Statuten en huishoudelijk reglementen PvdA




Deel 4. De geledingen op landelijk niveau

Hoofdstuk 4.1. Het congres
Artikel 4.1. De afgevaardigden
1. De afgevaardigden van afdelingen en hun plaatsvervangers worden op de jaarvergadering van de afdeling
gekozen door en uit de leden van de afdeling voor een periode van twee jaar. Het aantal afgevaardigden is
afhankelijk van het ledental van de afdeling. Elke afdeling kiest per 0,8% van het totale ledenaantal van de partij
of een gedeelte daarvan één afgevaardigde voor het congres. Als ledental geldt het aantal leden vermeld op het
door het partijbestuur verstrekte ledenoverzicht van de eerste week in januari, voorafgaande aan het congres. Bij
tussentijdse oprichting, samenvoeging of splitsing van (een) afdeling(en) geldt het ledental op de datum
waarop deze ingaat.
2. De afgevaardigden van de afdelingen brengen voor elke vijftig leden of een gedeelte daarvan één stem uit. Indien een
afdeling twee of meer afgevaardigden heeft, worden de stemmen van de afdeling zo goed mogelijk gelijkelijk over de
afgevaardigden verdeeld. Een afgevaardigde kan wel worden vervangen door een plaatsvervanger bij het uitbrengen van
stemmen, maar de stemmen zijn niet overdraagbaar aan een ander. De leden van het partijbestuur hebben ieder recht op
één stem.
3. De geestverwante organisaties waarvan de statuten zijn goedgekeurd door het partijbestuur en erkende platforms en
netwerken in de partij, kunnen elk een afgevaardigde naar het congres aanwijzen. Zij dienen de naam van de
afgevaardigde minstens drie weken voor het congres door te geven aan het secretariaat van de partij. Deze
afgevaardigden dienen lid te zijn van de partij.
4. De afgevaardigden uit afdelingen handelen zonder een gebonden stemopdracht.
5. De afgevaardigde legt verantwoording af aan de geleding of organisatie namens wie hij optreedt. Afgevaardigden
leggen hiertoe na het congres binnen een redelijke termijn verantwoording af over het verloop van en het eigen
stemgedrag tijdens het congres.
6. Een afgevaardigde of plaatsvervangend afgevaardigde treedt tijdens het congres op namens één afdeling of namens
één organisatie die een afgevaardigde mag leveren en niet namens een combinatie hiervan of namens meerdere door het
partijbestuur erkende platforms en netwerken en geestverwante organisaties.

Artikel 4.2. De voorbereiding van het congres
1. Het partijbestuur, de Verenigingsraad en afdelingen die samen minstens 10% van de leden tellen, zijn bevoegd
agendavoorstellen ter beslissing aan het congres voor te leggen. De Jonge Socialisten, de neveninstellingen en door het
partijbestuur goedgekeurde platforms en netwerken kunnen aan het partijbestuur verzoeken agendavoorstellen aan het
congres voor te leggen.
2. De in lid 1 bedoelde voorstellen worden minstens 9 weken voor het congres ter kennis gebracht van de afdelingen, de
Jonge Socialisten, de neveninstellingen en door het partijbestuur goedgekeurde platforms en netwerken door
tussenkomst van het secretariaat van de partij.
3. Amendementen op voorstellen als bedoeld in lid 1 en moties worden uiterlijk 7 weken voor het congres bij het
partijbestuur ingediend. Het recht daartoe bestaat bij de afdelingen, de Jonge Socialisten, de neveninstellingen en door
het partijbestuur goedgekeurde platforms en netwerken.
4. Uiterlijk 5 weken voor het congres neemt de indiener van een voorstel waarop amendementen zijn ingediend een
beslissing of hij zijn voorstel handhaaft of aanpast. Zo veel mogelijk geeft de indiener van een voorstel een reactie op de
ingediende amendementen op dat voorstel en een preadvies aan het congres over de afhandeling van elk amendement.
Indien het oorspronkelijk voorstel op grond van de ingediende amendementen wordt aangepast, is het gewijzigde
voorstel vervolgens het voorstel dat aan het congres wordt voorgelegd. Een amendement dat geen andere inhoud heeft
dan om het voorstel of een deel daarvan te schrappen, wordt beschouwd als een verzoek om over dat voorstel of een
deel ervan te stemmen en komt derhalve pas in stemming nadat de tekst is vastgesteld waarvoor stemming wordt
verlangd. Indien amendementen op het oorspronkelijk voorstel leiden tot een wijziging van het oorspronkelijk voorstel
zonder dat het amendement in zijn geheel wordt overgenomen, wordt aan de indieners van dergelijke
amendementen verzocht of zij hun amendement willen handhaven of, gegeven de wijziging in het voorstel, willen
wijzigen. Zij dienen dit zo spoedig mogelijk te laten weten, maar kunnen dit aangeven tot aan de behandeling van het
voorstel tijdens het congres.
5. Het presidium doet een voorstel welke van de ingediende amendementen en moties voor bespreking op het congres
worden opgevoerd. Deze beslissing wordt in de vorm van een afhandelingsvoorstel aan het congres voorgelegd.
6. Het partijbestuur stelt de beschrijvingsbrief vast en zendt deze tezamen met andere congresstukken minstens 3 weken
voor het congres aan de afdelingen, de Jonge Socialisten, de neveninstellingen en door het partijbestuur goedgekeurde
platforms en netwerken en de congresafgevaardigden. Deze beschrijvingsbrief wordt ook terstond geplaatst op de
website. Gelijktijdig met de beschrijvingsbrief zendt het partijbestuur de door het presidium opgestelde
afhandelingvoorstellen mee.
7. Tot aan het congres kunnen voorstellen en moties worden ingediend, mits aannemelijk gemaakt kan worden dat
indiening daarvan niet mogelijk was conform de termijnen die in lid 2 en lid 3 worden genoemd. Als deze
aannemelijkheid niet blijkt, ter beoordeling door het presidium dat het oordeel kan overlaten aan het congres, dan
worden deze te laat ingediende voorstellen en moties niet in behandeling genomen.

