuur als kandidaat
aanmelden. Zij overleggen daarbij een gemotiveerde sollicitatiebrief en andere informatie die bij de aankondiging in lid
2 werd gevraagd.
4. Zodra de secretaris deze aanmelding ontvangt, worden aan het kandiderend lid een bereidverklaring en een verklaring
als bedoeld in artikel 1.28. lid 3 van deel 1 van de reglementen ter ondertekening toegezonden. Pas als de secretaris de
bereidverklaring en de in de vorige volzin bedoelde verklaring,ondertekend door de kandidaat, heeft ontvangen voor de
datum als vermeld in het in artikel 7.3. lid 3 bedoelde draaiboek, kan het lid tot de procedure worden toegelaten.
Aanvullend hierop kan door of namens het bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie op elk moment
van de kandidaatstellingsprocedure aan een kandidaat een Verklaring Omtrent Gedrag worden gevraagd.
5. Het gewestelijk bestuur kan een lid de toegang tot de kandidaatstellingsprocedure weigeren als dat lid duidelijk niet
past in de vastgestelde profielschets danwel dat te verwachten is dat het toelaten van deze kandidaat de partij ernstige
schade zal toebrengen. Dit wordt het lid minstens 5 weken voor de vaststelling van de kandidatenlijst schriftelijk
bericht. Hierbij wordt hem de beroepsmogelijkheid meegedeeld.
6. Wanneer een kandidaat niet (meer) wordt toegelaten tot de kandidaatstellingsprocedure, heeft deze het recht om
binnen 7 dagen schriftelijk in beroep te gaan bij de beroepscommissie. Het instellen van beroep heeft geen opschortende
werking inzake de werkzaamheden ten behoeve van het opstellen van de ontwerpkandidatenlijst. De beroepscommissie
kan een nadere schriftelijke motivering vragen aan het gewestelijk bestuur of het betrokken lid danwel hen oproepen om
gehoord te worden.
7. De beroepscommissie toetst of het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke commissie in redelijkheid tot zijn besluit
heeft kunnen komen. De beroepscommissie doet uitspraak binnen 14 dagen na de ontvangst van het beroepschrift. Deze
uitspraak wordt het betrokken lid onverwijld meegedeeld en is niet vatbaar voor hoger beroep. De uitspraak is
vertrouwelijk.
8. Indien het beroep gegrond wordt verklaard, wordt de kandidatuur van het betrokken lid direct in de
kandidaatstellingsprocedure betrokken. Het lid wordt alsnog op de ontwerpkandidatenlijst of op de alfabetische lijst van
niet geplaatste kandidaten geplaatst. Indien de ontwerpkandidatenlijst reeds is gepubliceerd, wordt de aangepaste
ontwerpkandidatenlijst met de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten zo spoedig mogelijk aan de leden
gezonden.

