Statuten en huishoudelijk reglementen PvdA




Deel 5. Deelname aan het lokaal bestuur

Artikel 5.1. De gemeenteraadsfractie
1. De leden van de gemeenteraad die verkozen zijn op één gezamenlijke lijst onder de naam Partij van de Arbeid
vormen de gemeenteraadsfractie van de partij.
2. Indien de afdelingsvergadering dat heeft goedgekeurd, vormen de gemeenteraadsleden van de partij één fractie met
gemeenteraadsleden van één of meer andere partijen of zijn onderdeel van een fractie van een lokale groepering waarin
de partij deelneemt.

Artikel 5.2. De taken van het afdelingsbestuur bij de deelname aan het lokaal bestuur
1. De taken van het afdelingsbestuur zijn:
a. het werven van potentiële kandidaten voor een positie in het lokaal bestuur;
b. het organiseren van de kandidaatstelling voor de gemeenteraad en het zorg dragen voor de activiteiten die daarbij
moeten plaatsvinden;
c. indien de afdelingsvergadering gekozen heeft voor het houden van een ledenraadpleging over het lijsttrekkerschap,
dient een lijst opgesteld te worden van geschikte personen uit de kandidaten die voldoende handtekeningen kunnen
overleggen;
d. het toetsen van kandidaten aan de vooraf in de profielschets geformuleerde eisen;
e. het opstellen, toelichten en verdedigen van de ontwerpkandidatenlijst;
f. het voorbereiden van een ontwerpverkiezingsprogramma;
g. het voeren van voortgangsgesprekken met en beoordelen van (de leden van) de zittende fractie en door de fractie
voorgedragen wethouders.
2. Het afdelingsbestuur kan zich bij de in lid 1 genoemde taken, zoals bijvoorbeeld vermeld in sub d, e en f, laten
bijstaan door een commissie, waarbij de verantwoordelijkheid van het bestuur voor die taak onverlet blijft.
3. De afdelingsvergadering kan besluiten om het voorbereiden, vaststellen en verdedigen van een
ontwerpkandidatenlijst, zoals vermeld in lid 1, sub d en e, in handen te geven van een onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie. De afdelingsvergadering kan besluiten andere taken in handen te leggen van een
commissie die wordt ingesteld door de afdelingsvergadering.

Artikel 5.3. De voorbereiding van de deelname aan de verkiezingen
1. Het partijbestuur stelt ten behoeve van de gemeenteraadsverkiezingen een schema van voorbereiding op, dat uiterlijk
18 maanden vóór deze verkiezingen wordt gepubliceerd. Het afdelingsbestuur neemt dit schema bij zijn
werkzaamheden in acht. Dit schema vermeldt in elk geval de uiterste datum waarop een profielschets wordt
gepubliceerd en de uiterste datum waarop leden bij het afdelingsbestuur een gemotiveerde sollicitatiebrief kunnen
indienen.
2. Uiterlijk 15 maanden voor de datum van de gemeenteraadsverkiezingen stelt de afdelingsvergadering vast of
deelgenomen wordt aan deze verkiezingen en op welke wijze.
3. Indien wordt besloten aan de verkiezingen deel te nemen, stelt de afdelingsvergadering uiterlijk 14 maanden voor de
datum van de gemeenteraadsverkiezingen een draaiboek vast voor de voorbereidingen van deze verkiezingen.
Daaronder vallen in elk geval de werkwijze bij het opstellen van het ontwerpverkiezingsprogramma, de profielschets en
de ontwerpkandidatenlijst.
4. In de vergadering bedoeld in lid 3 stelt de afdelingsvergadering tevens vast of er voor de vervulling van de positie
van lijsttrekker een ledenraadpleging wordt gehouden. Als een dergelijke beslissing niet op dat moment wordt
genomen, kan niet op een later moment alsnog besloten worden om een ledenraadpleging hierover te houden.
5. In de vergadering bedoeld in lid 3 wordt tevens besloten of de ontwerpkandidatenlijst wordt opgesteld door het
afdelingsbestuur of door een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie. Indien voor de werkzaamheden inzake de
kandidaatstelling het afdelingsbestuur minder dan 3 leden telt, moet een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie
worden ingesteld. Ook wordt op deze afdelingsvergadering vastgesteld op welke wijze de fractie geadviseerd wordt
inzake de keuze van de kandidaat-wethouder(s) en of daar een aparte selectiecommissie voor zal worden ingesteld.
6. Indien het afdelingsbestuur de ontwerpkandidatenlijst opstelt, nemen bestuursleden die kandidaat zijn of voornemens
zijn kandidaat te zijn, danwel nauwe betrekkingen onderhouden met beschikbare kandidaten, tot aan de vaststelling van
de kandidatenlijst geen deel aan de beraadslagingen en andere activiteiten inzake de opstelling van de
ontwerpkandidatenlijst.
7. Indien tot de instelling van een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie is besloten, worden de leden daarvan
benoemd door de afdelingsvergadering. Deze commissie stelt de conceptprofielschets en de ontwerpkandidatenlijst op
en legt deze rechtstreeks voor aan en verdedigt deze op de afdelingsvergadering. Het afdelingsbestuur heeft in dat geval
een facilitaire taak.
8. Indien een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie de ontwerpkandidatenlijst opstelt, kunnen leden die kandidaat
zijn of voornemen kandidaat te zijn, danwel nauwe betrekkingen onderhouden met beschikbare kandidaten, geen deel
uitmaken van een dergelijke commissie. De leden van de zittende gemeenteraadsfractie of wethouders kunnen geen deel
uitmaken van een dergelijke onafhankelijke kandidaatstellingscommissie.
9. Het afdelingsbestuur kan zich door een adviescommissie laten bijstaan. De bepalingen voor het afdelingsbestuur
inzake het opstellen van de ontwerpkandidatenlijst zijn gelijkelijk van toepassing voor de werkzaamheden en de
samenstelling van een dergelijke commissie. Leden van de zittende gemeenteraadsfractie of wethouders kunnen geen
deel uitmaken van een dergelijke adviescommissie. Ook indien het afdelingsbestuur zich laat bijstaan door een
adviescommissie, stelt het afdelingsbestuur de ontwerpkandidatenlijst vast en legt deze aan de afdelingsvergadering
voor.
10. Het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst worden door de afdelingsvergadering vastgesteld. Mochten er meer
afdelingen in één gemeente liggen, dan vormen alle leden van de betreffende afdelingen een gezamenlijke vergadering.
Liggen er echter meer gemeenten in één afdeling dan worden besluiten ten aanzien van die gemeenten alleen door de
leden van de afdeling genomen die in de betreffende gemeente wonen.
11. De afdelingsvergadering besluit over samenwerking met andere partijen. Indien besloten wordt om samen met een
andere partij een kandidatenlijst op te stellen, worden alle werkzaamheden zoveel mogelijk op dezelfde wijze
georganiseerd als in het geval dat de partij zelfstandig een kandidatenlijst zou indienen.
12. Het afdelingsbestuur draagt tot de dag van de verkiezingen zorg voor de eventuele afstemming met andere partijen,
zoals besprekingen over een lijstverbinding, samenwerking in de campagne of de vorming van een gezamenlijke fractie.