Artikel 4.3. Overige bepalingen
1. De congresafgevaardigden hebben toegang tot het congres na overhandiging van een door het partijbestuur verstrekte
geloofsbrief. Het partijbestuur stelt nadere regels voor de organisatie van de deelname van individuele leden aan het
congres.
2. Elke afgevaardigde heeft recht op vergoeding van reiskosten indien hij het congres heeft bijgewoond. Als basis voor
deze vergoeding gelden de reiskosten tweede klas van de spoorwegen, aangevuld met daarop aansluitend openbaar
vervoer. Deze vergoeding kan de afgevaardigde declareren bij de afvaardigende geleding of organisatie.
3. Voor de kosten van het congres reserveert het partijbestuur jaarlijks een bedrag.
4. Het partijbestuur publiceert binnen drie maanden na afloop van het congres op de website van de partij een verslag
van de discussie tijdens het congres en een overzicht van de genomen besluiten, de uitslag van de stemmingen over
voorstellen en amendementen, de behandelde moties en de uitkomst van de besluitvorming daarover, alsmede de
toezeggingen die van de zijde van het partijbestuur, de Kamerfracties of de delegatie in het Europees Parlement aan het
congres zijn gedaan.

Hoofdstuk 4.2. De Politieke Ledenraad
Artikel 4.4. De afgevaardigden naar de Politieke Ledenraad
1. De Politieke Ledenraad bestaat uit afgevaardigden van de afdelingen of groepen van afdelingen met een aantal leden
dat meer bedraagt dan 0,8% van het ledental van de partij, alsmede afgevaardigden van de gewesten, van de Jonge
Socialisten, de neveninstellingen en door het partijbestuur goedgekeurde platforms en netwerken en een afgevaardigde
namens de afdelingen van de partij in het buitenland. Bij ontstentenis kan de afgevaardigde worden vervangen door een
plaatsvervanger. Deze afgevaardigden en hun plaatsvervangers
dienen lid van de partij te zijn. Als ledental geldt het aantal leden vermeld op het door het partijbestuur verstrekte
ledenoverzicht van de eerste week in januari, voorafgaande aan de Politieke Ledenraad.
2. De in lid 1 genoemde afgevaardigden treden bij de Politieke Ledenraad op namens één afdeling, een combinatie van
afdelingen, één gewest, de Jonge Socialisten, de neveninstellingen of door het partijbestuur goedgekeurde platforms en
netwerken. De onder lid 1 genoemde afgevaardigden treden niet op namens een combinatie hiervan.
3. Het partijbestuur besluit over de samenwerking van afdelingen die samen meer dan 0,8% van het ledental van de
partij aan leden tellen en daarmee het recht hebben een afgevaardigde aan te wijzen. In bijzondere gevallen kan het
partijbestuur de samenwerking goedkeuren als de afdelingen samen minder dan 0,8% van het ledental aan leden tellen.
Een dergelijke toestemming geldt voor een periode van twee jaar; voor een nieuwe periode moet opnieuw toestemming
gevraagd en verleend worden. Het gewestelijk bestuur kan bij de samenwerking van afdelingen van advies dienen.
4. Elke afgevaardigde heeft recht op vergoeding van reiskosten indien hij de Politieke Ledenraad heeft bijgewoond. Als
basis voor deze vergoeding gelden de reiskosten tweede klas van de spoorwegen, aangevuld met daarop aansluitend
openbaar vervoer. Deze vergoeding kan de afgevaardigde declareren bij de afvaardigende geleding of organisatie.