Artikel 7.6. De ledenraadpleging over de positie van lijsttrekker
1. De ledenraadpleging over de positie van lijsttrekker vindt alleen plaats indien de gewestelijke vergadering bij het
vaststellen van de verkiezingsprocedure als bedoeld in artikel 7.3. lid 3 heeft bepaald een ledenraadpleging te houden
over de vervulling van de positie van de lijsttrekker. Als niet op dat moment beslist is tot het houden van een
ledenraadpleging, kan niet in een later stadium alsnog besloten worden een ledenraadpleging te houden.
2. De ledenraadpleging die bedoeld is om een lijsttrekker aan te wijzen, wordt op een zodanig tijdstip gehouden, dat de
uitslag tijdig bekend is om de beoogd lijsttrekker in de gelegenheid te stellen om advies uit te brengen voor de
vaststelling van het ontwerpverkiezingsprogramma en de ontwerpkandidatenlijst.
3. Kandidaten die zich aanmelden voor een lijsttrekkerverkiezing, dienen daarbij de handtekeningen van minstens 10%
van de leden woonachtig in het gebied van het waterschap, voor zo ver dit vereiste aantal de 50 leden niet te boven gaat,
te overleggen. Indien niet minstens twee kandidaten voldoende handtekeningen kunnen overleggen en naar het oordeel
van het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie voldoende geschikt zijn voor de positie
van lijsttrekker, vervalt de ledenraadpleging.
4. Het gewestelijk bestuur kan bij de ledenraadpleging over de verkiezing van de lijsttrekker een advies aan de leden
voorleggen met een aanbeveling ten aanzien van de kandidaten voor het lijsttrekkerschap.
5. Het gewestelijk bestuur draagt er zorg voor dat bij de ledenraadpleging de bepalingen inzake de ledenraadpleging in
hoofdstuk 1.2 van deel 1 van de reglementen in acht worden genomen.
Artikel 7.7. Het voorbereiden en opstellen van de ontwerpkandidatenlijst
1. Het gewestelijk bestuur stelt op basis van de profielschets een lijst van kandidaten in volgorde op en plaatst de
overige kandidaten op de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten.
2. Indien het gewestelijk bestuur voor deze werkzaamheden een adviescommissie heeft ingesteld conform artikel 7.3.
lid 9, dan kunnen bestuursleden hierin zitting nemen. Deze commissie rapporteert aan het gewestelijk bestuur. Het
gewestelijk bestuur stelt vervolgens de ontwerpkandidatenlijst vast.
3. Het gewestelijk bestuur hoort de kandidaten en baseert zich verder op de profielschets, de adviezen van de
fractievoorzitter en, indien bekend, de beoogde lijsttrekker. Daarnaast worden de uitkomsten van de gevoerde
voortgangsgesprekken en de ervaringen van het gewestelijk bestuur in de oordeelsvorming betrokken.
4. Mocht het gewestelijk bestuur van mening zijn dat de aanmelding van kandidaten ontoereikend is, dan kan het
bestuur uit eigen beweging actief zoeken naar geschikte kandidaten en deze aan de lijst toevoegen. Dergelijke
kandidaten kunnen pas deel uitmaken van de procedure als zij voldoen aan het gestelde in artikel 7.5. lid 4.
5. Een kandidaat kan zich te allen tijde terugtrekken, tot aan het moment dat hem door de vergadering een plaats is
toegewezen op de kandidatenlijst.
6. De schriftelijke toelichting op de kandidaten kan door het gewestelijk bestuur beperkt worden tot de kandidaten op de
ontwerpkandidatenlijst.
7. Het gewestelijk bestuur deelt voor het publiceren van de ontwerpkandidatenlijst de kandidaat diens voorziene plaats
op de lijst mee.
8. Het gewestelijk bestuur kan na de mededeling aan de kandidaten over hun plaats op de ontwerpkandidatenlijst de
ontwerpkandidatenlijst bijstellen of aanvullen tot het moment van publicatie.

Artikel 7.8. De besluitvorming over de ontwerpkandidatenlijst
1. De gewestelijke vergadering stelt uiterlijk 6 weken voor de wettelijke kandidaatstellingsdatum de kandidatenlijst vast
uit de leden die vermeld zijn op de ontwerpkandidatenlijst en de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten.
2. Het gewestelijk bestuur zendt minstens 2 weken voor de gewestelijke vergadering waarin de kandidatenlijst wordt
vastgesteld, de ontwerpkandidatenlijst toe aan de afdelingssecretarissen en de afgevaardigden. De reeds eerder
vastgestelde profielschets wordt bij de ontwerpkandidatenlijst gevoegd.
3. De gewestelijke vergadering waarin de kandidatenlijst wordt vastgesteld is openbaar, maar kan door de vergadering
besloten worden verklaard.
4. De gewestelijke vergadering kan de behandeling van de ontwerpkandidatenlijst niet eerder starten dan nadat het
verkiezingsprogramma is vastgesteld.
5. De voorbehouden die kandidaten bij het verkiezingsprogramma hebben gemaakt, worden voor de behandeling van de
ontwerpkandidatenlijst bekend gemaakt.
6. De gewestelijke vergadering waarin de kandidatenlijst wordt vastgesteld, wordt voorgezeten door de voorzitter van
het gewest. Deze kan zich door een ander laten vervangen.
7. Vóór het vaststellen van de kandidatenlijst wordt aan de afgevaardigden door middel van een algemene beschouwing
de gelegenheid gegeven om de werkwijze van het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke commissie bij het
voorbereiden en vaststellen van de ontwerpkandidatenlijst te bespreken, alsmede om algemene zaken betreffende de
ontwerpkandidatenlijst te bespreken zonder dat daarbij geduid wordt op individuele kandidaten.
8. Bij het vaststellen van de volgorde van de kandidatenlijst worden de bepalingen van hoofdstuk 1.1 van deel 1 van de
reglementen in acht genomen, in het bijzonder die van artikel 1.12.
9. De toelichting op de werkwijze van het gewestelijk bestuur en de motivering van de volgorde op de
ontwerpkandidatenlijst gebeurt door het gewestelijk bestuur.
10. De gewestelijke vergadering kan al dan niet op advies van het gewestelijk bestuur haar zienswijze geven over de
geschiktheid van kandidaten voor het fractievoorzitterschap of als dagelijks bestuurder. Deze zienswijze is een
zwaarwegend advies aan de fractie. De waterschapsfractie kiest de fractievoorzitter en beslist over de voordracht van de
dagelijks bestuurder(s), maar zal zich bij afwijking van de zienswijze van de gewestelijke
vergadering daarover verantwoorden aan de gewestelijke vergadering.
11. Indien een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie is ingesteld, neemt deze commissie de taken over die in dit
artikel (behoudens lid 13) en artikel 7.7. zijn opgedragen aan het gewestelijk bestuur.
12. Indien de begrenzing van het waterschap niet samenvalt met die van het gewest, dan treedt in de plaats van de
gewestelijke vergadering een vergadering van afgevaardigden van alle afdelingen die liggen in het gebied van het
waterschap, ook als dat waterschap ligt in het gebied van twee of meer gewesten.
13. Het gewestelijk bestuur draagt zorg voor publicatie van het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst en voor
inschrijving bij het hoofdstembureau.