Artikel 5.4. De besluitvorming over het verkiezingsprogramma
1. Het ontwerpverkiezingsprogramma wordt opgesteld door of onder verantwoordelijkheid van het afdelingsbestuur.
2. De afdelingsvergadering stelt uiterlijk 6 weken voor de wettelijke kandidaatstellingsdatum het verkiezingsprogramma
vast. De vaststelling van het verkiezingsprogramma gaat vooraf aan het vaststellen van de kandidatenlijst.
3. Het afdelingsbestuur zendt minstens 2 weken voor de afdelingsvergadering waarin het verkiezingsprogramma wordt
vastgesteld, het ontwerpverkiezingsprogramma toe aan de leden van de afdeling. Daarbij wordt bekend gemaakt hoe de
leden amendementen kunnen indienen en voor welke datum die beschikbaar moeten zijn.
4. In de vergadering waarop het verkiezingsprogramma wordt vastgesteld, zijn de leden die woonachtig zijn in de
gemeente waarin de verkiezingen plaatsvinden stemgerechtigd.
De vergadering is openbaar, maar kan door de vergadering besloten worden verklaard.
5. Een lid van een gemeenteraadsfractie is gebonden aan het verkiezingsprogramma dat voor deze verkiezingen is
vastgesteld, tenzij hij voordat de ontwerpkandidatenlijst in behandeling wordt genomen door de afdelingsvergadering
schriftelijk een zwaarwegend persoonlijk voorbehoud heeft kenbaar gemaakt ten opzichte van onderdelen van het
programma.
6. De in lid 5 bedoelde binding wordt opgeheven, wanneer het afleggen van verantwoording over een afwijking van het
verkiezingsprogramma niet leidt tot de terugroeping van het betrokken fractielid.
7. Bij de besluitvorming over de vaststelling van het verkiezingsprogramma worden de bepalingen inzake de
vergaderorde en besluitvorming, zoals beschreven in deel 1 van de reglementen, in acht genomen.