Artikel 4.5. De voorbereiding van de Politieke Ledenraad
1. Het partijbestuur is belast met de voorbereiding van de (agenda van) de Politieke Ledenraad en raadpleegt hierbij het
presidium. De aankondiging van een vergadering van een niet spoedeisende Politieke Ledenraad dient minstens 3
weken voorafgaand aan de vergadering bekend gemaakt te worden aan de leden. De uitnodiging voor de vergadering,
de agenda en eventuele voorstellen dienen uiterlijk 7 dagen voor de vergadering te kennis gebracht te worden van de
afgevaardigden en leden die zich hebben opgegeven om aan de vergadering deel te nemen, terwijl een en ander
tevens op de website van de partij wordt gepubliceerd.
2. De afgevaardigden naar de Politieke Ledenraad als bedoeld in artikel 4.4. lid 1, het partijbestuur, de fracties in de
Tweede Kamer en Eerste Kamer en de delegatie in het Europees Parlement hebben het recht voorafgaand aan of tijdens
de vergadering voorstellen te doen over adviezen die door de Politieke Ledenraad worden vastgesteld. Adviezen kunnen
de vorm aannemen van een resolutie en zijn in dat geval amendeerbaar. De afgevaardigden naar de Politieke Ledenraad
als bedoeld in artikel 4.4. lid 1 en het partijbestuur hebben het recht moties voor te leggen aan de Politieke Ledenraad.
3. Een door de Politieke Ledenraad aangenomen advies wordt duidelijk geadresseerd en wordt door de betreffende
geleding beschouwd als een zwaarwegend advies. Dat houdt in dat aan de Politieke Ledenraad gerapporteerd wordt wat
met het advies is gebeurd en dat bij afwijken van het advies dit wordt gemotiveerd.
4. De Politieke Ledenraad komt minstens 3 maal per jaar bijeen.

Artikel 4.6. Verslaglegging van de Politieke Ledenraad
1. Het partijbestuur publiceert binnen 30 dagen na een vergadering van de Politieke Ledenraad op de website van de
partij een verslag van de discussie tijdens de Politieke Ledenraad en een overzicht van de genomen besluiten en
behandelde moties. Het overzicht van de genomen besluiten bevat minstens de uitkomst van de stemmingen van de
behandelde amendementen, adviezen en moties.
2. De afgevaardigden dragen er zorg voor binnen een redelijke termijn na afloop van de Politieke Ledenraad aan de
geleding die zij vertegenwoordigen verantwoording af te leggen over het verloop van en het eigen stemgedrag tijdens de
Politieke Ledenraad.

Hoofdstuk 4.3. De Verenigingsraad
Artikel 4.7. De samenstelling van de Verenigingsraad
1. De Verenigingsraad bestaat uit afgevaardigden uit de besturen van de afdelingen of groepen van samenwerkende
afdelingen die (samen) meer dan 0,8% van het ledental van de partij aan leden tellen, alsmede uit afgevaardigden uit de
besturen van de gewesten. De in het buitenland gevestigde afdelingen van de partij mogen samen een afgevaardigde
aanwijzen. Bij ontstentenis kan de afgevaardigde worden vervangen door een plaatsvervanger die eveneens lid moet
zijn van het bestuur van een afdeling of het gewest. Als ledental geldt het aantal leden vermeld op het door het
partijbestuur verstrekte ledenoverzicht van de eerste week in januari, voorafgaande aan de vergadering van de
Verenigingsraad.
2. In afdelingen van meer dan 0,8% van het ledental van de partij worden een afgevaardigde en een plaatsvervanger
aangewezen uit en door het bestuur. Deze aanwijzing gebeurt voor een periode van twee jaar.
3. Het partijbestuur besluit over de samenwerking van afdelingen die samen meer dan 0,8% van het ledental van de
partij aan leden tellen en daarmee het recht hebben een afgevaardigde aan te wijzen. In bijzondere gevallen kan het
partijbestuur de samenwerking goedkeuren als deze afdelingen samen minder dan 0,8% van het ledental van de partij
aan leden tellen. Een dergelijke toestemming geldt voor twee jaar; voor een nieuwe periode van twee jaar dient opnieuw
toestemming gevraagd en verleend te worden. Het gewestelijk bestuur kan bij de samenwerking van afdelingen van
advies dienen.
4. De afgevaardigde en de plaatsvervanger namens een aantal samenwerkende afdelingen worden aangewezen in
overleg tussen de besturen van de betrokken afdelingen. Deze afgevaardigde en de plaatsvervanger zijn lid van een
afdelingsbestuur. Deze aanwijzing is voor een periode van twee jaar.
5. De afgevaardigde en de plaatsvervanger van de gewesten worden aangewezen uit en door het gewestelijk bestuur.
Deze aanwijzing gebeurt voor een periode van twee jaar.
6. De leden van het partijbestuur nemen deel aan de vergadering van de Verenigingsraad met raadgevende stem.
7. Elke afgevaardigde heeft recht op vergoeding van reiskosten indien hij een vergadering van de
Verenigingsraad heeft bijgewoond. Als basis voor deze vergoeding gelden de reiskosten tweede klas van de
spoorwegen, aangevuld met daarop aansluitend openbaar vervoer. Deze vergoeding kan de afgevaardigde declareren bij
de afvaardigende geleding.

