Statuten en huishoudelijk reglementen PvdA




Deel 6. Deelname aan het provinciaal bestuur

Artikel 6.1. De Statenfractie
1. De leden van Provinciale Staten die verkozen zijn op één gezamenlijke lijst onder de naam Partij van de Arbeid
vormen de Statenfractie van de partij.
2. Indien de gewestelijke vergadering dat heeft goedgekeurd, vormen de Statenleden van de partij een fractie met
Statenleden van één of meer andere partijen of zijn onderdeel van een fractie van een provinciale groepering waarin de
partij deelneemt.

Artikel 6.2. De taken van het gewestelijk bestuur bij de deelname aan het provinciaal bestuur
1. De taken van het gewestelijk bestuur zijn:
a. het werven van potentiële kandidaten voor een positie in het provinciaal bestuur;
b. het organiseren van de kandidaatstelling voor Provinciale Staten en het zorg dragen voor de activiteiten die daarbij
moeten plaatsvinden;
c. indien de gewestelijke vergadering gekozen heeft voor het houden van een ledenraadpleging over het
lijsttrekkerschap, dient een lijst opgesteld te worden van geschikte personen uit de kandidaten die voldoende
handtekeningen kunnen overleggen;
d. het toetsen van kandidaten aan de vooraf in de profielschets geformuleerde eisen;
e. het opstellen, toelichten en verdedigen van de ontwerpkandidatenlijst;
f. het voorbereiden van een ontwerpverkiezingsprogramma;
g. het voeren van voortgangsgesprekken met en beoordelen van (de leden van) de zittende fractie en door de fractie
voorgedragen gedeputeerden.
2. Het gewestelijk bestuur kan zich bij de uitvoering van de in lid 1 genoemde taken, zoals het voorbereiden en
vaststellen van de ontwerpkandidatenlijst, laten bijstaan door een commissie, waarbij de verantwoordelijkheid van het
bestuur voor die taak onverlet blijft.
3. De gewestelijke vergadering kan besluiten om het voorbereiden en vaststellen van een ontwerpkandidatenlijst, zoals
vermeld in lid 1, sub d en e, in handen te geven van een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie. De gewestelijke
vergadering kan besluiten ook andere taken in handen te leggen van een commissie die wordt ingesteld door de
gewestelijke vergadering.

Artikel 6.3. De voorbereiding van de deelname aan de verkiezingen
1. Het partijbestuur stelt ten behoeve van de Statenverkiezingen een schema van voorbereiding op, dat uiterlijk 18
maanden vóór de verkiezingen wordt gepubliceerd. Het gewestelijk bestuur neemt dit schema bij zijn werkzaamheden
in acht. Dit schema vermeldt in elk geval de uiterste datum waarop onder verantwoordelijkheid van het gewestelijk
bestuur na overleg met de fractie een profielschets wordt opgesteld en gepubliceerd en de uiterste datum waarop leden
bij het gewestelijk bestuur een gemotiveerde sollicitatiebrief kunnen indienen.
2. Uiterlijk 15 maanden voor de datum van de Statenverkiezingen stelt de gewestelijke vergadering vast of
deelgenomen wordt aan deze verkiezingen en op welke wijze.
3. Indien wordt besloten aan de verkiezingen deel te nemen stelt de gewestelijke vergadering uiterlijk 14 maanden voor
de datum van de Statenverkiezingen een draaiboek vast voor de voorbereidingen van deze verkiezingen. Daaronder
vallen in elk geval de werkwijze bij het opstellen van het ontwerpverkiezingsprogramma, de profielschets en de
ontwerpkandidatenlijst.
4. In de vergadering als bedoeld in lid 3 wordt tevens vastgesteld of er voor de vervulling van de positie van lijsttrekker
een ledenraadpleging wordt gehouden. Als een dergelijke beslissing niet op dat moment wordt genomen, kan niet op
een later moment alsnog besloten worden om een ledenraadpleging hierover te houden.
5. In de vergadering als bedoeld in lid 3 wordt tevens besloten of de ontwerpkandidatenlijst wordt opgesteld door het
gewestelijk bestuur of door een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie.
Indien voor de werkzaamheden inzake de kandidaatstelling het gewestelijk bestuur minder dan 3 leden telt, wordt een
onafhankelijke kandidaatstellingscommissie ingesteld. Leden van het gewestelijk bestuur kunnen lid zijn van de
onafhankelijke kandidaatstellingscommissie.
Ook wordt vastgesteld op welke wijze de fractie geadviseerd wordt inzake de keuze van de kandidaat-gedeputeerde( n)
en of daar een aparte selectiecommissie voor zal worden ingesteld.
6. Indien het gewestelijk bestuur de ontwerpkandidatenlijst opstelt, nemen bestuursleden die kandidaat zijn of
voornemens zijn kandidaat te zijn, danwel nauwe betrekkingen onderhouden met beschikbare kandidaten, tot aan de
vaststelling van de kandidatenlijst geen deel aan de beraadslagingen en andere activiteiten inzake de opstelling van de
ontwerpkandidatenlijst.
7. Indien tot de instelling van een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie is besloten, worden de leden daarvan
benoemd door de gewestelijke vergadering. Deze commissie stelt de conceptprofielschets en de ontwerpkandidatenlijst
op en legt deze rechtstreeks voor aan en verdedigt deze op de gewestelijke vergadering. Het gewestelijk bestuur heeft in
dat geval een facilitaire taak.
8. Indien een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie de ontwerpkandidatenlijst opstelt, kunnen leden die kandidaat
zijn of voornemen kandidaat te zijn, danwel nauwe betrekkingen onderhouden met beschikbare kandidaten, geen deel
uitmaken van een dergelijke commissie. De leden van de zittende Statenfractie of gedeputeerden kunnen geen deel
uitmaken van een dergelijke onafhankelijke kandidaatstellingscommissie.
9. Het gewestelijk bestuur kan zich door een adviescommissie laten bijstaan. De bepalingen voor het gewestelijk
bestuur inzake het opstellen van de ontwerpkandidatenlijst zijn gelijkelijk van toepassing voor de werkzaamheden en de
samenstelling van een dergelijke adviescommissie. Leden van de zittende Statenfractie of gedeputeerden kunnen geen
deel uitmaken van deze adviescommissie. Ook indien het gewestelijk bestuur zich laat bijstaan door een
adviescommissie, stelt het gewestelijk bestuur de ontwerpkandidatenlijst vast en legt deze aan de gewestelijke
vergadering voor.
10. De gewestelijke vergadering besluit over samenwerking met andere partijen. Indien besloten wordt om samen met
een andere partij een kandidatenlijst op te stellen, worden alle werkzaamheden zoveel mogelijk op dezelfde wijze
georganiseerd als in het geval dat de partij zelfstandig een kandidatenlijst zou indienen.
11. Het gewestelijk bestuur draagt tot de dag van de verkiezingen zorg voor de eventuele afstemming met andere
partijen, zoals besprekingen over een lijstverbinding, samenwerking in de campagne of de vorming van een
gezamenlijke fractie.

