Statuten en huishoudelijk reglementen PvdA




Deel 3. De taken van het gewest

De taken van het gewest zijn:
a. het organiseren van de deelname aan de Provinciale Statenverkiezingen, onder meer door het maken van een
verkiezingsprogramma en het opstellen en indienen van een kandidatenlijst;
b. het adviseren van de Statenfractie ten aanzien van de provinciale politiek;
c. het beoordelen van het onderhandelingsresultaat bij de vorming van een nieuw college van Gedeputeerde Staten,
waarbij de Statenfractie voorstelt om daaraan deel te nemen;
d. het organiseren van de deelname aan de waterschapsverkiezingen, onder meer door het maken van een
verkiezingsprogramma en het opstellen en indienen van een kandidatenlijst;
e. het adviseren van de fractie in het waterschapsbestuur ten aanzien van de daar te voeren politiek;
f. het beoordelen van het onderhandelingsresultaat bij de vorming van een nieuw dagelijks bestuur van het waterschap,
waarbij de waterschapsfractie voorstelt om daaraan deel te nemen;
g. het werven van leden voor bestuurlijke en vertegenwoordigende functies;
h. het bevorderen van het politieke debat binnen en buiten het gewest op regionaal niveau;
i. alle overige activiteiten om leden de gelegenheid te geven actief deel te nemen in de partij.

Artikel 3.2. De gewestelijke vergadering
1. De gewestelijke vergadering is het hoogste gezag binnen het gewest.
2. De gewestelijke vergadering komt minstens tweemaal per jaar bijeen en verder zo vaak als het gewestelijk bestuur
dat nodig acht of als een aandeel van de afdelingen in het gewest conform artikel 3.3. lid 3 daarom verzoekt.
3. De gewestelijke vergadering bestaat uit afgevaardigden van de afdelingen binnen het gewest en de leden van het
gewestelijk bestuur.
4. Elke afgevaardigde heeft recht op vergoeding van reiskosten indien hij de gewestelijke vergadering heeft
bijgewoond. Als basis voor deze vergoeding gelden de reiskosten tweede klas van de spoorwegen, aangevuld met
daarop aansluitend openbaar vervoer. Deze vergoeding kan de afgevaardigde declareren bij de afdeling die hem
afvaardigt.
5. Leden van de Statenfractie en de door de Statenfractie voorgedragen leden van Gedeputeerde Staten, alsmede leden
van de fracties in het waterschapsbestuur wonen de gewestelijke vergadering bij met raadgevende stem.
6. De gewestelijke vergadering is openbaar, tenzij de vergadering anders besluit.
7. Elk lid dat woont in het gewest, heeft toegang tot de gewestelijke vergadering en heeft daarin spreekrecht.
8. De afgevaardigden en de leden van het gewestelijk bestuur hebben stemrecht in de gewestelijke vergadering.
De afdelingsafvaardiging vertegenwoordigt eenzelfde aantal stemmen als het aantal stemmen waarop de afdeling in het
congres recht heeft. Indien een afdeling twee of meer afgevaardigden heeft, worden de stemmen van die afdeling zo
goed mogelijk gelijkelijk over de afgevaardigden van die afdeling verdeeld. Een afgevaardigde kan wel worden
vervangen door een plaatsvervanger bij het uitbrengen van stemmen, maar de stemmen zijn niet overdraagbaar aan een
ander. De leden van het gewestelijk bestuur hebben ieder één stem.
9. Een lid van het partijbestuur heeft de bevoegdheid elke vergadering van het gewest bij te wonen. Hij heeft daarin een
raadgevende stem.
10. Een lid van de Statenfractie of van een fractie in het waterschapsbestuur legt desgevraagd verantwoording af aan de
gewestelijke vergadering.
11. Een gedeputeerde heeft het recht de vergadering te informeren over het gevoerde en te voeren beleid en de
vergadering heeft het recht daarover informatie aan de gedeputeerde te vragen.
12. Voor een gewestelijke vergadering worden uitgenodigd de leden van de Tweede Kamerfractie en de Eerste
Kamerfractie die tot taak hebben contacten te onderhouden met het betreffende gewest of de regio´s daarin. Zij nemen
deel aan de gewestelijke vergadering met raadgevende stem.