Artikel 7.9. De lijstverbinding
De gewestelijke vergadering stelt vast of en met welke andere partij(en) een lijstverbinding aangegaan zal worden.

Artikel 7.10. De positie van de lijsttrekker
1. De beoogd lijsttrekker heeft het recht het gewestelijk bestuur over het ontwerpverkiezingsprogramma en de
ontwerpkandidatenlijst te adviseren voordat de besluitvorming hierover in het bestuur plaats vindt.
2. De lijsttrekker heeft het recht in de vergadering(en) waarin het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst worden
vastgesteld, zijn visie hierop kenbaar te maken voorafgaande aan de stemmingen hierover.

Artikel 7.11. De vorming van het dagelijks bestuur
1. De waterschapsfractie zorgt dat het gewestelijk bestuur de onderhandelingen goed kan volgen en in staat is om de
fractie hierover te adviseren. Een vertegenwoordiger van het gewestelijk bestuur woont de vergaderingen van de fractie
hierover bij met raadgevende stem.
2. Een vertegenwoordiger van het gewestelijk bestuur woont de binnen partijverband te voeren selectiegesprekken met
kandidaten voor een positie in het dagelijks bestuur bij met raadgevende stem. Deze vertegenwoordiger voorziet de
gewestelijke vergadering tijdig van informatie.
3. Indien de waterschapsfractie met (een) andere fractie(s) overeenstemming heeft bereikt over een coalitieakkoord en
de samenstelling van het dagelijks bestuur, legt zij, alvorens tot ondertekening over te gaan, aan de gewestelijke
vergadering verantwoording af over het bereikte onderhandelingsresultaat. Om deel te nemen aan het dagelijks bestuur
van het waterschap dient de gewestelijke vergadering in te stemmen met deelname. De gewestelijke vergadering kan dit
oordeel overlaten aan het gewestelijk bestuur.
4. In geval van een tussentijdse vacature in het dagelijks bestuurder van het waterschap waarbij de waterschapsfractie in
de gelegenheid is een kandidaat voor te dragen, gelden zoveel mogelijk de bepalingen uit dit reglement inzake de
selectie en voordracht van kandidaten voor het dagelijks bestuur.
5. Voor zover het coalitieakkoord afwijkt van het verkiezingsprogramma, treedt het in de plaats van het
verkiezingsprogramma, totdat de waterschapsfractie haar steun aan het coalitieakkoord intrekt. Wanneer het
coalitieakkoord niet in een aangelegenheid voorziet, is de fractie gebonden aan het eigen verkiezingsprogramma.