Artikel 4. De besluitvorming over het verkiezingsprogramma
1. Het ontwerpverkiezingsprogramma wordt opgesteld door of onder verantwoordelijkheid van het gewestelijk bestuur.
2. De gewestelijke vergadering stelt uiterlijk 6 weken voor de wettelijke kandidaatstellingsdatum het
verkiezingsprogramma vast.
3. Het gewestelijk bestuur zendt minstens 2 weken voor de gewestelijke vergadering waarin het verkiezingsprogramma
wordt vastgesteld, het ontwerpverkiezingsprogramma toe aan de afdelingssecretarissen en de afgevaardigden. Daarbij
wordt bekend gemaakt hoe de afdelingen amendementen kunnen indienen en voor welke datum die beschikbaar moeten
zijn.
4. Een lid van een Statenfractie is gebonden aan het verkiezingsprogramma dat voor deze verkiezingen is vastgesteld,
tenzij hij voordat de ontwerpkandidatenlijst in behandeling wordt genomen door de gewestelijke vergadering
schriftelijk een zwaarwegend persoonlijk voorbehoud heeft kenbaar gemaakt ten opzichte van onderdelen van het
programma.
5. De in lid 4 bedoelde binding wordt opgeheven, wanneer het afleggen van verantwoording over een afwijking van het
verkiezingsprogramma niet leidt tot de terugroeping van het betrokken fractielid.
6. Bij de besluitvorming over de vaststelling van het verkiezingsprogramma worden de bepalingen inzake de
vergaderorde en besluitvorming, in het bijzonder de stemming over zaken zoals beschreven in hoofdstuk 1.1 van deel 1
van de reglementen in acht genomen.