Artikel 3.3. De uitnodiging voor en de verslaglegging van de gewestelijke vergadering
1. De aankondiging van de gewestelijke vergadering dient tenminste 3 weken voor de vergadering bij de
afdelingssecretarissen en de afgevaardigden te zijn bezorgd.
2. De uitnodiging voor de gewestelijke vergadering en eventuele voorstellen dienen uiterlijk 7 dagen vóór de
vergadering bij de afdelingssecretarissen en de afgevaardigden naar de gewestelijke vergadering te zijn bezorgd. Indien
ter vergadering besluitvorming over de vaststelling van een kandidatenlijst dient plaats te vinden, worden de voorstellen
uiterlijk 14 dagen voor de vergadering bij de afdelingssecretarissen en de afgevaardigden bezorgd. De uitnodiging
wordt schriftelijk verstuurd, maar kan digitaal verstuurd worden aan leden die hebben aangegeven dat hun e-mailadres
voor partijberichten gebruikt mag worden.
3. Indien dit door minstens 10 afdelingen danwel minstens 25% procent van de afdelingen binnen het gewest wordt
verlangd, wordt op de eerstvolgende gewestelijke vergadering een onderwerp geagendeerd, en als behandeling daarvan
niet kan wachten op de eerstvolgende vergadering, is het gewestelijk bestuur er aan gehouden zo spoedig mogelijk een
gewestelijke vergadering uit te schrijven waarop dat onderwerp is geagendeerd.
4. De uitnodiging voor de gewestelijke jaarvergadering dient de afdelingssecretarissen en de afgevaardigden tijdig te
bereiken, waarna zij 14 dagen de gelegenheid hebben voorstellen in te dienen en namen te noemen voor de te verkiezen
functies. Deze voorstellen en een overzicht van de gestelde kandidaten dienen uiterlijk 7 dagen voor de jaarvergadering
bij de fdelingssecretarissen en de afgevaardigden te zijn bezorgd.
5. In spoedeisende gevallen kan van de in de leden 1 en 2 genoemde termijnen worden afgeweken, met dien verstande
dat de aankondiging respectievelijk uitnodiging, agenda en eventuele voorstellen uiterlijk twee dagen vóór de extra
vergadering bij de afdelingssecretarissen en de afgevaardigden dienen te zijn bezorgd.
6. De secretaris draagt zorg voor een verslag van de gewestelijke vergadering. Dat verslag kan bestaan uit een
besluitenlijst. Het verslag wordt vastgesteld in een volgende gewestelijke vergadering.

Artikel 3.4. Nadere bepalingen over gewestelijke vergaderingen
1. Jaarlijks in het laatste kalenderkwartaal houdt het gewest een vergadering waarop het werkplan en de begroting voor
het daarop volgende jaar worden vastgesteld. Indien een gewestelijk bestuur daartoe besluit, kan een werkplan een
periode beslaan van twee jaar en dient dit spoedig na de verkiezing van een gewestelijk bestuur voorgelegd te worden
aan de gewestelijke vergadering.
2. In het eerste kalenderkwartaal houdt het gewest zijn jaarvergadering waarop:
a. het beleid van het gewestelijk bestuur in het voorafgaande kalenderjaar wordt besproken aan de hand van het
financieel verslag en het jaarverslag;
b. de door de kascontrolecommissie aan de hand van betalingsbewijzen gecontroleerde financiële rekening over het
voorgaande kalenderjaar wordt vastgesteld; in geval van goedkeuring van de rekening wordt door de vergadering de
penningmeester daarmee decharge verleend;
c. de leden van het gewestelijk bestuur, de leden van de kascontrolecommissie en de afgevaardigde en plaatsvervangend
afgevaardigde naar de Politieke Ledenraad worden gekozen uit de door de leden binnen het gewest gestelde kandidaten;
deze kandidaten moeten woonachtig zijn binnen het gewest.
3. De verkiezingen van de in lid 2, sub c genoemde leden en (plaatsvervangend) afgevaardigden gebeuren telkens voor
een periode van twee jaar, zodat deze verkiezingen het ene jaar wel en het andere jaar niet plaatsvinden, tenzij
opengevallen plaatsen vervuld moeten worden.
Indien de gewestelijke vergadering heeft gekozen voor de mogelijkheid om bestuursleden te kiezen voor 4 jaar, vindt de
verkiezing van bestuursleden als regel elke twee jaar plaats, waarbij telkens ongeveer de helft van het betuur aftredend
is op basis van een door het bestuur vastgesteld rooster van aftreden.
4. Indien in het eerste kwartaal van een jaar waarin de leden van het gewestelijk bestuur worden gekozen verkiezingen
plaatsvinden voor Provinciale Staten, is het toegestaan de verkiezingen als bedoeld in lid 2, sub c te laten plaatsvinden
in het tweede kwartaal.
Kascontrolecommissie
5. De kascontrolecommissie bestaat uit minstens 2 leden, allen woonachtig binnen het gewest. De leden van de
kascontrolecommissie mogen geen deel uitmaken van het gewestelijk bestuur, de Statenfractie, een
waterschapsfractie of direct of via een stichting in loondienst zijn van het gewest dan wel de Statenfractie of een
waterschapsfractie.
6. De kascontrolecommissie onderzoekt na een boekjaar en als de penningmeester het concept financieel verslag heeft
opgemaakt de feitelijkheid en rechtmatigheid van de inkomsten en uitgaven, alsmede de posten op de balans. Op grond
van het verrichte onderzoek brengt de kascontrolecommissie verslag uit aan de gewestelijke vergadering, voorafgaande
aan de behandeling van het financieel verslag.