Artikel 4.8. Taken Verenigingsraad
1. De Verenigingsraad keurt de volgende stukken goed, nadat deze door het partijbestuur zijn vastgesteld:
a. het werkplan;
b. de jaarrekening.
2. De Verenigingsraad stelt de begroting van de partij vast, op voorstel van het partijbestuur.
3. De Verenigingsraad kan het partijbestuur opdragen een congres bijeen te roepen of besluiten dat op een eerstvolgend
congres een onderwerp wordt geagendeerd.
4. De Verenigingsraad adviseert het partijbestuur gevraagd en ongevraagd over aangelegenheden inzake de organisatie
en de financiën van de partij.
5. Indien de Verenigingsraad de jaarrekening heeft goedgekeurd, wordt daarmee de penningmeester decharge verleend.

Artikel 4.9. Voorbereiding en verloop van de vergadering van de Verenigingsraad
1. Het partijbestuur is belast met de voorbereiding van de (agenda van) een vergadering van de Verenigingsraad en
raadpleegt hierbij het presidium. De aankondiging van een vergadering van de Verenigingsraad dient minstens 3
weken voorafgaand aan de vergadering bekend gemaakt te worden aan de afgevaardigden. De uitnodiging voor de
vergadering, de agenda en eventuele voorstellen dienen uiterlijk 7 dagen voor de vergadering ter kennis gebracht te
worden van de afgevaardigden.
2. De Verenigingsraad komt minstens 4 maal per jaar bijeen.
3. Vergaderingen van de Verenigingsraad zijn besloten.
4. Afgevaardigden betrekken de besturen die ze vertegenwoordigen bij de voorbereiding van de vergadering van de
Verenigingsraad, maar nemen deel zonder een gebonden stemopdracht.

Artikel 4.9. Verslaglegging van de vergaderingen van de Verenigingsraad
1. Het partijbestuur zendt binnen 30 dagen na een vergadering van de Verenigingsraad een verslag van de discussie en
een overzicht van de genomen besluiten toe aan de afgevaardigden in de Verenigingraad en de secretarissen van de
afdelingen en gewesten.
2. Afgevaardigden leggen binnen een redelijke termijn na afloop van een vergadering van de Verenigingsraad
verantwoording af aan de besturen die ze vertegenwoordigen over het verloop van de vergadering en hun stemgedrag.