Artikel 5.5. Profielschets en kandidaatstelling
1. Alvorens de kandidaatstelling geopend wordt, wordt door het afdelingsbestuur of door de onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie, na overleg met de gemeenteraadsfractie, de profielschets van de toekomstige
gemeenteraadsfractie opgesteld en aan de afdelingsvergadering voorgelegd ter vaststelling. De profielschets bevat een
advies betreffende de gewenste samenstelling van de fractie en de eisen waaraan de individuele fractieleden moeten
voldoen. In de profielschets wordt apart aandacht besteed aan de lijsttrekker, de fractievoorzitter en de wethouder(s). In
de profielschets wordt in elk geval opgenomen dat bij de samenstelling van de fractie wordt gestreefd naar een gelijke
vertegenwoordiging qua sekse en naar een evenwichtige spreiding qua leeftijd en diversiteit.
2. Aan de leden van de afdeling wordt door het afdelingsbestuur bekend gemaakt in welke periode en voor welke datum
men zich kandidaat kan stellen en op welke wijze dat moet gebeuren. Tevens wordt de vastgestelde profielschets onder
de aandacht gebracht.
3. Leden van de partij kunnen zich schriftelijk of per mail aan de secretaris van het afdelingsbestuur als kandidaat
aanmelden. Zij overleggen daarbij een gemotiveerde sollicitatiebrief en andere informatie die bij de aankondiging in lid
2 werd gevraagd.
4. Zodra de secretaris deze aanmelding ontvangt, wordt aan het kandiderend lid een bereidverklaring en een verklaring
ter ondertekening toegezonden als bedoeld in artikel 1.28. lid 3 van deel 1 van de reglementen. Pas als de secretaris de
bereidverklaring en de in de vorige volzin bedoelde verklaring, beide door de kandidaat ondertekend, heeft ontvangen
voor de datum als vermeld in het in artikel 3, lid 3 bedoelde draaiboek, kan het lid tot de procedure worden toegelaten.
Aanvullend hierop kan door of namens het bestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie op elk moment
van de kandidaatstellingsprocedure aan een kandidaat een Verklaring Omtrent Gedrag worden gevraagd.
5. Het afdelingsbestuur kan een lid de toegang tot de kandidaatstellingsprocedure weigeren als dat lid duidelijk niet past
in de vastgestelde profielschets danwel dat te verwachten is dat het toelaten van deze kandidaat de partij ernstige schade
zal toebrengen. Dit wordt het lid minstens 5 weken voor de vaststelling van de kandidatenlijst schriftelijk bericht.
Hierbij wordt hem de beroepsmogelijkheid meegedeeld. 6. Wanneer een kandidaat niet (meer) wordt toegelaten tot de
kandidaatstellingsprocedure, heeft deze het recht om binnen 7 dagen schriftelijk in beroep te gaan bij de
beroepscommissie. Het instellen van beroep heeft geen opschortende werking inzake de werkzaamheden ten behoeve
van het opstellen van de ontwerpkandidatenlijst. De beroepscommissie kan een nadere schriftelijke motivering vragen
aan het afdelingsbestuur of het betrokken lid dan wel hen oproepen om gehoord te worden.
7. De beroepscommissie toetst of het afdelingsbestuur of de onafhankelijke commissie in redelijkheid tot zijn besluit
heeft kunnen komen. De beroepscommissie doet uitspraak binnen 14 dagen na de ontvangst van het beroepschrift. Deze
uitspraak wordt het betrokken lid onverwijld meegedeeld en is niet vatbaar voor hoger beroep. De uitspraak is
vertrouwelijk.
8. Indien het beroep gegrond wordt verklaard, wordt de kandidatuur van het betrokken lid direct in de
kandidaatstellingsprocedure betrokken. Het lid wordt alsnog op de ontwerpkandidatenlijst of op de alfabetische lijst van
niet geplaatste kandidaten geplaatst. Indien de ontwerpkandidatenlijst reeds is gepubliceerd, wordt de aangepaste
ontwerpkandidatenlijst met de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten zo spoedig mogelijk aan de leden
gezonden.

Artikel 5.6. De ledenraadpleging over de lijsttrekker
1. De ledenraadpleging over de positie van lijsttrekker vindt alleen plaats indien de afdelingsvergadering bij het
vaststellen van de verkiezingsprocedure als bedoeld in artikel 5.3. lid 3 bepaald heeft een ledenraadpleging te houden
over de vervulling van de positie van lijsttrekker. Als niet op dat moment beslist is tot het houden van een
ledenraadpleging, kan niet in een later stadium alsnog besloten worden een ledenraadpleging te houden.
2. De ledenraadpleging die bedoeld is om een lijsttrekker aan te wijzen, wordt op een zodanig tijdstip gehouden, dat de
uitslag tijdig bekend is om de beoogd lijsttrekker in de gelegenheid te stellen om advies uit te brengen voor de
vaststelling van het ontwerpverkiezingsprogramma en de ontwerpkandidatenlijst.
3. Kandidaten die zich aanmelden voor een lijsttrekkerverkiezing, dienen daarbij de handtekeningen van minstens 10%
van de stemhebbende leden van de afdeling te overleggen, of bij afdelingen met minstens 500 leden minstens 50
handtekeningen. Indien niet minstens twee kandidaten voldoende handtekeningen kunnen overleggen en naar het
oordeel van het afdelingsbestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie voldoende geschikt zijn voor de
positie van lijsttrekker, vervalt de ledenraadpleging.
4. Het afdelingsbestuur kan bij de ledenraadpleging over de verkiezing van de lijsttrekker een aanbeveling aan de leden
doen ten aanzien van de kandidaten voor het lijsttrekkerschap.
5. Het afdelingsbestuur draagt er zorg voor dat bij de ledenraadpleging de bepalingen inzake de ledenraadpleging in
hoofdstuk 1.2. van deel 1 van de reglementen in acht worden genomen.

Artikel 5.7. Het voorbereiden en opstellen van de ontwerpkandidatenlijst
1. Het afdelingsbestuur stelt op basis van de profielschets een lijst van kandidaten in volgorde op en plaatst de overige
kandidaten op de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten.
2. Indien het afdelingsbestuur conform artikel 5.3. lid 9 voor deze werkzaamheden een adviescommissie heeft ingesteld,
dan kunnen in deze commissie bestuursleden deelnemen. Deze commissie rapporteert aan het afdelingsbestuur. Het
afdelingsbestuur stelt vervolgens de ontwerpkandidatenlijst vast.
3. Het afdelingsbestuur hoort de kandidaten en baseert zich verder op de profielschets, de adviezen van de zittende
fractievoorzitter en, indien bekend, de beoogd lijsttrekker. Daarnaast worden de uitkomsten van de gevoerde
voortgangsgesprekken en de ervaringen van het afdelingsbestuur in de oordeelsvorming betrokken.
4. Mocht het afdelingsbestuur van mening zijn dat de aanmelding van kandidaten ontoereikend is, dan kan het bestuur
uit eigen beweging actief zoeken naar geschikte kandidaten en deze aan de lijst toevoegen. Dergelijke kandidaten
kunnen pas deel uitmaken van de procedure als zij voldoen aan het gestelde in artikel 5.5. lid 4.
5. Het is toegestaan leden die aan de bestuurshandelingen met betrekking tot de kandidaatstelling hebben deelgenomen
met instemming van de afdelingsvergadering aan het laatste deel van de vastgestelde kandidatenlijst toe te voegen.
6. Een kandidaat kan zich te allen tijde terugtrekken, tot aan het moment dat hem door de vergadering een plaats is
toegewezen op de kandidatenlijst.
7. De schriftelijke toelichting op de kandidaten kan door het afdelingsbestuur beperkt worden tot de kandidaten
op de ontwerpkandidatenlijst.
8. Het afdelingsbestuur deelt voor het publiceren van de ontwerpkandidatenlijst de kandidaat diens voorziene plaats op
de ontwerpkandidatenlijst mee.
9. Het afdelingsbestuur kan na de mededeling aan de kandidaten van hun plaats op de ontwerpkandidatenlijst de
ontwerpkandidatenlijst bijstellen of aanvullen tot het moment van publicatie.