Artikel 7.12. Het functioneren van de waterschapsfractie en het voeren van voortgangsgesprekken
1. De waterschapsfractie en de individuele leden daarvan bevorderen de verwezenlijking van de doelstellingen van de
partij en in het bijzonder van het verkiezingsprogramma in het waterschapsbestuur.
2. De waterschapsfractie kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris.
3. Een vertegenwoordiger van het gewestelijk bestuur heeft het recht alle vergaderingen van de waterschapsfractie bij te
wonen. Hij heeft daarin een raadgevende stem.
4. De waterschapsfractie en de fractieleden spannen zich in om zo goed mogelijke contacten te onderhouden met de
geledingen, de leden en de kiezers van de partij. De waterschapsfractie legt minimaal één keer per jaar verantwoording
af aan de gewestelijke vergadering over het door de fractie gevoerde beleid en de activiteiten.
5. De gewestelijke vergadering kan de fractie en haar leden vragen verantwoording af te leggen over de activiteiten en
de ingenomen standpunten. Andersom heeft de fractie het recht dat uit eigen beweging te doen.
6. Het bestuur draagt er zorg voor dat de leden van de waterschapsfractie of de leden van de partij die deel uitmaken van
een door de partij erkende gemeenschappelijke fractie worden uitgenodigd voor het bijwonen van gewestelijke
vergaderingen.
7. Het gewestelijk bestuur is gehouden jaarlijks voortgangsgesprekken te (doen) voeren met de leden van de
waterschapsfractie. Het bestuur kan besluiten deze gesprekken te laten voeren door een delegatie uit het bestuur of door
een adviescommissie waarvan al dan niet leden van het bestuur deel uitmaken. Deze gesprekken betreffen het
functioneren en de ontwikkeling van de betreffende fractieleden. Bij gesprekken die gevoerd worden in de aanloop naar
een nieuwe kandidaatstelling bij de waterschapsverkiezingen waarbij betrokkene overweegt kandidaat te zijn, kan het
gewestelijk bestuur of de commissie die namens het bestuur het gesprek voert, een indicatie geven van de steun die de
betrokkene hierbij kan verwachten.
8. De fractievoorzitter verschaft inlichtingen aan het gewestelijk bestuur of de commissie die de voortgangsgesprekken
voert over het functioneren van de leden van de fractie van het waterschap ten behoeve van het voeren van de
voortgangsgesprekken. De fractievoorzitter kan aan de gesprekken deelnemen.
9. Voordat de verslagen op schrift definitief worden vastgelegd, wordt het betrokken fractielid in de gelegenheid gesteld
commentaar op de tekst te geven. Voor zover dit niet leidt tot wijziging van de tekst, wordt het commentaar aan het
verslag gehecht.
10. De verslagen van de voortgangsgesprekken, evenals eventueel daarmee verbonden commentaar van degene met wie
is gesproken, worden vertrouwelijk ter beschikking gesteld aan het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie ter voorbereiding van de ontwerpkandidatenlijst.

Artikel 7.13. Waterschappen die in twee of meer gewesten liggen
1. Indien een waterschap ligt in twee of meer gewesten, dan is het gewestelijk bestuur leidend van het gewest
waarbinnen de hoofdzetel van het waterschap ligt.
2. Het gewestelijk bestuur dat leidend is conform lid 1, draagt er zorg voor dat de andere betrokken gewesten
aangesloten zijn en blijven bij het voorbereiden van verkiezingen voor het waterschap, de vorming van het dagelijks
bestuur en het volgen van de fractie.
3. Indien tussen gewesten geen overeenstemming is over de wijze waarop aangelegenheden met betrekking tot de
waterschapsverkiezingen, de waterschapsfractie of de politiek rond een waterschap zijn geregeld of zich ontwikkelen,
dan kan elk betrokken gewestelijk bestuur of de waterschapsfractie een beroep doen op het partijbestuur om te
bemiddelen of maatregelen te nemen.

Artikel 7.14. Slotbepalingen
1. In geval van samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 7.1. lid 2, wordt zoveel mogelijk volgens de strekking
van dit reglement gehandeld.
2. Voor zover zich concrete situaties voordoen die niet voorzien zijn in dit reglement, wordt zoveel mogelijk naar de
geest van dit reglement gehandeld. Bij onduidelijkheden daarover beslist het partijbestuur.