Artikel 6.5. Profielschets en kandidaatstelling
1. Alvorens de kandidaatstelling geopend wordt, wordt de profielschets van de toekomstige Statenfractie opgesteld en
aan de gewestelijke vergadering voorgelegd ter vaststelling. De profielschets bevat een advies betreffende de gewenste
samenstelling van de fractie en de eisen waaraan de individuele fractieleden moeten voldoen. In de profielschets wordt
apart aandacht besteed aan de lijsttrekker, de fractievoorzitter en de gedeputeerde( n). De profielschets dient
beschikbaar te zijn wanneer de kandidaatstelling geopend wordt.
De conceptprofielschets wordt opgesteld door het gewestelijk bestuur, na overleg met de Statenfractie.
In de profielschets wordt in elk geval opgenomen dat bij de samenstelling van de fractie wordt gestreefd naar een
gelijke vertegenwoordiging qua sekse en naar een evenwichtige spreiding qua leeftijd, regio en diversiteit.
2. Aan de leden woonachtig in het gewest wordt door het gewestelijk bestuur bekend gemaakt in welke periode en voor
welke datum men zich kandidaat kan stellen en op welke wijze dat moet gebeuren. Tevens wordt de vastgestelde
profielschets onder de aandacht gebracht.
3. Leden van de partij kunnen zich schriftelijk of per mail aan de secretaris van het gewestelijk bestuur als kandidaat
aanmelden. Zij overleggen daarbij een gemotiveerde sollicitatiebrief en andere informatie die bij de aankondiging in lid
2 werd gevraagd.
4. Zodra de secretaris deze aanmelding ontvangt, worden aan het kandiderend lid een bereidverklaring en een verklaring
als bedoeld in artikel 1.28. lid 3 van deel 1 van de reglementen ter ondertekening toegezonden. Pas als de secretaris de
bereidverklaring en de in de vorige volzin bedoelde verklaring, ondertekend door de kandidaat, heeft ontvangen voor de
datum als vermeld in het in artikel 6.3. lid 3 bedoelde draaiboek, kan het lid tot de procedure worden toegelaten.
Aanvullend hierop kan door of namens het bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie op elk moment
van de kandidaatstellingsprocedure aan een kandidaat een Verklaring Omtrent Gedrag worden gevraagd.
5. Het gewestelijk bestuur kan een lid de toegang tot de kandidaatstellingsprocedure weigeren als dat lid duidelijk niet
past in de vastgestelde profielschets danwel dat te verwachten is dat het toelaten van deze kandidaat de partij ernstige
schade zal toebrengen. Dit wordt het lid minstens 5 weken voor de vaststelling van de kandidatenlijst schriftelijk
bericht. Hierbij wordt hem de beroepsmogelijkheid meegedeeld.
6. Wanneer een kandidaat niet (meer) wordt toegelaten tot de kandidaatstellingsprocedure, heeft deze het recht om
binnen 7 dagen schriftelijk in beroep te gaan bij de beroepscommissie. Het instellen van beroep heeft geen opschortende
werking inzake de werkzaamheden ten behoeve van het opstellen van de ontwerpkandidatenlijst. De beroepscommissie
kan een nadere schriftelijke motivering vragen aan het gewestelijk bestuur of het betrokken lid danwel hen oproepen om
gehoord te worden.
7. De beroepscommissie toetst of het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke commissie in redelijkheid tot zijn besluit
heeft kunnen komen. De beroepscommissie doet uitspraak binnen 14 dagen na de ontvangst van het beroepschrift. Deze
uitspraak wordt het betrokken lid onverwijld meegedeeld en is niet vatbaar voor hoger beroep. De uitspraak is
vertrouwelijk.
8. Indien het beroep gegrond wordt verklaard, wordt de kandidatuur van het betrokken lid direct in de
kandidaatstellingsprocedure betrokken. Het lid wordt alsnog op de ontwerpkandidatenlijst of op de alfabetische lijst van
niet geplaatste kandidaten geplaatst. Indien de ontwerpkandidatenlijst reeds is gepubliceerd, wordt de aangepaste
ontwerpkandidatenlijst met de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten zo spoedig mogelijk aan de leden
gezonden.

Artikel 6.6. De ledenraadpleging over de positie van lijsttrekker
1. De ledenraadpleging over de positie van lijsttrekker vindt alleen plaats indien de gewestelijke vergadering bij het
vaststellen van de verkiezingsprocedure als bedoeld in artikel 6.3. lid 3 heeft bepaald een ledenraadpleging te houden
over de vervulling van de positie van de lijsttrekker. Als niet op dat moment beslist is tot het houden van een
ledenraadpleging, kan niet in een later stadium alsnog besloten worden een ledenraadpleging te houden.
2. De ledenraadpleging die bedoeld is om een lijsttrekker aan te wijzen, wordt op een zodanig tijdstip gehouden, dat de
uitslag tijdig bekend is om de beoogd lijsttrekker in de gelegenheid te stellen om advies uit te brengen voor de
vaststelling van het ontwerpverkiezingsprogramma en de ontwerpkandidatenlijst.
3. Kandidaten die zich aanmelden voor een lijsttrekkerverkiezing, dienen daarbij de handtekeningen van minstens 50
leden woonachtig in het gewest te overleggen. Indien niet minstens twee kandidaten voldoende handtekeningen kunnen
overleggen en naar het oordeel van het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie voldoende
geschikt zijn voor de positie van lijsttrekker, vervalt de ledenraadpleging.
4. Het gewestelijk bestuur kan bij de ledenraadpleging over de verkiezing van de lijsttrekker een advies aan de leden
voorleggen met een aanbeveling ten aanzien van de kandidaten voor het lijsttrekkerschap.
5. Het gewestelijk bestuur draagt er zorg voor dat bij de ledenraadpleging de bepalingen inzake de ledenraadpleging in
hoofdstuk 1.2 van deel 1 van de reglementen in acht worden genomen.
Artikel 6.7. Het voorbereiden en opstellen van de ontwerpkandidatenlijst
1. Het gewestelijk bestuur stelt op basis van de profielschets een lijst van kandidaten in volgorde op en plaatst de
overige kandidaten op de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten.
2. Indien het gewestelijk bestuur voor deze werkzaamheden een adviescommissie heeft ingesteld conform artikel 6.3.
lid 9, dan kunnen bestuursleden hierin zitting nemen. Deze commissie rapporteert aan het gewestelijk bestuur. Het
gewestelijk bestuur stelt vervolgens de ontwerpkandidatenlijst vast.
3. Het gewestelijk bestuur hoort de kandidaten en baseert zich verder op de profielschets, de adviezen van de
fractievoorzitter en, indien bekend, de beoogd lijsttrekker. Daarnaast worden de uitkomsten van de gevoerde
voortgangsgesprekken en de ervaringen van het gewestelijk bestuur in de oordeelsvorming betrokken.
4. Mocht het gewestelijk bestuur van mening zijn dat de aanmelding van kandidaten ontoereikend is, dan kan het
bestuur uit eigen beweging actief zoeken naar geschikte kandidaten en deze aan de lijst toevoegen. Dergelijke
kandidaten kunnen pas deel uitmaken van de procedure als zij voldoen aan het gestelde in artikel 6.5. lid 4.
5. Een kandidaat kan zich te allen tijde terugtrekken, tot aan het moment dat hem door de vergadering een plaats is
toegewezen op de kandidatenlijst.
6. De schriftelijke toelichting op de kandidaten kan door het gewestelijk bestuur beperkt worden tot de kandidaten op de
ontwerpkandidatenlijst.
7. Het gewestelijk bestuur deelt voor het publiceren van de ontwerpkandidatenlijst de kandidaat diens voorziene plaats
op de lijst mee.
8. Het gewestelijk bestuur kan na de mededeling aan de kandidaten van hun plaats op de ontwerpkandidatenlijst de
ontwerpkandidatenlijst bijstellen of aanvullen tot het moment van publicatie.