Artikel 5.8. De besluitvorming over de ontwerpkandidatenlijst
1. De afdelingsvergadering stelt uiterlijk 6 weken voor de wettelijke kandidaatstellingsdatum de kandidatenlijst vast uit
de leden die vermeld zijn op de ontwerpkandidatenlijst en de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten.
2. Het afdelingsbestuur zendt minstens twee weken voor de afdelingsvergadering waarin de kandidatenlijst wordt
vastgesteld, de ontwerpkandidatenlijst toe aan de leden van de afdeling. De reeds eerder vastgestelde profielschets
wordt bij de ontwerpkandidatenlijst gevoegd.
3. Aan de afdelingsvergadering waarop de kandidatenlijst wordt vastgesteld, nemen deel de leden die woonachtig zijn
in de gemeente waarin de lijst zal uitkomen.
De vergadering is openbaar, maar kan door de vergadering besloten worden verklaard.
4. De afdelingsvergadering kan de behandeling van de ontwerpkandidatenlijst niet eerder starten dan nadat het
verkiezingsprogramma is vastgesteld.
5. De voorbehouden die kandidaten bij het verkiezingsprogramma hebben gemaakt, worden voor de behandeling van de
ontwerpkandidatenlijst bekend gemaakt.
6. De afdelingsvergadering waarin de kandidatenlijst wordt vastgesteld, wordt voorgezeten door de voorzitter van de
afdeling. Deze kan zich door een ander laten vervangen.
7. Vóór het vaststellen van de kandidatenlijst wordt aan de leden door middel van een algemene beschouwing de
gelegenheid gegeven om de werkwijze van het afdelingsbestuur of de onafhankelijke commissie bij het voorbereiden en
vaststellen van de ontwerpkandidatenlijst te bespreken, alsmede om algemene zaken betreffende de
ontwerpkandidatenlijst te bespreken zonder dat daarbij geduid wordt op individuele kandidaten.
8. Bij het vaststellen van de volgorde van de kandidatenlijst worden de bepalingen van hoofdstuk 1.1. van deel 1 van de
reglementen in acht genomen, in het bijzonder die van artikel 1.12.
9. De toelichting op de werkwijze van het afdelingsbestuur en de motivering van de volgorde op de
ontwerpkandidatenlijst gebeurt door het afdelingsbestuur.
10. De afdelingsvergadering kan al dan niet op advies van het afdelingsbestuur haar zienswijze geven over de
geschiktheid van kandidaten voor het fractievoorzitterschap of het wethouderschap. Deze zienswijze is een
zwaarwegend advies aan de fractie. De gemeenteraadsfractie kiest de fractievoorzitter en beslist over de voordracht van
de wethouder(s), maar zal zich bij afwijking van de zienswijze van de afdelingsvergadering daarover verantwoorden
aan de afdelingsvergadering.
11. Indien een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie is ingesteld, neemt deze commissie de taken over die in dit
artikel (behoudens lid 12) en artikel 5.7. zijn opgedragen aan het afdelingsbestuur.
12. Het afdelingsbestuur draagt zorg voor publicatie van het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst en voor
inschrijving bij het hoofdstembureau.

Artikel 5.9. De lijstverbinding
De afdelingsvergadering stelt vast of en met welke andere partij(en) een lijstverbinding aangegaan zal worden.

Artikel 5.10. De positie van de lijsttrekker
1. De beoogd lijsttrekker heeft het recht het afdelingsbestuur over het ontwerpverkiezingsprogramma en de
ontwerpkandidatenlijst te adviseren voordat de besluitvorming hierover in het afdelingsbestuur plaatsvindt.
2. De beoogd lijsttrekker heeft het recht in de vergadering(en) waarin het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst
worden vastgesteld, zijn visie hierop kenbaar te maken voorafgaande aan stemmingen hierover.

Artikel 5.11. De vorming van het college van burgemeester en wethouders
1. De gemeenteraadsfractie zorgt dat het afdelingsbestuur de onderhandelingen goed kan volgen en in staat is om de
fractie hierover te adviseren. Een vertegenwoordiger van het afdelingsbestuur woont de vergaderingen hierover van de
fractie bij met raadgevende stem.
2. Een vertegenwoordiger van het afdelingsbestuur woont de binnen partijverband te voeren selectiegesprekken met
kandidaten voor het wethouderschap bij met raadgevende stem. Deze vertegenwoordiger voorziet de ledenvergadering
tijdig van informatie.
3. Indien de gemeenteraadsfractie met (een) andere fractie(s) overeenstemming heeft bereikt over een coalitieakkoord
en de collegesamenstelling, legt de fractie, alvorens tot ondertekening over te gaan, aan de afdelingsvergadering
verantwoording af over het bereikte onderhandelingsresultaat. Om deel te nemen aan het college van burgemeester en
wethouders, dient de afdelingsvergadering in te stemmen met deelname.
4. In geval van een tussentijdse vacature in het college van burgemeester en wethouders waarbij de
gemeenteraadsfractie in de gelegenheid is een kandidaat voor te dragen, gelden zoveel mogelijk de bepalingen uit dit
reglement inzake de selectie en voordracht van wethouders.
5. Voor zover het coalitieakkoord afwijkt van het verkiezingsprogramma, treedt het in de plaats van het
verkiezingsprogramma, totdat de gemeenteraadsfractie haar steun aan het coalitieakkoord intrekt. Wanneer het
coalitieakkoord niet in een aangelegenheid voorziet, is de fractie gebonden aan het eigen verkiezingsprogramma.