Hoofdstuk 4.4. Het partijbestuur
Artikel 4.10. De taken van het partijbestuur
1. Het partijbestuur is belast met het bestuur en de algemene leiding van de partij, het beheer van de partijorganisatie en
het uitvoeren van alle overige taken en bevoegdheden die aan het partijbestuur zijn toegewezen.
2. Het partijbestuur is belast met het toezicht op de naleving en handhaving van de statuten en reglementen.
3. Het partijbestuur roept het congres bijeen en voert de besluiten van het congres uit.
4. Het partijbestuur roept de Politieke Ledenraad bijeen.
5. Het partijbestuur roept de Verenigingsraad bijeen en voert de besluiten van de Verenigingsraad uit.
6. Het partijbestuur bemiddelt bij het voorkomen of beslechten van conflicten binnen de partij.
7. Het partijbestuur bevordert de deelname van de leden aan het politieke debat en de besluitvorming door middel van
het organiseren van bijeenkomsten, manifestaties, digitale discussieplatforms en dergelijke. Ten behoeve daarvan kan
het partijbestuur adviesgroepen, commissies, netwerken en werkgroepen instellen, respectievelijk deze als zodanig
erkennen.
8. Het partijbestuur is verantwoordelijk voor het onderhouden van contacten met maatschappelijke groepen en
organisaties.
9. Het partijbestuur is belast met de voorlichting over en in de partij en met de campagnevoering.
10. Het partijbestuur stelt de jaarlijkse begroting van de inkomsten en uitgaven van de partij op ter vaststelling door de
Verenigingsraad en legt daar na het begrotingsjaar verantwoording over af. Het beheert de geldmiddelen en de
eigendommen van de partij.
11. Het partijbestuur is belast met de erkenning van de in artikel 19 van de statuten bedoelde geestverwante
organisaties, platforms en netwerken alsmede met de goedkeuring van statuten en reglementen, alsmede wijzigingen
daarin, van deze organisaties, platforms en netwerken. Het partijbestuur onderhoudt contacten met deze organisaties,
platforms en netwerken. Het partijbestuur stelt zich op de hoogte van de besteding van door de partij verstrekte
subsidies en bijdragen aan deze organisaties, platforms en netwerken.
12. Het partijbestuur is belast met het werven van leden, het voeren van de ledenadministratie, het innen van de
contributies en de aanvullende contributies, en het adequaat informeren van de leden.
13. Het partijbestuur betoont zich actief in het werven, selecteren, opleiden en begeleiden van kaderleden,
volksvertegenwoordigers en ambtsdragers.
14. In afwachting van een besluit door het bevoegde orgaan kan het partijbestuur iemand in de uitoefening van een
functie schorsen of andere maatregelen treffen. In dat geval bevordert het partijbestuur dat er zo spoedig mogelijk een
besluit genomen wordt en kan daartoe een termijn stellen. Deze maatregelen worden aan betrokkenen medegedeeld, met
opgave van de redenen.
15. Het partijbestuur draagt er zorg voor dat met de leden van de fracties in de Tweede en Eerste Kamer, met
bewindspersonen die lid zijn van de partij, alsmede met de leden van de delegatie in het Europees Parlement jaarlijkse
voortgangsgesprekken worden gehouden.

Artikel 4.11. De verkiezing van leden van het partijbestuur
1. Het partijbestuur bestaat uit 11 leden. De voorzitter, de vicevoorzitter, de penningmeester en de internationaal
secretaris worden in functie gekozen.
2. Het partijbestuur stelt, na advies daarover te hebben ingewonnen van de Verenigingsraad, voorafgaande aan de
opening van de kandidaatstelling voor leden van het partijbestuur, een profielschets vast voor het te verkiezen
partijbestuur, respectievelijk de te vervullen posities in het partijbestuur. Deze profielschets bevat een advies
betreffende de gewenste samenstelling van het partijbestuur en de eisen waaraan de kandidaten moeten voldoen. Tevens
wordt daarin aangegeven welke posities in het partijbestuur bezoldigd zijn. De hoogte van de bezoldiging wordt
vastgesteld door het partijbestuur, met dien verstande dat de leden van het partijbestuur die een bezoldigde functie
bekleden, niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over
dat onderwerp.
3. Het partijbestuur kan – na advies van de Verenigingsraad – een commissie benoemen, die tot taak heeft op basis van
in lid 2 bedoelde profielschets aanbevelingen te doen aan het congres betreffende de verkiezing van het partijbestuur.
Kandidaten voor de op handen zijnde bestuursverkiezing of leden die met een kandidaat nauwe betrekkingen
onderhouden, kunnen geen deel uitmaken van deze commissie.
4. Het partijbestuur bepaalt in een procedureschema een datum voor welke de gemotiveerde sollicitatiebrieven van
leden die kandidaat willen zijn in het bezit van het partijbestuur dienen te zijn.
5. Binnen drie maanden na de verkiezing van leden van het partijbestuur wordt door het partijbestuur een rooster van
aftreden vastgesteld, waarin de laatst genomen beslissing over het rooster van aftreden wordt gerespecteerd. In dat
rooster van aftreden wordt geregeld dat telkens ongeveer de helft van de plaatsen openvalt, met dien verstande dat het
moment van aftreden van de voorzitter een ander is dan het moment van aftreden van de vicevoorzitter en dat het
moment van aftreden van de bezoldigde bestuurders niet tegelijk is.
6. In geval van een tussentijdse vacature in het partijbestuur wordt deze opgevuld door de kandidaat die bij de meest
recente verkiezing van de overige leden van het partijbestuur het eerstvolgend hoogste aantal stemmen heeft behaald bij
de eerste stemming over het vervullen van de vacatures van niet in functie gekozen leden. Leden die tussentijds door
opvolging lid van het partijbestuur zijn geworden, zijn bij de eerstvolgende gelegenheid dat leden van het partijbestuur
worden verkozen aftredend. Indien de vacature is ontstaan bij een in functie gekozen lid, beslist het partijbestuur welk
bestuurslid deze functie zal overnemen, met dien verstande dat ingeval de positie van voorzitter open is gevallen deze
positie wordt overgenomen door de vicevoorzitter.
7. Indien een lid van het partijbestuur dat een positie inneemt als bezoldigd bestuurder tussentijds aftreedt, wordt er in
de opvolging voorzien tijdens het eerstvolgende congres waarop verkiezing conform de procedurebepalingen
redelijkerwijze mogelijk is.
8. Leden van het partijbestuur die een volle periode van 4 jaar zitting hebben vervuld, zijn hoogstens eenmaal
aansluitend herkiesbaar in de positie die ze in het partijbestuur bekleden. Na die periode zijn de leden van het
partijbestuur wel herkiesbaar in een andere, al dan niet rechtstreeks gekozen, functie.