Artikel 6.8. De besluitvorming over de ontwerpkandidatenlijst
1. De gewestelijke vergadering stelt uiterlijk 6 weken voor de wettelijke kandidaatstellingsdatum de kandidatenlijst vast
uit de leden die vermeld zijn op de ontwerpkandidatenlijst en de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten.
2. Het gewestelijk bestuur zendt minstens twee weken voor de gewestelijke vergadering waarin de kandidatenlijst wordt
vastgesteld, de ontwerpkandidatenlijst toe aan de afdelingssecretarissen en de afgevaardigden. De reeds eerder
vastgestelde profielschets wordt bij de ontwerpkandidatenlijst gevoegd.
3. De gewestelijke vergadering waarin de kandidatenlijst wordt vastgesteld is openbaar, maar kan door de vergadering
besloten worden verklaard.
4. De gewestelijke vergadering kan de behandeling van de ontwerpkandidatenlijst niet eerder starten dan nadat het
verkiezingsprogramma is vastgesteld.
5. De voorbehouden die kandidaten bij het verkiezingsprogramma hebben gemaakt, worden voor de behandeling van de
ontwerpkandidatenlijst bekend gemaakt.
6. De gewestelijke vergadering waarin de kandidatenlijst wordt vastgesteld, wordt voorgezeten door de voorzitter van
het gewest. Deze kan zich door een ander laten vervangen.
7. Vóór het vaststellen van de kandidatenlijst wordt aan de afgevaardigden door middel van een algemene beschouwing
de gelegenheid gegeven om de werkwijze van het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke commissie bij het
voorbereiden en vaststellen van de ontwerpkandidatenlijst te bespreken, alsmede om algemene zaken betreffende de
ontwerpkandidatenlijst te bespreken zonder dat daarbij geduid wordt op individuele kandidaten.
8. Bij het vaststellen van de volgorde van de kandidatenlijst worden de bepalingen van hoofdstuk 1.1 van deel 1 van de
reglementen in acht genomen, in het bijzonder die van artikel 1.12.
9. De toelichting op de werkwijze van het gewestelijk bestuur en de motivering van de volgorde op de
ontwerpkandidatenlijst gebeurt door het gewestelijk bestuur.
10. De gewestelijke vergadering kan al dan niet op advies van het gewestelijk bestuur haar zienswijze geven over de
geschiktheid van kandidaten voor het fractievoorzitterschap of als gedeputeerde. Deze zienswijze is een zwaarwegend
advies aan de fractie. De Statenfractie kiest de fractievoorzitter en beslist over de voordracht van de gedeputeerde(n),
maar zal zich bij afwijking van de zienswijze van de gewestelijke vergadering daarover verantwoorden aan de
gewestelijke vergadering.
11. Indien een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie is ingesteld, neemt deze commissie de taken over die in dit
artikel (behoudens lid 12) en artikel 6.7. zijn opgedragen aan het gewestelijk bestuur.
12. Het gewestelijk bestuur draagt zorg voor publicatie van het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst en voor
inschrijving bij het hoofdstembureau.

Artikel 6.9. De lijstverbinding
De gewestelijke vergadering stelt vast of en met welke andere partij(en) een lijstverbinding aangegaan zal worden.

Artikel 6.10. De positie van de lijsttrekker
1. De beoogd lijsttrekker heeft het recht het gewestelijk bestuur over het ontwerpverkiezingsprogramma en de
ontwerpkandidatenlijst te adviseren voordat de besluitvorming hierover in het bestuur plaats vindt.
2. De lijsttrekker heeft het recht in de vergadering(en) waarin het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst worden
vastgesteld, zijn visie hierop kenbaar te maken voorafgaande aan de stemmingen hierover.