Artikel 3.5. Het gewestelijk bestuur
1. Het gewestelijk bestuur bestaat uit minstens 3 leden, door de gewestelijke vergadering gekozen uit de in de provincie
woonachtige leden van de partij. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden in functie gekozen. De
gewestelijke vergadering bepaalt het aantal leden van het gewestelijk bestuur.
2. Leden van de Statenfractie, van het college van Gedeputeerde Staten en van de fractie in het waterschapsbestuur
mogen geen lid zijn van het gewestelijk bestuur.
3. De voorzitter van de Statenfractie, de gedeputeerde(n), alsmede de fractievoorzitter van de waterschapsfractie kunnen
aan de vergaderingen van het gewestelijk bestuur deelnemen met raadgevende stem. De fractievoorzitter van de
Statenfractie kan zich laten vervangen door een ander lid van de Statenfractie en de fractievoorzitter van de
waterschapsfractie door een ander lid van die fractie.
4. Het bestuur treedt tweejaarlijks af op de jaarvergadering, maar de leden zijn terstond herkiesbaar. Bij tussentijds
aftreden van een bestuurslid kan de gewestelijke vergadering in de opengevallen plaats voorzien, mits deze verkiezing
is geagendeerd. Indien een in functie gekozen bestuurslid tussentijds terugtreedt of wordt ontslagen, dan voorziet de
gewestelijke vergadering uiterlijk in de eerstvolgende jaarvergadering in de vacature.
5. De leden van het bestuur kunnen te allen tijde, samen of afzonderlijk, door de gewestelijke vergadering als lid van het
bestuur worden ontslagen.
6. Voor zover in de statuten of reglementen niet anders is bepaald, is het gewestelijk bestuur verantwoordelijk voor de
uitvoering van de taken van het gewest.
7. Het gewestelijk bestuur draagt er zorg voor dat de leden van de Statenfractie, de gedeputeerden die door de
Statenfractie zijn voorgedragen en de leden van de waterschapsfractie(s) worden uitgenodigd voor het bijwonen van de
gewestelijke vergadering.
8. Een lid van het gewestelijk bestuur heeft de bevoegdheid elke vergadering van het bestuur of ledenvergadering van
een tot dit gewest behorende afdeling bij te wonen. Hij heeft daarin een raadgevende stem.
9. Een lid van het gewestelijk bestuur heeft de bevoegdheid elke vergadering van de Statenfractie en de
waterschapsfractie bij te wonen. Hij heeft daarin een raadgevende stem.
10. Het gewestelijk bestuur bepaalt welk lid uit zijn midden optreedt als afgevaardigde in de Verenigingsraad. Deze
afgevaardigde betrekt het bestuur bij de voorbereiding van de vergadering van de Verenigingsraad, maar neemt deel
zonder gebonden stemopdracht. De afgevaardigde legt verantwoording af aan het bestuur over het verloop van de
vergadering van de Verenigingsraad en zijn stemgedrag. Het bestuur wijst uit zijn midden tevens een plaatsvervangend
afgevaardigde aan.
11. De penningmeester draagt er zorg voor dat de vastgestelde begroting en het werkplan van het gewest worden
toegezonden aan het partijbestuur, op basis waarvan het gewest kan beschikken over de afdracht aan het gewest uit de
centrale middelen.
12. Een lid van het partijbestuur heeft de bevoegdheid de vergadering van het bestuur van elke gewest bij te wonen.
Hij heeft daarin een raadgevende stem.
13. Indien de gewestelijke vergadering heeft gekozen voor het verkiezen van bestuursleden voor een periode van 4 jaar,
dan stelt het bestuur een rooster van aftreden vast met het oogmerk dat telkens ongeveer de helft van het bestuur elke
twee jaar aftredend is. Als door tussentijdse wisselingen in de samenstelling of voortijdig aftreden van bestuursleden bij
een bestuursverkiezing niet ongeveer de helft aftredend is, kan een bestuur een nieuw rooster van aftreden vaststellen,
waarbij het eerdere rooster van aftreden wordt gerespecteerd en de zittingsperiode van elk bestuurslid niet langer dan 4
jaar is.