Toelichting op de reglementen, deel 7.
Deelname aan het waterschapsbestuur
1. Algemene opmerkingen
In deel 7 van de reglementen zijn de bepalingen opgenomen die gaan over de voorbereiding en de deelname aan de
waterschapsverkiezingen, maar ook wat daarna komt. De vorming van het dagelijks bestuur en het functioneren van de
waterschapsfractie. Het is essentieel dat een gewest ruim voor de verkiezingen vaststelt of men wil deelnemen aan de
waterschapsverkiezingen, hoe men wil deelnemen en wat daarvoor allemaal moet gebeuren.
Een belangrijke vraag waar men direct in het begin al voor geplaatst wordt, als wordt deelgenomen aan de verkiezingen,
is: hoe komen we aan kandidaten en hoe maken we een goede kandidatenlijst?
In principe stelt het gewestelijk bestuur de ontwerpkandidatenlijst op, geeft de leden de gelegenheid zich te kandideren
en gaat op zoek naar kandidaten en doet verder alle voorbereidingen om een ontwerpkandidatenlijst te maken die aan de
gewestelijke vergadering wordt voorgelegd. Direct aan het begin kan ook gekozen worden voor een onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie die dan de taken van het gewestelijk bestuur overneemt. Vooral als een gewestelijk bestuur
veel onervaren leden heeft of als er veel leden van het gewestelijk bestuur zelf kandidaat zijn, is het verstandig een
dergelijke onafhankelijke kandidaatstellingscommissie in te stellen. Als het aantal leden van het gewestelijk bestuur dat
kan deelnemen aan een kandidaatstellingsprocedure minder dan 3 bedraagt, dient altijd een onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie te worden gevormd. Dit kan ook op een later moment blijken dan bij het vaststellen van de
procedure.
Omdat de meeste gewesten te maken hebben met twee of meer waterschappen, is het extra belangrijk om bij het begin
van de procedure dit soort zaken goed te overdenken en praktische keuzes te maken. Als het daarbij gaat om
waterschappen die in twee of meer gewesten liggen, is het noodzakelijk dat onderling overleg gevoerd wordt hoe de
zaken worden aangepakt.
Als gewerkt wordt met een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie dan moet die worden ingesteld door de
gewestelijke vergadering, ook qua samenstelling, en rapporteert rechtstreeks aan die zelfde gewestelijke vergadering of
aan een vergadering waarin de afdelingen zijn vertegenwoordigd die liggen in het gebied van het waterschap.
Als eenmaal de verkiezingen zijn geweest, komt de gevoelige periode van het onderhandelen over een dagelijks bestuur
van het waterschap. Als de partij aan die onderhandelingen meedoet, is het de verantwoordelijkheid van de
waterschapsfractie die onderhandelingen te voeren. Als de onderhandelingen leiden tot de deelname van de partij in een
coalitie, dan moet de gewestelijke vergadering instemmen met deelname. Een dergelijke beoordeling kan door de
gewestelijke vergadering worden overgelaten aan het gewestelijk bestuur. Het is niet de bedoeling dat de gewestelijke
vergadering "mee gaat onderhandelen". Als de behoefte bestaat boodschappen mee te geven ten behoeve van die
onderhandelingen, dan moet dat vooraf aan de onderhandelingen gebeuren. Bij de vraag of de gewestelijke vergadering
(of het gewestelijk bestuur) instemt met de deelname van de partij op grond van het onderhandelingsresultaat, gaat het
er om dat het eigen verkiezingsprogramma ondergeschikt wordt aan het coalitieakkoord. De waterschapsfractie kiest
daarvoor, maar het moet ook een keuze zijn van de gewestelijke vergadering (of het gewestelijk bestuur).
Een belangrijk verschil met alle andere verkiezingen en de bepalingen die daarbij worden gesteld, is het monistisch
karakter van het waterschap. De dagelijks bestuurders, behoudens de dijkgraaf, zijn en blijven lid van het "algemeen
bestuur" van het waterschap. Allerlei bepalingen die bij de dualistische situatie van het lokaal bestuur en het provinciaal
bestuur zijn opgenomen in de reglementen, zijn niet van toepassing bij de deelname aan het waterschapsbestuur of zijn
net wat anders geformuleerd.
Een andere belangrijke kwestie is de deelname van zogenaamde functionele lijsten aan de verkiezingen van een
waterschapsbestuur, naast de rechtstreeks benoemde leden in het waterschapsbestuur op zogenaamde geborgde zetels.
De partij voert een "tolerant" beleid ten aanzien van partijgenoten die via functionele lijsten of op geborgde zetels deel
(gaan) uitmaken van het waterschapsbestuur. Als hierdoor spanningen optreden, bijvoorbeeld omdat iemand die op een
functionele lijst staat zich nadrukkelijk presenteert als lid van de partij, dan kan een gewestelijk bestuur of de betrokken
waterschapsfractie van de partij echter wel degelijk aankaarten dat bemiddeling of maatregelen noodzakelijk zijn.
Dergelijke kwesties vallen buiten het bestek van deze reglementen, maar hangen samen met artikel 4 van de statuten en
artikel 1.21. tot en met 1.24. van de reglementen, deel 1. De begrenzing van waterschappen komt zelden overeen met
die van de gewesten. In deze reglementen zijn daarom bepalingen opgenomen die het mogelijk maken voor een
gewestelijk vergadering om aangelegenheden te delegeren naar de samenwerking van afdelingen in een regio binnen het
gewest dat overeenkomt met het gebied van een waterschap. Verder zijn bepalingen opgenomen die ertoe strekken de
samenwerking van gewesten vorm te geven als een waterschap in twee of meer gewesten ligt.

2. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 7.1. De waterschapsfractie
In dit artikel wordt aangegeven dat de kandidaten die verkozen zijn op een lijst van de partij met elkaar in het
waterschapsbestuur de fractie van de Partij van de Arbeid vormen. Het kan voorkomen dat de partij met andere partijen
in één fractie samenwerkt of zelfs een gemeenschappelijke kandidatenlijst voert.

Artikel 7.2. De taken van het gewestelijk bestuur bij de deelname aan het waterschapsbestuur
De rol van het gewestelijk bestuur bij de deelname aan de waterschapspolitiek vraagt de uitvoering van verschillende en
uiteenlopende taken. De gewestelijke vergadering kan er bij sommige taken voor kiezen, al dan niet op voorstel van het
gewestelijk bestuur, om taken in handen te geven van een commissie die door de gewestelijke vergadering zelf wordt
gevormd. Het gewestelijk bestuur kan zich voor taken laten bijstaan door partijgenoten van buiten het bestuur.