Artikel 6.11. De vorming van het college van Gedeputeerde Staten
1. De Statenfractie zorgt dat het gewestelijk bestuur de onderhandelingen goed kan volgen en in staat is om de fractie
hierover te adviseren. Een vertegenwoordiger van het gewestelijk bestuur woont de vergaderingen hierover van de
fractie bij met raadgevende stem.
2. Een vertegenwoordiger van het gewestelijk bestuur woont de binnen partijverband te voeren selectiegesprekken met
kandidaten voor de positie van gedeputeerde bij met raadgevende stem. Deze vertegenwoordiger voorziet de
gewestelijke vergadering tijdig van informatie.
3. Indien de Statenfractie met (een) andere fractie(s) overeenstemming heeft bereikt over een coalitieakkoord en
collegesamenstelling, legt de fractie, alvorens tot ondertekening over te gaan, aan de gewestelijke vergadering
verantwoording af over het bereikte onderhandelingsresultaat. Om deel te nemen aan het college van Gedeputeerde
Staten dient de gewestelijke vergadering in te stemmen met deelname.
4. In geval van een tussentijdse vacature in een college van Gedeputeerde Staten waarbij de Statenfractie in de
gelegenheid is een kandidaat voor te dragen, gelden zoveel mogelijk de bepalingen uit dit reglement inzake de selectie
en voordracht van kandidaten voor een dergelijk college.
5. Voor zover het coalitieakkoord afwijkt van het verkiezingsprogramma, treedt het in de plaats van het
verkiezingsprogramma, totdat de Statenfractie haar steun aan het coalitieakkoord intrekt. Wanneer het coalitieakkoord
niet in een aangelegenheid voorziet, is de fractie gebonden aan het eigen verkiezingsprogramma.

Artikel 6.12. Het functioneren van de Statenfractie en het voeren van voortgangsgesprekken
1. De Statenfractie en de individuele fractieleden bevorderen de verwezenlijking van de doelstellingen van de partij en
in het bijzonder van het verkiezingsprogramma in Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten.
2. De Statenfractie kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris.
3. Een vertegenwoordiger van het gewestelijk bestuur heeft het recht alle vergaderingen van de Statenfractie bij te
wonen. Hij heeft daarin een raadgevende stem.
4. De Statenfractie en de fractieleden spannen zich in om zo goed mogelijke contacten te onderhouden met de
geledingen, de leden en de kiezers van de partij. De fractie legt minimaal één keer per jaar verantwoording af aan de
gewestelijke vergadering over het door de fractie gevoerde beleid en de activiteiten.
5. De gewestelijke vergadering kan de fractie en de fractieleden vragen verantwoording af te leggen over de activiteiten
en de ingenomen standpunten. Andersom heeft de fractie het recht dat uit eigen beweging te doen.
6. Een gedeputeerde heeft het recht de vergadering te informeren over het gevoerde en te voeren beleid en de
vergadering heeft het recht daarover informatie aan de gedeputeerde te vragen. Het bestuur draagt er zorg voor dat de
gedeputeerden die door de Statenfractie of een door de partij erkende gemeenschappelijke fractie zijn voorgedragen en
de leden van de Statenfractie worden uitgenodigd voor het bijwonen van gewestelijke vergaderingen.
7. Het gewestelijk bestuur is gehouden jaarlijks voortgangsgesprekken te (doen) voeren met de fractieleden en de
gedeputeerden. Het bestuur kan besluiten deze gesprekken te laten voeren door een delegatie uit het bestuur of door een
adviescommissie waarvan al dan niet leden van het bestuur deel uitmaken. Deze gesprekken betreffen het functioneren
en de ontwikkeling van de betreffende volksvertegenwoordiger of bestuurder. Bij gesprekken die gevoerd worden in de
aanloop naar een nieuwe kandidaatstelling voor de provinciale verkiezingen waarbij betrokkene overweegt kandidaat te
zijn, kan het gewestelijk bestuur of de commissie die namens het bestuur het gesprek voert, een indicatie geven van de
steun die de betrokkene hierbij kan verwachten.
8. De fractievoorzitter verschaft inlichtingen aan het gewestelijk bestuur of de commissie die de voortgangsgesprekken
voert over het functioneren van de leden van de fractie en van de gedeputeerden ten behoeve van het voeren van de
voortgangsgesprekken. De fractievoorzitter kan aan de gesprekken deelnemen.
9. Voordat de verslagen op schrift definitief worden vastgelegd, wordt het betrokken fractielid of de betrokken
gedeputeerde in de gelegenheid gesteld commentaar op de tekst te geven. Voor zover dit niet leidt tot wijziging van de
tekst, wordt het commentaar aan het verslag gehecht.
10. De verslagen van de voortgangsgesprekken, evenals eventueel daarmee verbonden commentaar van degene met wie
is gesproken, worden vertrouwelijk ter beschikking gesteld aan het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie ter voorbereiding van de ontwerpkandidatenlijst.

Artikel 6.13. Slotbepalingen
1. In geval van samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 6.1. lid 2, wordt zoveel mogelijk volgens de strekking
van dit reglement gehandeld.
2. Voor zover zich concrete situaties voordoen die niet voorzien zijn in dit reglement, wordt zoveel mogelijk naar de
geest van dit reglement gehandeld. Bij onduidelijkheden daarover beslist het partijbestuur.