Artikel 3.6. Indelen in regio’s
1. De gewestelijke vergadering kan het gewest indelen in regio's. De afdelingen in een regio en de gewestelijke
vergadering kunnen taken en bevoegdheden overdragen aan de regionale vergadering of een regio-overleg dat bestaat
uit vertegenwoordigers van het gewestelijk bestuur en de afdelingsbesturen in die regio.
2. Bij verkiezingen voor de waterschappen kunnen (tijdelijk) regio's worden aangewezen die overeenstemmen met het
gebied van het waterschap. De gewestelijke vergadering kan daarbij taken en bevoegdheden overdragen aan een
regiovergadering waarin de afdelingen zijn vertegenwoordigd die binnen het gebied van een waterschap liggen, naar
rato van het aantal leden dat in dat waterschap woont. Als een waterschap in het gebied van meer gewesten ligt, ligt het
initiatief bij het gewest waarbinnen de hoofdzetel van het waterschap ligt. Het gewestelijk bestuur treft in dat geval de
nodige regelingen in overleg met de andere gewestelijke besturen in het gebied van het waterschap.

Artikel 3.7. Provinciale afdeling van de Jonge Socialisten
1. Indien er een provinciale afdeling van de Jonge Socialisten bestaat in het gebied van het gewest, dan heeft deze
provinciale afdeling gelijke rechten als de afgevaardigden ten aanzien van het doen van voorstellen, alsmede het
indienen van moties en amendementen in de gewestelijke vergadering.
2. Indien er een provinciale afdeling van de Jonge Socialisten bestaat in het gebied van een gewest, dan heeft deze
provinciale afdeling het recht met een lid deel te nemen aan de vergaderingen van het gewestelijk bestuur, met
raadgevende stem. Deze vertegenwoordiger dient lid te zijn van de partij.

Toelichting op de reglementen, deel 3.
De gewesten
1. Algemene opmerkingen
De reglementen voor het gewest dienen gelezen te worden in samenhang met artikel 7 van de statuten dat over het
gewest gaat. Verder wordt gewezen op deel 6 van de reglementen dat gaat over de deelname aan het provinciaal bestuur
en deel 7 van de reglementen dat gaat over de deelname aan het waterschapsbestuur.
Verder wordt gewezen op de bepalingen in deel 1 van de reglementen, met name die over de orde van vergaderingen en
de besluitvorming.

2. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 3.1. De taken van het gewest
In dit artikel worden de taken van het gewest opgesomd.

Artikel 3.2. De gewestelijke vergadering
In dit artikel is de positie van de gewestelijke vergadering ten opzichte van het gewest vastgelegd en is bepaald op
welke wijze afgevaardigden uit de afdelingen, leden van de Provinciale Statenfractie, gedeputeerden en
vertegenwoordigers van het partijbestuur, alsmede de leden van de Tweede Kamerfractie en de Eerste Kamerfractie die
de contacten onderhouden in het betreffende gewest deel kunnen nemen aan de gewestelijke vergadering.

Artikel 3.3. De uitnodiging voor en de verslaglegging van de gewestelijke vergadering
In dit artikel is de wijze bepaald waarop de uitnodiging voor de gewestelijke vergadering en de daarbij behorende
voorstellen kenbaar gemaakt worden aan de afdelingssecretarissen en de afgevaardigden. Dit heeft als doel de
besluitvorming in de gewestelijke vergadering transparant te maken voor de afgevaardigden, zodat zij optimaal in
positie zijn om deel te nemen aan het besluitvormingsproces in de gewestelijke vergadering. Uiteraard draagt het
gewestelijk bestuur ook zorg voor het uitnodigen van alle overige leden. In dit artikel is ook geregeld dat voldoende
afdelingen een agendapunt kunnen agenderen in de gewestelijke vergadering.

Artikel 3.4. Nadere bepalingen over gewestelijke vergaderingen
In dit artikel zijn bepalingen opgenomen over de jaarvergadering van het gewest en het kiezen van de leden van het
gewestelijk bestuur, de kascontrolecommissie en de afgevaardigden naar de Politieke Ledenraad.

Artikel 3.5. Het gewestelijk bestuur
Artikel 3.5. beschrijft de samenstelling en verkiezing van het gewestelijk bestuur en regelt de communicatie over en
deelname aan vergaderingen van het gewestelijk bestuur door de lijsttrekker en de voorzitter van de Statenfractie, de
gedeputeerden, alsmede de voorzitter(s) van de waterschapsfractie(s). Ook is in dit artikel bepaald dat een lid van het
gewestelijk bestuur met raadgevende stem aanwezig kan zijn bij de vergaderingen van de Statenfractie en de
waterschapsfractie.

Artikel 3.6. Indelen in regio’s
Artikel 3.6. beschrijft de bepalingen over het aanwijzen van regio’s door het gewest. Een aparte bepaling betreft de
instelling van regio's die, al dan niet tijdelijk, ingesteld worden bij de verkiezing van een waterschap. Die bepaling is
van toepassing als de begrenzing van een waterschap niet samenvalt met dat van een provincie.

Artikel 3.7. Provinciale afdeling van de Jonge Socialisten
Artikel 3.7. beschrijft de positie van de provinciale jongerenafdeling ten opzichte van het gewest.