Artikel 4.12. Besluiten van het partijbestuur
1. De besluitenlijst van een vergadering van het partijbestuur wordt na vaststelling gepubliceerd op het voor leden
toegankelijke deel van de website van de partij.
2. Het partijbestuur kan besluiten specifieke agendapunten vertrouwelijk te behandelen. Bij het opmaken van de agenda
beslist de voorzitter van het partijbestuur of sprake is van een vertrouwelijke behandeling van een agendapunt. Het
verslag van een vertrouwelijk te behandelen agendapunt wordt in een vertrouwelijk deel van de besluitenlijst
opgenomen dat niet via de website gepubliceerd wordt.
3. Besluiten van het partijbestuur over de interpretatie van de reglementen en statuten vormen jurisprudentie ten
behoeve van besluitvorming in de toekomst. Indien bij beslissingen van het partijbestuur of de beroepscommissie de
privacy van een betrokkene in het geding is, worden de betreffende beslissingen en uitspraken zo goed mogelijk
geanonimiseerd. Dergelijke besluiten worden in een voor de leden toegankelijk register opgenomen.

Hoofdstuk 4.5. Bepalingen over andere landelijke geledingen
Artikel 4.13. Het presidium
1. De taken van het presidium bij het congres, de Politieke Ledenraad en de Verenigingsraad zijn:
a. het voorstellen en laten vaststellen van de agenda en daaraan verbonden voorstellen tot afhandeling van de agenda en
agendapunten;
b. het leiden van de vergadering en het bevorderen van een goed verloop van de vergadering;
c. adviseren van het partijbestuur bij de voorbereiding van de vergadering.
2. Het presidium wordt door het partijbestuur geraadpleegd over de algemene voorbereiding van het congres, de
Politieke Ledenraad en de Verenigingsraad en de presentatie van de desbetreffende vergaderstukken.
3. Het presidium bestaat uit 9 leden.
4. Het presidium kiest uit zijn midden een voorzitter.
5. Binnen drie maanden na de verkiezing van leden van het presidium wordt door het presidium een rooster van
aftreden vastgesteld, waarin de laatst genomen beslissing over het rooster van aftreden wordt gerespecteerd. In dat
rooster van aftreden wordt geregeld dat telkens ongeveer de helft van de plaatsen openvalt.
6. Het presidium wijst uit zijn midden één of meer voorzitters aan van de vergadering of gedeelten van de vergadering
die door het presidium geleid gaat worden. Het is de leden van het presidium die een vergadering voorzitten niet
toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen en stemmingen die onder hun leiding plaats hebben.
7. Het presidium deelt de beschikbare spreektijd in een vergadering toe aan alle deelnemers aan de beraadslaging en
bewaakt de realisatie daarvan.
8. Het presidium kan een voorbereidend congres of andere voorbesprekingen houden met (congres)afgevaardigden en
het partijbestuur over de voorlopige agenda, de afhandeling van de agenda en de verdeling van spreektijd. Het regelt
daartoe zelf het tijdstip en de wijze waarop deze voorbesprekingen worden gehouden. Het partijbestuur en de
gewestelijke besturen verlenen op verzoek van het presidium de nodige medewerking.
9. Het presidium legt jaarlijks verantwoording af over zijn werkzaamheden aan de Verenigingsraad door middel van een
schriftelijk verslag.
10. Het partijbestuur draagt zorg voor voldoende ondersteuning van het presidium.