Toelichting op de reglementen, deel 6.
Deelname aan het provinciaal bestuur
1. Algemene opmerkingen
In deel 6 van de reglementen zijn de bepalingen opgenomen die gaan over de voorbereiding en de deelname aan de
Statenverkiezingen, maar ook wat daarna komt. De collegevorming en het functioneren van de Statenfractie.
Het is essentieel dat een gewest ruim voor de verkiezingen vaststelt of men wil deelnemen aan de verkiezingen voor
Provinciale Staten, hoe men wil deelnemen en wat daarvoor allemaal moet gebeuren. Een belangrijke vraag waar men
direct in het begin al voor geplaatst wordt, als wordt deelgenomen aan de verkiezingen, is: hoe komen we aan
kandidaten en hoe maken we een goede kandidatenlijst? In principe stelt het gewestelijk bestuur de
ontwerpkandidatenlijst op, geeft de gelegenheid aan de leden zich te kandideren en gaat op zoek naar kandidaten en
doet verder alle voorbereidingen om een ontwerpkandidatenlijst te maken die aan de gewestelijke vergadering wordt
voorgelegd. Direct aan het begin kan ook gekozen worden voor een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie die dan
de taken van het gewestelijk bestuur overneemt. Vooral als een gewestelijk bestuur veel onervaren leden heeft of als er
veel leden van het gewestelijk bestuur zelf kandidaat zijn of nauwe betrekkingen onderhouden met kandidaten, is het
verstandig een dergelijke onafhankelijke kandidaatstellingscommissie in te stellen. Als het aantal leden van het
gewestelijk bestuur dat kan deelnemen aan een kandidaatstellingsprocedure minder dan 3 bedraagt, dient altijd een
onafhankelijke kandidaatstellingscommissie te worden gevormd. Dit kan ook op een later moment blijken dan bij het
vaststellen van de procedure.
Een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie wordt ingesteld door de gewestelijke vergadering, ook qua
samenstelling, en rapporteert rechtstreeks aan die zelfde gewestelijke vergadering met een ontwerpkandidatenlijst. Als
eenmaal de verkiezingen zijn geweest, komt de gevoelige periode van het onderhandelen over een college van
Gedeputeerde Staten. Als de partij aan die onderhandelingen meedoet, is het de verantwoordelijkheid van de
Statenfractie die onderhandelingen te voeren. Als de onderhandelingen leiden tot de deelname van de partij
in een coalitie, dan moet de gewestelijke vergadering instemmen met deelname. Het is niet de bedoeling dat de
gewestelijke vergadering "mee gaat onderhandelen". Als de behoefte bestaat boodschappen mee te geven ten behoeve
van die onderhandelingen, dan moet dat vooraf aan de onderhandelingen gebeuren. Bij de vraag of de gewestelijke
vergadering instemt met de deelname van de partij op grond van het onderhandelingsresultaat, gaat het er om dat het
eigen verkiezingsprogramma ondergeschikt wordt aan het coalitieakkoord. De Statenfractie kiest daarvoor, maar het
moet ook een keuze zijn van de gewestelijke vergadering.

2. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 6.1. De Statenfractie
In dit artikel wordt aangegeven dat de kandidaten die verkozen zijn op een lijst van de partij met elkaar in Provinciale
Staten de fractie van de Partij van de Arbeid vormen. Het kan voorkomen dat de partij met andere partijen in één fractie
samenwerkt of zelfs een gemeenschappelijke kandidatenlijst voert met andere partijen.

Artikel 6.2. De taken van het gewestelijk bestuur bij de deelname aan het provinciaal bestuur
De rol van het gewestelijk bestuur bij de deelname aan de provinciale politiek is van groot belang en vraagt de
uitvoering van verschillende en uiteenlopende taken. De gewestelijke vergadering kan er bij sommige taken voor
kiezen, al dan niet op voorstel van het gewestelijk bestuur, om taken in handen te geven van een commissie die door de
gewestelijke vergadering zelf wordt gevormd. Het gewestelijk bestuur kan zich voor taken laten bijstaan door
partijgenoten van buiten het bestuur.

Artikel 6.3. De voorbereiding van de deelname aan de verkiezingen
In dit artikel wordt geregeld dat een gewestelijke vergadering tijdig een aantal beslissingen neemt over de deelname aan
en voorbereiding van de verkiezingen. Als deze beslissing niet wordt genomen, dan liggen alle voorbereidende
handelingen bij het gewestelijk bestuur en is er geen sprake van een ledenraadpleging over de positie van lijsttrekker.
Omdat in alle provincies het gebruikelijk is met een eigen lijst van de partij deel te nemen aan de verkiezingen voor
Provinciale Staten, ligt het voor de hand de stappen in lid 2 en 3 in één vergadering tijdig te nemen. Dat hoeft niet in
een aparte vergadering, want dat kan de vergadering zijn waar ook de begroting van het gewest voor het volgende jaar
wordt voorgelegd, in het laatste kwartaal van het jaar.

Artikel 6.4. De besluitvorming over het verkiezingsprogramma
Om deel te kunnen nemen aan verkiezingen is het noodzakelijk een verkiezingsprogramma te hebben. In dat
programma wordt weergegeven wat in algemene zin het beleid is dat de partij wil voeren in Provinciale Staten, terwijl
ook over specifieke onderwerpen een standpunt wordt ingenomen. Het verdient aanbeveling dat bij het maken van een
ontwerpverkiezingsprogramma de balans wordt opgemaakt hoe het staat met de uitvoering van het lopende
verkiezingsprogramma.
Het verkiezingsprogramma wordt vastgesteld door de gewestelijke vergadering en dient als houvast voor de fractie die
gaat optreden in Provinciale Staten. Als kandidaten voor een plaats op de kandidatenlijst bij één of meer onderdelen een
voorbehoud maken (lees: een ander standpunt hebben en daarnaar willen handelen), dan moeten zij dit (schriftelijk)
bekend maken aan de gewestelijke vergadering voordat deze de ontwerpkandidatenlijst gaat behandelen. Als in een
zelfde vergadering eerst het verkiezingsprogramma wordt vastgesteld en vervolgens de ontwerpkandidatenlijst in
behandeling wordt genomen, kan het lastig zijn om een voorbehoud schriftelijk bekend te maken. In dat geval dient een
kandidaat het voorbehoud in elk geval helder aan de gewestelijke vergadering mondeling toe te lichten en dient daarvan
in de notulen melding te worden gemaakt.