Artikel 7.3. De voorbereiding van de deelname aan de verkiezingen
In dit artikel wordt geregeld dat een gewestelijke vergadering tijdig een aantal beslissingen neemt over de deelname aan
en voorbereiding van de verkiezingen. Als deze beslissing niet wordt genomen, dan liggen alle voorbereidende
handelingen bij het gewestelijk bestuur en is er geen sprake van een ledenraadpleging over de positie van lijsttrekker.
Als het op voorhand duidelijk is dat zal worden deelgenomen aan de waterschapsverkiezingen, ligt het voor de hand de
stappen in lid 2 en 3 in één vergadering tijdig te nemen.
In gewesten die te maken hebben met twee of meer waterschappen verdient het aanbeveling om via de instelling van
aparte onafhankelijke kandidaatstellingscommissies of adviescommissies van het gewestelijk bestuur de
kandidaatstellingsprocedures van de verschillende waterschappen gescheiden te houden. Het houden van een
ledenraadpleging over een lijsttrekker is een algemeen instrument in de partij. Gelet op de weinig geprofileerde positie
van de waterschappen dienen zeer goede redenen aanwezig te zijn om een ledenraadpleging te houden in het kader van
de verkiezing van de lijsttrekker bij waterschapsverkiezingen.

Artikel 7.4. De besluitvorming over het verkiezingsprogramma
Om deel te kunnen nemen aan verkiezingen is het noodzakelijk een verkiezingsprogramma te hebben. In dat
programma wordt weergegeven wat in algemene zin het beleid is dat de partij wil voeren in het waterschapsbestuur,
terwijl ook over specifieke onderwerpen een standpunt wordt ingenomen. Het verdient aanbeveling dat bij het maken
van een ontwerpverkiezingsprogramma de balans wordt opgemaakt hoe het staat met de uitvoering van het lopende
verkiezingsprogramma.
Het verkiezingsprogramma wordt vastgesteld door de gewestelijke vergadering en dient als houvast voor de fractie die
gaat optreden in het waterschapsbestuur.
Als kandidaten voor een positie op de kandidatenlijst bij één of meer onderdelen een voorbehoud maken (lees: een
ander standpunt hebben en daarnaar willen handelen), dan moeten zij dit (schriftelijk) bekend maken aan de
gewestelijke vergadering voordat deze de ontwerpkandidatenlijst gaat behandelen. Als in een zelfde vergadering
eerst het verkiezingsprogramma wordt vastgesteld en vervolgens de ontwerpkandidatenlijst in behandeling wordt
genomen, kan het lastig zijn om een voorbehoud schriftelijk bekend te maken. In dat geval dient een kandidaat het
voorbehoud in elk geval helder aan de gewestelijke vergadering mondeling toe te lichten en dient daarvan in de notulen
melding te worden gemaakt.
Bij de eerste verkiezingen met lijsten in 2008, heeft de partij ervoor gekozen om een "waterschapsmanifest" te maken
en in veel gewesten is dat benut als verkiezingsprogramma voor de afzonderlijke waterschapsverkiezingen. Die
mogelijkheid bestaat ook in de toekomst, dat via een gemeenschappelijk waterschapsmanifest, eventueel aangevuld per
waterschap met enkele specifieke punten, een verkiezingsprogramma wordt gepresenteerd.

Artikel 7.5. Profielschets en kandidaatstelling
In dit artikel wordt bepaald dat de gewestelijke vergadering een profielschets moet vaststellen voordat de
kandidaatstelling begint. Die profielschets biedt inzicht aan geïnteresseerde kandidaten, maar biedt ook het houvast
voor het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie en de gewestelijke vergadering bij het
vaststellen van de (ontwerp)kandidatenlijst.
Gedurende een bepaalde periode wordt geïnteresseerden de gelegenheid gegeven zich kandidaat te stellen. Die
kandidatuur kan niet eerder in behandeling worden genomen dan nadat een kandidaat voor een bepaalde datum een
bereidverklaring en de verklaring op basis van de erecode heeft ondertekend.