Artikel 4.14. Geestverwante organisaties en werkverbanden binnen de partij
Status geestverwante organisaties en werkverbanden
1. Het partijbestuur kan organisaties met een eigen rechtsvorm erkennen als geestverwant aan de partij. Het
partijbestuur dient de statuten en reglementen van deze organisaties, alsmede wijzigingen daarin, goed te keuren. Het
partijbestuur kan dergelijke geestverwante organisaties zelf in het leven roepen.
2. Het partijbestuur kan netwerken en platforms in de partij, na advies daarover van de Verenigingsraad, erkennen als
werkverbanden binnen de partij. Deze erkenning geldt hoogstens een periode van vier jaar, waarna opnieuw een
verzoek tot erkenning gedaan en toegestaan moet worden. Als een werkverband wordt erkend, heeft dat de zelfde
rechten in de partij als die van geestverwante organisaties.
Rechten van geestverwante organisaties
3. Geestverwante organisaties met een eigen rechtsvorm die erkend zijn door het partijbestuur kunnen een
afgevaardigde aanwijzen die deelneemt aan het congres en kunnen een afgevaardigde aanwijzen die deelneemt aan de
Politieke Ledenraad.
4. Geestverwante organisaties en de afgevaardigden daarvan hebben het recht deel te nemen aan beraadslagingen tijdens
het congres en de Politieke Ledenraad en hebben het recht om op gelijke voet met de afgevaardigden van
partijgeledingen voorstellen, amendementen en moties in te dienen.
5. Afgevaardigden van geestverwante organisaties hebben geen stemrecht in het congres en Politieke Ledenraad, anders
dan als lid van de partij. Zij dienen lid te zijn van de partij.
Lidmaatschap van werkverbanden
6. Het lidmaatschap van een door het partijbestuur erkend werkverband staat open voor alle partijleden, behoudens door
het partijbestuur goedgekeurde restricties.
7. Het bestuur van een door het partijbestuur erkend werkverband kan iemand die daarvan lid wil worden, schriftelijk en
met redenen omkleed de toegang weigeren. Bezwaar tegen dit besluit staat open bij het partijbestuur. Het partijbestuur
doet daarop binnen 30 dagen uitspraak. Op deze uitspraak is verder geen beroep mogelijk.
8. Werkverbanden dienen te beschrijven wat de rechten van partijleden zijn aangaande deelname aan het betreffende
werkverband.
9. Het partijbestuur kan bij het vaststellen van de erkenning van een werkverband regels stellen betreffende het
democratisch karakter van procedures en werkwijzen binnen dat werkverband.

Artikel 4.15. Partij van de Europese Sociaal-Democraten (PES)
1. Gedurende de zittingsperiode die de PES hanteert, maakt een door het partijbestuur aan te wijzen lid deel uit van het
Presidium van de PES.
2. Tot de taak van het congres van de PES behoort (onder meer) het vaststellen van het Manifest voor de verkiezing van
de leden van de fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement. De
partij erkent dit manifest als het programma van de delegatie van de partij in het Europees Parlement.
3. Het congres kiest tweejaarlijks de delegatie naar het congres van de PES. Van deze delegatie maken in ieder geval
deel uit de voorzitter van de Tweede Kamerfractie, de politiek leider, de internationaal secretaris, het Nederlandse lid
van het Presidium van de PES, een lid van de Tweede Kamerfractie en een lid van de delegatie van de partij in het
Europees Parlement. Het congres kiest de overige leden van de delegatie. Het partijbestuur kan daartoe een aanbeveling
doen. Herverkiezing van de door het congres gekozen leden is twee maal mogelijk.
4. De voorzitter van de partij kan de vergadering van de delegatie naar het PES-congres bijwonen.
5. De delegatie naar het PES-congres is verantwoording schuldig aan het congres. Daartoe brengt ze elke twee jaar
schriftelijk verslag uit aan het congres.