Artikel 5.12. Het functioneren van de gemeenteraadsfractie en het voeren van voortgangsgesprekken
1. De gemeenteraadsfractiefractie en de individuele fractieleden bevorderen de verwezenlijking van de doelstellingen
van de partij en in het bijzonder van het verkiezingsprogramma in de gemeenteraad en het college van burgemeester en
wethouders.
2. De gemeenteraadsfractie kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris.
3. Een vertegenwoordiger van het afdelingsbestuur heeft het recht de vergaderingen van de gemeenteraadsfractie bij te
wonen. Hij heeft daarin een raadgevende stem.
4. De gemeenteraadsfractie en de fractieleden spannen zich in om zo goed mogelijke contacten te onderhouden met de
geledingen, de leden en de kiezers van de partij. Zij legt minstens één keer per jaar verantwoording af aan de
afdelingsvergadering over het door de fractie gevoerde beleid en de activiteiten.
5. De afdelingsvergadering kan de fractie en haar leden vragen verantwoording af te leggen over de activiteiten en de
ingenomen standpunten. Andersom heeft de fractie het recht dat uit eigen beweging te doen.
6. Een wethouder heeft het recht de afdelingsvergadering te informeren over het gevoerde en te voeren beleid en de
vergadering heeft het recht daarover informatie aan de wethouder te vragen. Het afdelingsbestuur draagt er zorg voor
dat de wethouder(s) die door de gemeenteraadsfractie of een door de partij erkende gemeenschappelijke fractie is/zijn
voorgedragen en de fractieleden worden uitgenodigd voor het bijwonen van afdelingsvergaderingen.
7. Het afdelingsbestuur is gehouden jaarlijks voortgangsgesprekken te (doen) voeren met de fractieleden en wethouders
die op voordracht van de partij zitting hebben in het college van burgemeester en wethouders. Het bestuur kan besluiten
deze gesprekken te laten voeren door een delegatie uit het afdelingsbestuur of door een commissie waarvan al dan niet
leden van het bestuur deel uitmaken. Deze gesprekken betreffen het functioneren en de ontwikkeling van de betreffende
volksvertegenwoordiger of bestuurder. Bij gesprekken die gevoerd worden in de aanloop naar een nieuwe
kandidaatstelling voor de gemeenteraadsverkiezingen waarbij betrokkene overweegt kandidaat te zijn, kan het
afdelingsbestuur of de commissie die de gesprekken voert, een indicatie geven van de steun die de betrokkene hierbij
kan verwachten.
8. De fractievoorzitter verschaft inlichtingen aan het afdelingsbestuur of de commissie over het functioneren van de
leden van de fractie en van de wethouders ten behoeve van het voeren van de voortgangsgesprekken. De
fractievoorzitter kan aan de gesprekken deelnemen.
9. Voordat de verslagen op schrift definitief worden vastgesteld, wordt het betrokken fractielid of de betrokken
wethouder in de gelegenheid gesteld commentaar op de tekst te geven. Voor zover dit niet leidt tot wijziging van de
tekst, wordt het commentaar aan het verslag gehecht.
10. De verslagen van de voortgangsgesprekken, evenals eventueel daarmee verbonden commentaar van degene met wie
is gesproken, worden vertrouwelijk ter beschikking gesteld aan het afdelingsbestuur of de onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie ter voorbereiding van de ontwerpkandidatenlijst.

Artikel 5.13. Slotbepalingen
1. In geval van tussentijdse gemeenteraadsverkiezingen zijn de bepalingen van de statuten en de reglementen die gaan
over de gemeenteraadsverkiezingen zoveel mogelijk gelijkelijk van toepassing.
2. Wanneer de gemeentelijke indeling (tijdelijk) niet correspondeert met die van de partij, wordt zoveel mogelijk naar
de geest van dit reglement gehandeld. Indien een afdeling twee of meer gemeenten omvat, neemt de afdeling voor elk
van de gemeenten een beslissing over deelname aan de verkiezingen en zo dat voor een gemeente het geval is, worden
de beslissingen genomen door de leden die in die gemeente woonachtig zijn conform de bepalingen voor een afdeling
die één gemeente omvat. Indien in een gemeente twee of meer afdelingen zijn ingesteld, fungeert bij de voorbereidingen
van de gemeenteraadsverkiezingen de gezamenlijke vergadering van deze afdelingen als afdelingsvergadering.
3. In geval van samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 5.1. lid 2, wordt zoveel mogelijk volgens de strekking
van dit reglement gehandeld.
4. Voor zover zich situaties voordoen die niet voorzien zijn in dit reglement, wordt zoveel mogelijk naar de geest van
dit reglement gehandeld. Bij onduidelijkheden daarover beslist het partijbestuur.