Artikel 6.5. Profielschets en kandidaatstelling
In dit artikel wordt bepaald dat de gewestelijke vergadering een profielschets moet vaststellen voordat de
kandidaatstelling begint. Deze profielschets biedt inzicht aan geïnteresseerde kandidaten, maar biedt ook het houvast
voor het gewestelijk bestuur (of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie) en de gewestelijke vergadering bij het
vaststellen van de (ontwerp)kandidatenlijst.
Gedurende een bepaalde periode wordt geïnteresseerden de gelegenheid gegeven zich kandidaat te stellen. Die
kandidatuur kan niet eerder in behandeling worden genomen dan nadat een kandidaat voor een bepaalde datum een
bereidverklaring en de verklaring op basis van de erecode heeft ondertekend.

Artikel 6.6. De ledenraadpleging over de lijsttrekker
Als een gewestelijke vergadering besloten heeft een ledenraadpleging te houden over het vervullen van de positie van
lijsttrekker, dan geeft dit artikel de bepalingen die daarbij in acht genomen moeten worden. Overigens dient men ook
goed kennis te nemen van de bepalingen die hierover zijn opgenomen in deel 1 van de reglementen.
Als er geen beslissing of niet op tijd een beslissing is genomen over een dergelijke ledenraadpleging, dan wordt deze
niet gehouden. Ook als zich kandidaten melden voor die positie, ook als ze zelfs al voldoende handtekeningen blijken te
hebben verzameld, dan is er geen sprake van. Hiervoor geldt dat spelregels niet kunnen veranderen tijdens de rit.
Het is wel mogelijk dat een voorgenomen ledenraadpleging moet worden afgeblazen, omdat er niet minstens twee
kandidaten zijn die aan de vereisten voldoen en ook voldoende handtekeningen hebben verzameld.
Als er een ledenraadpleging is over de positie van lijsttrekker, dan dienen de bepalingen in acht genomen te worden die
bij elke keuze over personen bestaan. Het kan soms heel gevoelig liggen om een kandidaat te moeten weigeren wegens
onvoldoende geschiktheid om die positie te bekleden, maar het accepteren van een ongeschikte kandidaat die wel wordt
verkozen kan op een later moment tot een hoop ellende leiden.
Artikel 6.7. Het voorbereiden en opstellen van de ontwerpkandidatenlijst
Het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie begint de werkzaamheden die moeten leiden
tot een ontwerpkandidatenlijst met een verzameling kandidaten die de bereidverklaring en de verklaring op basis van de
erecode hebben ondertekend en met een profielschets. Het kan zijn dat na de aanmelding of op enig moment daarna
blijkt dat er onvoldoende kandidaten beschikbaar zijn of dat het gewenste evenwicht op de kandidatenlijst onvoldoende
bereikt kan worden. Het gewestelijk bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie is dan in de gelegenheid
actief op zoek te gaan naar geschikte kandidaten. De gewestelijke vergadering bepaalt, binnen de wettelijke normen,
hoeveel kandidaten daadwerkelijk op de kandidatenlijst geplaatst worden. Als er meer kandidaten beschikbaar zijn dan
er plaatsen zijn op de ontwerpkandidatenlijst, dan komen de overige kandidaten op de (alfabetische) lijst van niet
geplaatste kandidaten. De gewestelijke
vergadering kan bij het vaststellen van de kandidatenlijst gebruik maken van alle nog beschikbare kandidaten.
Kandidaten kunnen zich terugtrekken totdat ze op de lijst geplaatst zijn. Het komt vaak voor dat kandidaten die niet op
de ontwerpkandidatenlijst geplaatst zijn of die menen niet hoog genoeg geplaatst te zijn terstond niet meer beschikbaar
willen zijn. Dat dient gerespecteerd te worden, al beperkt het wel de keuze van de gewestelijke vergadering. Mede in
verband hiermee is in het reglement opgenomen dat de ontwerpkandidatenlijst pas definitief is als deze wordt
toegezonden aan de afdelingen en de afgevaardigden. Tegelijk is het niet verstandig een kandidatenlijst zo lang
mogelijk te maken. Het verdient aanbeveling op de kandidatenlijst (en dus om te beginnen op de
ontwerpkandidatenlijst) alleen kandidaten te vermelden waarvan het vertrouwen bestaat dat zij voldoende geschikt zijn
om Statenlid te zijn. Zowel door opvolging als de lage
voorkeursdrempel dient er immers rekening mee gehouden te worden dat elke kandidaat in aanmerking kan komen om
een zetel in Provinciale Staten te bezetten.
Wie kandidaat is of nauwe betrekkingen met een kandidaat onderhoudt, kan niet zitting nemen in het gewestelijk
bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie die een ontwerpkandidatenlijst voorbereidt en vaststelt. Als
het de bedoeling is dat het gewestelijk bestuur deze werkzaamheden op zich neemt, maar het aantal beschikbare
bestuursleden zakt beneden 3, dan dient alsnog een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie te worden gekozen
door de gewestelijke vergadering (Artikel 6.2.). Het is overigens geen bezwaar als
bestuursleden deel uitmaken van een dergelijke onafhankelijke kandidaatstellingscommissie.