Toelichting op de reglementen, deel 4.
De geledingen op landelijk niveau
1. Algemene opmerkingen
De reglementen over de geledingen van de partij op landelijk niveau dienen te worden gelezen in samenhang
met de artikelen 5, 8, 9, 10, 11 en 19 van de statuten. Tevens zijn de delen 8, 9 en 10 van de reglementen die de
deelname aan de landelijke en Europese politiek behandelen verbonden met dit deel.
2. Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 4.1. Het congres (artikelen 4.1. tot en met 4.3.)
In artikel 4.1. wordt de aanwijzing van de afgevaardigden voor het congres behandeld. Verder wordt de positie van de
afgevaardigden ten opzichte van de geleding die zij vertegenwoordigen geregeld. Vervolgens zijn in de artikelen 4.2. en
4.3. bepalingen opgenomen over de voorbereiding van het congres en wordt een aantal praktische zaken rond het
congres geregeld, zoals reiskosten van afgevaardigden en de wijze waarop het partijbestuur zorg dient te dragen voor de
verslaglegging van het congres.

Hoofdstuk 4.2. De Politieke Ledenraad (artikelen 4.4. tot en met 4.6.)
In artikel 4.4. wordt de aanwijzing van de afgevaardigden voor de Politieke Ledenraad behandeld. Verder wordt de
positie van de afgevaardigden ten opzichte van de geleding die zij vertegenwoordigen geregeld, zijn bepalingen
opgenomen over de voorbereiding van de Politieke Ledenraad (onder andere de totstandkoming van de agenda en de rol
van het presidium hierbij) en wordt de verslaglegging van de Politieke Ledenraad geregeld.

Hoofdstuk 4.3. De Verenigingsraad (artikelen 4.7. tot en met 4.9.)
In artikel 4.7. wordt de aanwijzing van de afgevaardigden voor de Verenigingsraad behandeld. Verder wordt de positie
van de afgevaardigden ten opzichte van de geleding die zij vertegenwoordigen geregeld.
In artikel 4.8. wordt opgesomd over welke aangelegenheden de Verenigingsraad beslissingen neemt. Dat betreft de
goedkeuring van het werkplan van het partijbestuur en de jaarrekening die beide eerst door het partijbestuur zijn
vastgesteld. Omdat de Verenigingsraad het recht heeft van amendement op de begroting, stelt het de begroting vast op
voorstel van het partijbestuur.
In artikel 4.9. wordt de verslaglegging van de vergaderingen van de Verenigingsraad geregeld.

Hoofdstuk 4.4. Het partijbestuur
Artikel 4.10. beschrijft de taken van het partijbestuur.
Artikel 4.11. geeft, aanvullend op de statuten, nadere regels voor de verkiezing van de leden van het partijbestuur.
Artikel 4.12. borgt het inzicht in de uitkomsten van de besluitvorming door het partijbestuur.
Hoofdstuk 4.5. Bepalingen over andere landelijke geledingen
Artikel 4.13. Het presidium
Artikel 4.13. beschrijft de taken en de werkwijze van het presidium.
Een belangrijke taak van het presidium, naast het voorzitten van het congres, de Politieke Ledenraad en de
Verenigingsraad, is het aan de vergadering voorstellen van een agenda met bijbehorende afhandelingsvoorstellen.
Jaarlijks legt het presidium schriftelijk verantwoording af aan de Verenigingsraad.
Artikel 4.14. Geestverwante organisaties en werkverbanden binnen de partij
In dit artikel worden de status en rechten van de geestverwante organisaties en werkverbanden ten opzichte van de partij
vastgelegd. Daarnaast zijn in artikel 4.14. bepalingen opgenomen over het lidmaatschap van partijleden van
werkverbanden binnen de partij.
Artikel 4.14. is grotendeels afgeleid van de huidige reglementen. Daarin hebben sommige geestverwante organisaties
meer rechten dan andere. In het nieuwe artikel zijn de rechten voor alle geestverwante organisaties, platforms en
netwerken zoveel mogelijk gelijk getrokken. Dat betekent dat de afgevaardigden van deze organisaties bij zowel het
congres als de Politieke Ledenraad recht hebben op het indienen voorstellen, moties en amendementen.
Zij hebben, net als in de huidige situatie, geen stemrecht op congres en Politieke Ledenraad, anders
dan als lid van de partij. Nieuw is verder opgenomen dat de werkverbanden binnen de partij de rechten van partijleden
dienen te beschrijven, dat het partijbestuur nadere eisen kan stellen aan het democratisch gehalte van deze
werkverbanden en dat er voor partijleden een bezwaarmogelijkheid is tegen het niet toelaten als lid van werkverbanden
binnen de partij bij het partijbestuur.
Artikel 4.15. Partij van de Europese Sociaal-Democraten (PES)
In dit artikel is de positie van de partij vastgelegd ten opzichte van de PES. Daarnaast is de vertegenwoordiging van de
partij voor het PES-congres geregeld.