Toelichting op de reglementen, deel 5.
Deelname aan het lokaal bestuur
1. Algemene opmerkingen
In deel 5 van de reglementen zijn de bepalingen opgenomen die gaan over de voorbereiding en de deelname aan de
gemeenteraadsverkiezingen, maar ook wat daarna komt. De collegevorming en het functioneren van de
gemeenteraadsfractie.
Het is essentieel dat een afdeling ruim voor de verkiezingen vaststelt of men wil deelnemen, hoe men wil deelnemen en
wat daarvoor allemaal moet gebeuren.
Een belangrijke vraag waar men direct in het begin al voor geplaatst wordt, als wordt deelgenomen aan de verkiezingen,
is: hoe komen we aan kandidaten en hoe maken we een goede kandidatenlijst?
In principe stelt het afdelingsbestuur de ontwerpkandidatenlijst op, geeft leden de gelegenheid zich te kandideren en
gaat op zoek naar kandidaten en doet verder alle voorbereidingen om een ontwerpkandidatenlijst te maken die aan de
afdelingsvergadering wordt voorgelegd.
Direct aan het begin kan ook gekozen worden voor een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie die dan de taken
van het afdelingsbestuur overneemt. Vooral als een afdelingsbestuur veel onervaren leden heeft of als er veel leden van
het afdelingsbestuur zelf kandidaat zijn of nauwe betrekkingen onderhouden met kandidaten, is het verstandig een
dergelijke onafhankelijke kandidaatstellingscommissie in te stellen. Als dat goed uitkomt,
kunnen in die commissie ook partijleden van buiten de afdeling benoemd worden. Als het aantal leden van het
afdelingsbestuur dat kan deelnemen aan een kandidaatstellingsprocedure minder dan 3 bedraagt, dient altijd een
onafhankelijke kandidaatstellingscommissie te worden gevormd. Dit kan ook op een later moment blijken dan bij het
vaststellen van de procedure.
Een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie wordt ingesteld door de afdelingsvergadering, die ook de leden ervan
benoemt, en rapporteert rechtstreeks aan die zelfde afdelingsvergadering met een ontwerpkandidatenlijst. Als eenmaal
de verkiezingen zijn geweest, komt vaak de zo gevoelige periode van het onderhandelen over een college van
burgemeester en wethouders. Als de partij aan die onderhandelingen meedoet, is het de verantwoordelijkheid van de
fractie die onderhandelingen te voeren. De fractie is immers op pad gestuurd met een verkiezingsprogramma. Als de
onderhandelingen leiden tot de deelname van de partij in een coalitie, dan moet de afdelingsvergadering instemmen met
die deelname. Het is niet de bedoeling dat de afdelingsvergadering "mee gaat onderhandelen". Als de behoefte bestaat
boodschappen mee te geven ten behoeve van die onderhandelingen, dan moet dat vooraf aan de onderhandelingen
gebeuren. Bij de vraag of de afdelingsvergadering instemt met de deelname van de partij op grond van het
onderhandelingsresultaat, gaat het er om dat het eigen verkiezingsprogramma ondergeschikt wordt aan het
coalitieakkoord. De gemeenteraadsfractie kiest daarvoor, maar het moet ook een keuze zijn van de
afdelingsvergadering.

2. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 5.1. De gemeenteraadsfractie
In dit artikel wordt aangegeven dat de kandidaten die verkozen zijn op een lijst van de partij met elkaar in de
gemeenteraad de fractie van de Partij van de Arbeid vormen. Er zijn uiteenlopende lokale situaties waarbij de partij
nauw samenwerkt met andere partijen of waarbij de partij deelneemt in een lokale politieke groepering. In dat geval
geldt die gemeenschappelijke fractie of de fractie van die lokale groepering zoveel mogelijk als fractie van de partij en
zijn daarop zo veel mogelijk de bepalingen van toepassing die gelden voor een fractie van de partij.

Artikel 5.2. De taken van het afdelingsbestuur bij de deelname aan het lokaal bestuur
De rol van het afdelingsbestuur bij de deelname aan de lokale politiek is van groot belang en vraagt de uitvoering van
verschillende en uiteenlopende taken. De afdelingsvergadering kan er bij sommige taken voor kiezen, al dan niet op
voorstel van het afdelingsbestuur, om taken in handen te geven van een commissie die door de afdelingsvergadering
zelf wordt gevormd. Ook het afdelingsbestuur kan zich voor taken laten bijstaan door partijgenoten van buiten het
bestuur.

Artikel 5.3. De voorbereiding van de deelname aan de verkiezingen
In dit artikel wordt geregeld dat een afdelingsvergadering tijdig een aantal beslissingen neemt over de deelname aan en
voorbereiding van de verkiezingen. Als deze beslissing niet wordt genomen, dan liggen alle voorbereidende
handelingen bij het afdelingsbestuur en is er geen sprake van een ledenraadpleging over de positie van lijsttrekker. Als
het op voorhand wel duidelijk is dat de afdeling deelneemt aan de gemeenteraadsverkiezingen met een eigen lijst van de
partij, ligt het voor de hand de stappen in lid 2 en 3 in één vergadering te nemen. Dat hoeft niet op
een aparte vergadering, maar het kan meegenomen worden in de vergadering waar ook de begroting van de afdeling
voor het volgende jaar wordt voorgelegd, in het laatste kwartaal van het jaar.