Artikel 6.8. De besluitvorming over de ontwerpkandidatenlijst
In dit artikel staan de bepalingen over de wijze waarop de kandidatenlijst vastgesteld moet worden in de gewestelijke
vergadering. Dit artikel kan niet worden losgezien van de bepalingen over dergelijke besluitvorming die zijn
opgenomen in deel 1 van de reglementen, met name hetgeen in de artikelen 1.10. en 1.12. daarvan is geregeld. Als het
gewestelijk bestuur zich heeft laten bijstaan door een commissie bij het opmaken van de ontwerpkandidatenlijst, dan zal
het bestuur bij het presenteren en toelichten van de lijst zich kunnen laten bijstaan door de commissie. Maar deze
commissie kan niet in de plaats komen van het gewestelijk bestuur dat ten volle de verantwoordelijkheid draagt.
Bijna altijd verdient het aanbeveling dat een vergadering waarin een kandidatenlijst wordt vastgesteld, geleid wordt
door een ervaren partijgenoot die op geen enkele manier betrokken is geweest bij de kandidaatstelling. Als de voorzitter
zelf betrokken is bij de kandidaatstelling, is het ook beter een ander de vergadering te laten leiden waarop de
kandidatenlijst wordt vastgesteld. Als de kandidatenlijst is vastgesteld, zorgt het gewestelijk bestuur voor de verdere
afwerking, zoals het indienen van de kandidatenlijst.

Artikel 6.9. De lijstverbinding
Het kan wenselijk zijn om een lijstverbinding aan te gaan met één of meer andere partijen die deelnemen aan de
verkiezingen voor Provinciale Staten. De belangrijkste overweging is dat dit voor de partijen die deelnemen aan de
lijstverbinding mogelijk een extra zetel kan opleveren op grond van de uitslag. Een dergelijke beslissing, of een
lijstverbinding wordt aangegaan, is aan de gewestelijke vergadering. De gewestelijke vergadering kan ook de opdracht
meegeven aan het gewestelijk bestuur om met andere partijen het gesprek aan te gaan over een lijstverbinding.

Artikel 6.10. De positie van de lijsttrekker
Indien een gewestelijke vergadering heeft besloten tot het houden van een ledenraadpleging over de verkiezing van de
lijsttrekker, dan levert de uitslag een "beoogd lijsttrekker" op. In dit artikel zijn bepalingen opgenomen welke rechten
een beoogd lijsttrekker heeft.
Indien, wat meestal het geval zal zijn, er geen ledenraadpleging wordt gehouden, maar de lijsttrekker pas bekend is bij
de vaststelling van de kandidatenlijst, kan toch al wel in de zelfde geest gehandeld worden. Als immers de
ontwerpkandidatenlijst aan de afdelingen en de afgevaardigden is gestuurd, is ook sprake van een beoogd lijsttrekker
die het recht heeft aan de gewestelijke vergadering advies te geven bij de vaststelling van het verkiezingsprogramma en
de kandidatenlijst.

Artikel 6.11. De vorming van het college van Gedeputeerde Staten
De collegevorming is een zaak van de Statenfractie. De fractie onderhandelt, draagt kandidaat-gedeputeerden voor
enzovoort. Als de onderhandelingen over een nieuw college van Gedeputeerde Staten zijn afgerond, legt de
Statenfractie verantwoording af aan de gewestelijke vergadering, en krijgt de gewestelijke vergadering de gelegenheid
om al dan niet in te stemmen met toetreding tot het college van Gedeputeerde Staten. Die instemming is belangrijk,
omdat immers het verkiezingsprogramma voor een deel wordt vervangen door het coalitieakkoord.
Als in een gewest behoefte is aan het geven van advies over de te voeren collegeonderhandelingen, dan dient een
dergelijk advies voorafgaand aan de onderhandelingen te worden meegegeven aan de Statenfractie. Als het er niet naar
uit ziet dat de partij deelneemt in een college van Gedeputeerde Staten, dan kan met de bepalingen in dit artikel
terughoudend worden omgegaan.

Artikel 6.12. Het functioneren van de fractie en het voeren van voortgangsgesprekken
Vanaf de installatie van de nieuw verkozen Provinciale Staten, is het gewestelijk bestuur verantwoordelijk om de
Statenfractie, de afzonderlijke fractieleden en eventuele gedeputeerden te volgen. Een belangrijk aspect daarvan betreft
het voeren van voortgangsgesprekken, die de gelegenheid geven over en weer te reflecteren op de ontwikkeling van een
Statenlid of een gedeputeerde.

Artikel 6.13. Slotbepalingen
In het laatste artikel wordt geregeld dat bij afwijkende situaties zo veel mogelijk op basis van dit deel van de
reglementen wordt geopereerd.