Artikel 7.6. De ledenraadpleging over de lijsttrekker
Als een gewestelijke vergadering besloten heeft een ledenraadpleging te houden over het vervullen van de positie van
lijsttrekker, dan geeft dit artikel de bepalingen die daarbij in acht genomen moeten worden. Overigens dient men ook
goed kennis te nemen van de bepalingen die hierover zijn opgenomen in deel 1 van de reglementen.
Als er geen beslissing of niet op tijd een beslissing is genomen over een dergelijke ledenraadpleging, dan wordt deze
niet gehouden. Ook als zich kandidaten melden voor die positie, ook als ze zelfs al voldoende handtekeningen blijken te
hebben verzameld, dan is er geen sprake van. Hiervoor geldt dat spelregels niet kunnen veranderen tijdens de rit.
Het is wel mogelijk dat een voorgenomen ledenraadpleging moet worden afgeblazen, omdat er niet minstens twee
kandidaten zijn die aan de vereisten voldoen en ook voldoende handtekeningen hebben verzameld.
Als er een ledenraadpleging is over de positie van lijsttrekker, dan dienen de bepalingen in acht genomen te worden die
bij elke keuze over personen bestaan. Het kan soms heel gevoelig liggen om een kandidaat te moeten weigeren wegens
onvoldoende geschiktheid om die positie te bekleden, maar het accepteren van een ongeschikte kandidaat die wel wordt
verkozen kan op een later moment tot een hoop ellende leiden.

Artikel 7.7. Het voorbereiden en opstellen van de ontwerpkandidatenlijst
Het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie begint de werkzaamheden die moeten leiden
tot een ontwerpkandidatenlijst met een verzameling kandidaten die de bereidverklaring en de verklaring op basis van de
erecode hebben ondertekend en met een profielschets. Het kan zijn dat na de aanmelding of op enig moment daarna
blijkt dat er onvoldoende kandidaten beschikbaar zijn of dat het gewenste evenwicht op de kandidatenlijst onvoldoende
bereikt kan worden. Het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie is dan in de gelegenheid
actief op zoek te gaan naar geschikte kandidaten.
De gewestelijke vergadering bepaalt, binnen de wettelijke normen, hoeveel kandidaten daadwerkelijk op de
kandidatenlijst geplaatst worden. Als er meer kandidaten beschikbaar zijn dan er plaatsen zijn op de
ontwerpkandidatenlijst, dan komen de overige kandidaten op de (alfabetische) lijst van niet geplaatste kandidaten. De
gewestelijke vergadering kan bij het vaststellen van de kandidatenlijst gebruik maken van alle nog beschikbare
kandidaten.
Kandidaten kunnen zich terugtrekken totdat ze op de lijst geplaatst zijn. Het komt vaak voor dat kandidaten die niet op
de ontwerpkandidatenlijst geplaatst zijn of in hun ogen niet hoog genoeg op de ontwerpkandidatenlijst zijn geplaatst
terstond niet meer beschikbaar willen zijn. Dat dient gerespecteerd te worden, al beperkt het wel de keuze van de
gewestelijke vergadering. Mede in verband hiermee is in het reglement opgenomen dat de ontwerpkandidatenlijst
gewijzigd kan worden tot aan het moment dat deze aan de afdelingen en de afgevaardigden wordt gezonden.
Het is niet verstandig een kandidatenlijst zo lang mogelijk te maken. Het verdient aanbeveling op de kandidatenlijst (en
dus om te beginnen op de ontwerpkandidatenlijst) alleen kandidaten te vermelden waarvan het vertrouwen bestaat dat
zij voldoende geschikt zijn om deel te nemen aan het waterschapsbestuur. Zowel door opvolging als de lage
voorkeursdrempel dient er immers rekening mee gehouden te worden dat elke kandidaat in aanmerking kan komen om
een zetel in het waterschapsbestuur te bezetten.
Wie kandidaat is of nauwe betrekkingen met een kandidaat onderhoudt, kan niet zitting nemen in het gewestelijk
bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie die een ontwerpkandidatenlijst voorbereidt en vaststelt. Als
het de bedoeling is dat het gewestelijk bestuur deze werkzaamheden op zich neemt, maar het aantal beschikbare
bestuursleden zakt beneden 3, dan dient alsnog een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie te worden gekozen
door de gewestelijke vergadering. (Artikel 7.2.) Het is overigens geen bezwaar als bestuursleden deel uitmaken van een
dergelijke onafhankelijke kandidaatstellingscommissie.

Artikel 7.8. De besluitvorming over de ontwerpkandidatenlijst
In dit artikel staan de bepalingen over de wijze waarop de kandidatenlijst vastgesteld moet worden in de gewestelijke
vergadering. Dit artikel kan niet worden losgezien van de bepalingen over dergelijke besluitvorming die zijn
opgenomen in deel 1 van de reglementen, met name hetgeen in de artikelen 1.10. en 1.12. daarvan is geregeld.
Bijna altijd verdient het aanbeveling dat een vergadering waarin een kandidatenlijst wordt vastgesteld, geleid wordt
door een ervaren partijgenoot die op geen enkele manier betrokken is geweest bij de kandidaatstelling. Als de voorzitter
zelf betrokken is bij de kandidaatstelling, is het ook beter een ander de vergadering te laten leiden waarop de
kandidatenlijst wordt vastgesteld.
Als de kandidatenlijst is vastgesteld, zorgt het gewestelijk bestuur voor de verdere afwerking, zoals het indienen van de
kandidatenlijst.