Artikel 5.4. De besluitvorming over het verkiezingsprogramma
Om deel te kunnen nemen aan verkiezingen is het noodzakelijk een verkiezingsprogramma te hebben. In dat
programma wordt weergegeven wat in algemene zin het beleid is dat de partij wil voeren in de gemeenteraad, terwijl
ook over specifieke onderwerpen een standpunt wordt ingenomen. Het verdient aanbeveling dat bij het maken van een
ontwerpverkiezingsprogramma de balans wordt opgemaakt hoe het staat met de uitvoering van het lopende
verkiezingsprogramma.
Het verkiezingsprogramma wordt vastgesteld door de afdelingsvergadering en dient als houvast voor de fractie die gaat
optreden in de gemeenteraad. Als kandidaten voor de gemeenteraad bij één of meer onderdelen een voorbehoud maken
(lees: een ander standpunt hebben en daarnaar willen handelen), dan moeten zij dit (schriftelijk) bekend maken aan de
afdelingsvergadering voordat deze de ontwerpkandidatenlijst gaat behandelen. Als in een zelfde vergadering eerst het
verkiezingsprogramma wordt vastgesteld en vervolgens de ontwerpkandidatenlijst in behandeling wordt genomen, kan
het lastig zijn om een voorbehoud schriftelijk bekend te maken. In dat geval dient een kandidaat het voorbehoud in elk
geval helder aan de afdelingsvergadering mondeling toe te lichten en dient daarvan in de notulen melding te worden
gemaakt.

Artikel 5.5. Profielschets en kandidaatstelling
In dit artikel wordt bepaald dat de afdelingsvergadering een profielschets moet vaststellen voordat de kandidaatstelling
begint. De profielschets biedt inzicht aan geïnteresseerde kandidaten, maar biedt ook het houvast voor het
afdelingsbestuur (of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie) en de afdelingsvergadering bij het vaststellen van
de (ontwerp)kandidatenlijst.
Gedurende een bepaalde periode wordt geïnteresseerden de gelegenheid gegeven zich kandidaat te stellen. Die
kandidatuur kan niet eerder in behandeling worden genomen dan nadat een kandidaat voor een bepaalde datum een
bereidverklaring en de verklaring op basis van de erecode heeft ondertekend.

Artikel 5.6. De ledenraadpleging over de lijsttrekker
Als een afdelingsvergadering besloten heeft een ledenraadpleging te houden over het vervullen van de positie van
lijsttrekker, dan geeft dit artikel de bepalingen die daarbij in acht genomen moeten worden. Overigens dient men ook
goed kennis te nemen van de bepalingen die hierover zijn opgenomen in deel 1, het algemeen deel van de reglementen.
Als er geen beslissing of niet op tijd een beslissing is genomen over een dergelijke ledenraadpleging, dan wordt deze
niet gehouden. Ook als zich kandidaten melden voor die positie, ook als ze zelfs al voldoende handtekeningen blijken te
hebben verzameld, dan is er geen sprake van. Hiervoor geldt dat spelregels niet kunnen veranderen tijdens de rit. Het is
wel mogelijk dat een voorgenomen ledenraadpleging moet worden afgeblazen, omdat er niet minstens twee kandidaten
zijn die aan de vereisten voldoen en ook voldoende handtekeningen hebben verzameld. Als er een ledenraadpleging is
over de positie van lijsttrekker, dan dienen de bepalingen in acht genomen te worden die bij elke keuze over personen
bestaan. Het kan soms heel gevoelig liggen om een kandidaat te moeten weigeren wegens onvoldoende geschiktheid om
die positie te bekleden, maar het accepteren van een ongeschikte kandidaat die wel wordt verkozen kan op een later
moment tot een hoop ellende leiden.

Artikel 5.7. Het voorbereiden en opstellen van de ontwerpkandidatenlijst
Het afdelingsbestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie begint de werkzaamheden die moeten leiden tot
een ontwerpkandidatenlijst met een verzameling kandidaten die de bereidverklaring en de verklaring op basis van de
erecode hebben ondertekend en met een profielschets. Het kan zijn dat na de aanmelding of op enig moment daarna
blijkt dat er onvoldoende kandidaten beschikbaar zijn of dat het gewenste evenwicht op de
kandidatenlijst onvoldoende bereikt kan worden. Het afdelingsbestuur of de onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie is dan in de gelegenheid actief op zoek te gaan naar geschikte kandidaten.
In het uiterste geval, als een kandidatenlijst onvoldoende namen bevat en daarmee het risico aanwezig is dat zetels
onbezet kunnen blijven, kan de afdelingsvergadering besluiten om leden die hebben deelgenomen aan de
werkzaamheden bij het opstellen van de ontwerpkandidatenlijst onderaan de kandidatenlijst te plaatsen. De
afdelingsvergadering bepaalt, binnen de wettelijke normen, hoeveel kandidaten daadwerkelijk op de kandidatenlijst
geplaatst worden. Als er meer kandidaten beschikbaar zijn dan er plaatsen zijn op de ontwerpkandidatenlijst,
dan komen de overige kandidaten op de (alfabetische) lijst van niet geplaatste kandidaten. De afdelingsvergadering kan
bij het vaststellen van de lijst gebruik maken van alle beschikbare kandidaten.
Kandidaten kunnen zich terugtrekken totdat ze op de lijst geplaatst zijn. Het komt vaak voor dat kandidaten die niet op
de ontwerpkandidatenlijst geplaatst zijn of die naar hun smaak niet hoog genoeg zijn geplaatst terstond niet meer
beschikbaar willen zijn. Dat dient gerespecteerd te worden, al beperkt het wel de keuze van de afdelingsvergadering.
Mede in verband hiermee is in het reglement opgenomen dat de ontwerpkandidatenlijst pas
definitief is als die naar de leden wordt gezonden. Tegelijk is het niet verstandig een kandidatenlijst zo lang mogelijk te
maken. Het verdient aanbeveling op de kandidatenlijst (en dus om te beginnen op de ontwerpkandidatenlijst) alleen
kandidaten te vermelden waarvan het vertrouwen bestaat dat zij voldoende geschikt zijn om gemeenteraadslid te zijn.
Zowel door opvolging als de lage voorkeursdrempel dient er immers rekening mee gehouden te worden dat elke
kandidaat in aanmerking kan komen om een gemeenteraadszetel te bezetten. Wie kandidaat is of nauwe betrekkingen
met een kandidaat onderhoudt, kan niet zitting nemen in het afdelingsbestuur of de onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie die een ontwerpkandidatenlijst voorbereidt en vaststelt. Als het de bedoeling is dat het
afdelingsbestuur deze werkzaamheden op zich neemt, maar het aantal beschikbare bestuursleden zakt beneden 3, dan
dient alsnog een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie te worden gekozen door de afdelingsvergadering (artikel
5.2.). Het is overigens geen bezwaar als bestuursleden deel uitmaken van een dergelijke onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie.

Artikel 5.8. De besluitvorming over de ontwerpkandidatenlijst
In dit artikel staan de bepalingen over de wijze waarop de kandidatenlijst vastgesteld moet worden in de
afdelingsvergadering.
Dit artikel kan niet worden losgezien van de bepalingen over dergelijke besluitvorming die zijn opgenomen in deel 1
van de reglementen, met name hetgeen in de artikelen 1.10. en 1.12. daarvan is geregeld.
Als het afdelingsbestuur zich heeft laten bijstaan door een commissie bij het opmaken van de ontwerpkandidatenlijst,
dan zal het bestuur bij het presenteren en toelichten van de lijst zich kunnen laten bijstaan door de commissie.
Maar deze commissie kan niet in de plaats komen van het afdelingsbestuur dat ten volle de verantwoordelijkheid draagt.
Als in een afdeling door grote doorstroming weinig ervaring bestaat met een vergadering waarin een kandidatenlijst
wordt vastgesteld, kan het aanbeveling verdienen om de vergadering te laten leiden door een ervaren partijgenoot die op
geen enkele manier betrokken is geweest bij de kandidaatstelling, zelfs van buiten de eigen afdeling. Als de voorzitter
zelf betrokken is bij de kandidaatstelling, is het ook beter een ander de vergadering te laten leiden waarop de
kandidatenlijst wordt vastgesteld. Als de kandidatenlijst is vastgesteld, zorgt het afdelingsbestuur voor de verdere
afwerking, zoals het indienen van de kandidatenlijst.

Artikel 5.9. De lijstverbinding
Het kan wenselijk zijn om een lijstverbinding aan te gaan met één of meer andere partijen die deelnemen aan de
gemeenteraadsverkiezingen. De belangrijkste overweging is dat dit voor de partijen die deelnemen aan de
lijstverbinding mogelijk een extra zetel kan opleveren op grond van de uitslag. Een dergelijke beslissing, of een
lijstverbinding wordt aangegaan, is aan de afdelingsvergadering. De afdelingsvergadering kan ook de opdracht
meegeven aan het afdelingsbestuur om met andere partijen het gesprek aan te gaan over een lijstverbinding.

Artikel 5.10. De positie van de lijsttrekker
Indien een afdeling heeft besloten tot het houden van een ledenraadpleging over de verkiezing van de lijsttrekker, dan
levert de uitslag een "beoogd lijsttrekker" op. In dit artikel zijn bepalingen opgenomen welke rechten een beoogd
lijsttrekker heeft.
Indien, wat meestal het geval zal zijn, er geen ledenraadpleging wordt gehouden, maar de lijsttrekker pas bekend is bij
de vaststelling van de kandidatenlijst, kan toch al wel in dezelfde geest gehandeld worden. Als immers de
ontwerpkandidatenlijst naar de leden is gezonden, is ook sprake van een beoogd lijsttrekker die het recht heeft aan de
afdelingsvergadering advies te geven bij de vaststelling van het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst.

Artikel 5.11. De vorming van het college van burgemeester en wethouders
De collegevorming is een zaak van de gemeenteraadsfractie. De fractie onderhandelt, draagt wethouderskandidaten
voor enzovoort. Als de onderhandelingen over een nieuw college van B&W zijn afgerond, legt de fractie
verantwoording af aan de afdelingsvergadering, en krijgt de afdelingsvergadering de gelegenheid om al dan niet in te
stemmen met toetreding tot het college van B&W. Die instemming is belangrijk, omdat immers het
verkiezingsprogramma voor een deel wordt vervangen door het coalitieakkoord.
Als in een afdeling behoefte is aan het geven van advies over de te voeren collegeonderhandelingen, dan dient een
dergelijk advies voorafgaand aan de onderhandelingen te worden meegegeven aan de gemeenteraadsfractie.
Als het er niet naar uit ziet dat de partij deelneemt in een college van B&W, dan kan met de bepalingen in dit artikel
terughoudend worden omgegaan.

Artikel 5.12. Het functioneren van de fractie en het voeren van voortgangsgesprekken
Vanaf de installatie van de nieuw verkozen gemeenteraad, is het afdelingsbestuur verantwoordelijk om de
gemeenteraadsfractie, de afzonderlijke fractieleden en eventuele wethouders te volgen. Een belangrijk aspect daarvan
betreft het voeren van voortgangsgesprekken, die de gelegenheid geven over en weer te reflecteren op
de ontwikkeling van een raadslid of een wethouder.

Artikel 5.13. Slotbepalingen
In het laatste artikel wordt geregeld dat zo veel mogelijk op grond van dit reglement wordt gehandeld bij gemeentelijke
herindeling en andere afwijkende situaties.