Artikel 7.9. De lijstverbinding
Het kan wenselijk zijn om een lijstverbinding aan te gaan met één of meer andere partijen die deelnemen aan de
verkiezingen voor het waterschapsbestuur. De belangrijkste overweging is dat dit voor de partijen die deelnemen aan de
lijstverbinding mogelijk een extra zetel kan opleveren op grond van de uitslag. Een dergelijke beslissing, of een
lijstverbinding wordt aangegaan, is aan de gewestelijke vergadering. De gewestelijke vergadering kan ook de opdracht
meegeven aan het gewestelijk bestuur om met andere partijen het gesprek aan te gaan over een lijstverbinding.

Artikel 7.10. De positie van de lijsttrekker
Indien een gewestelijke vergadering heeft besloten tot het houden van een ledenraadpleging over de verkiezing van de
lijsttrekker, dan levert de uitslag een "beoogd lijsttrekker" op. In dit artikel zijn bepalingen opgenomen welke rechten
een beoogd lijsttrekker heeft.
Indien, wat meestal het geval zal zijn, er geen ledenraadpleging wordt gehouden, maar de lijsttrekker pas bekend is bij
de vaststelling van de kandidatenlijst, kan toch al wel in de zelfde geest gehandeld worden. Als immers de
ontwerpkandidatenlijst naar de afdelingen en afgevaardigden is gezonden, is ook sprake van een beoogd lijsttrekker die
het recht heeft aan de gewestelijke vergadering advies te geven bij de vaststelling van het verkiezingsprogramma en de
kandidatenlijst.

Artikel 7.11. De vorming van het dagelijks bestuur
De onderhandelingen over de vorming van het dagelijks bestuur van het waterschap is een zaak van de
waterschapsfractie. De fractie onderhandelt, draagt kandidaat-dagelijks bestuurders van het waterschap voor enzovoort.
Als de onderhandelingen over een nieuw dagelijks bestuur van het waterschap zijn afgerond, legt de waterschapsfractie
verantwoording af aan de gewestelijke vergadering, en krijgt de gewestelijke vergadering de gelegenheid om al dan niet
in te stemmen met toetreding tot het dagelijks bestuur van het waterschap. Die instemming is belangrijk, omdat immers
het verkiezingsprogramma voor een deel wordt vervangen door het
coalitieakkoord. Zeker als er in een gewest meer waterschappen liggen, kan de gewestelijke vergadering besluiten om
de instemming over deelname aan het dagelijks bestuur van een waterschap over te laten aan het gewestelijk bestuur.
Als in een gewest behoefte is aan het geven van advies over de te voeren onderhandelingen bij het vormen van een
dagelijks bestuur, dan dient een dergelijk advies voorafgaand aan de onderhandelingen te worden meegegeven aan de
waterschapsfractie.
Als het er niet naar uit ziet dat de partij deelneemt in het dagelijks bestuur van het waterschap, dan kan met de
bepalingen in dit artikel terughoudend worden omgegaan.

Artikel 7.12. Het functioneren van de fractie en het voeren van voortgangsgesprekken
Vanaf de installatie van het nieuw verkozen waterschapsbestuur, is het gewestelijk bestuur verantwoordelijk om de
waterschapsfractie en de afzonderlijke fractieleden te volgen. Een belangrijk aspect daarvan betreft het voeren van
voortgangsgesprekken, die de gelegenheid geven over en weer te reflecteren op de ontwikkeling van een lid van de
waterschapsfractie.

Artikel 7.13. Waterschappen die in twee of meer gewesten liggen
Nogal wat waterschappen liggen in twee of meer provincies. Het Waterschap Rivierenland ligt zelfs in vier
verschillende provincies, zodat bij de verkiezingen ervan vier gewesten zijn betrokken. Dit artikel regelt dat in zo´n
geval de leidende rol ligt bij het gewest waarbinnen de hoofdzetel van het waterschap ligt. Als gewesten er onderling
niet uitkomen, is geregeld dat het partijbestuur kan bemiddelen en in uiterste instantie kan ingrijpen.

Artikel 7.14. Slotbepalingen
In het laatste artikel wordt geregeld dat bij afwijkende situaties zo veel mogelijk op basis van dit deel van de
reglementen wordt geopereerd.