Statuten en huishoudelijk reglementen PvdA




Deel 2. De Afdelingen

De taken van de afdeling zijn:
a. het organiseren van de deelname aan de verkiezing van de gemeenteraad, de deelgemeenteraad of de stadsdeelraad,
onder meer door het maken van een verkiezingsprogramma en het opstellen en indienen van een kandidatenlijst;
b. het adviseren van de gemeenteraadsfractie ten aanzien van de lokale politiek;
c. het beoordelen van het onderhandelingsresultaat bij de vorming van een nieuw college van burgemeester en
wethouders, waarbij de gemeenteraadsfractie voorstelt om daaraan deel te nemen;
d. het werven van leden voor bestuurlijke en vertegenwoordigende functies;
e. het bevorderen van het politieke debat binnen en buiten de afdeling op lokaal niveau;
f. de voorbereiding van en de deelname aan het congres;
g. de voorbereiding van en de deelname aan de gewestelijke vergadering;
h. alle overige activiteiten om leden te werven, om de leden de gelegenheid te geven actief deel te nemen in de partij en
het gedachtegoed van de partij uit te dragen.

Artikel 2.2. De afdelingsvergadering
1. De afdelingsvergadering is het hoogste gezag binnen de afdeling.
2. De afdelingsvergadering komt minstens twee maal per jaar bijeen en verder zo vaak als het afdelingsbestuur dat
nodig acht of als een aandeel van de leden van de afdeling conform artikel 2.3. lid 6 daarom verzoekt.
3. De afdelingsvergadering is openbaar, tenzij de vergadering anders besluit.
4. Stemgerechtigd zijn de ter vergadering aanwezige leden die deel uitmaken van de afdeling.
5. Een lid van het partijbestuur of van het bestuur van het gewest waartoe de afdeling behoort heeft de bevoegdheid
elke vergadering van de afdeling bij te wonen. Hij heeft daarin een raadgevende stem.
6. Een lid van de fractie legt desgevraagd verantwoording af aan de afdelingsvergadering.
7. Een wethouder heeft het recht de vergadering te informeren over het gevoerde en te voeren beleid en de vergadering
heeft het recht daarover informatie aan de wethouder te vragen.
8. Indien een door de partij voorgedragen wethouder geen deel uitmaakt van de betrokken afdeling, dan neemt de
betreffende wethouder deel aan de afdelingsvergadering met raadgevende stem.
9. Indien een afdeling twee of meer gemeenten omvat, kan de ledenvergadering besluiten de lokale politiek te
behandelen in vergaderingen waarvoor de leden worden uitgenodigd die woonachtig zijn in de betreffende gemeente.
De bepalingen in de leden 4, 6 en 7 worden daarbij overeenkomstig toegepast.

Artikel 2.3. De uitnodiging voor en de verslaglegging van de afdelingsvergadering
1. De aankondiging van de afdelingsvergadering dient tenminste 3 weken voor de vergadering bij de leden te zijn
bezorgd.
2. De uitnodiging voor de afdelingsvergadering, de agenda en eventuele voorstellen dienen uiterlijk 7 dagen vóór de
vergadering bij de leden te zijn bezorgd. Indien ter vergadering het vaststellen van een kandidatenlijst dient plaats te
vinden, worden de ontwerpkandidatenlijst en een toelichting daarop uiterlijk 14 dagen voor de vergadering bij de leden
bezorgd.
3. De uitnodiging wordt schriftelijk verstuurd, maar kan digitaal verstuurd worden aan leden die hebben aangegeven dat
hun e-mailadres voor partijberichten gebruikt mag worden.
4. De uitnodiging voor de afdelingsjaarvergadering dient de leden tijdig te bereiken, waarna zij minstens 14 dagen de
gelegenheid hebben voorstellen in te dienen en namen te noemen voor de te verkiezen functies. Deze voorstellen dienen
uiterlijk 7 dagen voor de jaarvergadering bij de leden te zijn bezorgd.
5. In spoedeisende gevallen kan van de in de leden 1 en 2 genoemde termijnen worden afgeweken, met dien verstande
dat de aankondiging respectievelijk uitnodiging, agenda en eventuele voorstellen uiterlijk twee dagen vóór de extra
vergadering bij de leden dienen te zijn bezorgd.
6. Het afdelingsbestuur moet een onderwerp agenderen op de eerstvolgende afdelingsvergadering, indien:
a. dit door minstens 10% van de leden wordt verlangd in afdelingen die minder dan 200 leden tellen;
b. dit door minstens 20 leden wordt verlangd in afdelingen die 200 leden of meer tellen.
Als de behandeling van dat onderwerp dat verlangt, wordt zo spoedig mogelijk een afdelingsvergadering belegd waarop
dat onderwerp is geagendeerd.
7. De secretaris draagt zorg voor een verslag van de afdelingsvergadering. Dat verslag kan bestaan uit een besluitenlijst.
Het verslag wordt vastgesteld in een volgende afdelingsvergadering.

Artikel 2.4. Nadere bepalingen over afdelingsvergaderingen
algemene bepalingen
1. Jaarlijks in het laatste kalenderkwartaal houdt de afdeling een vergadering waarop het werkplan en de begroting voor
het daarop volgende jaar worden vastgesteld. Indien een afdelingsbestuur daartoe besluit, kan een werkplan een periode
beslaan van twee jaar en dient dit spoedig na de verkiezing van het afdelingsbestuur voorgelegd te worden aan de
afdelingsvergadering.
2. In het eerste kalenderkwartaal houdt de afdeling haar jaarvergadering, waarop:
a. het beleid van het afdelingsbestuur in het voorafgaande kalenderjaar wordt besproken aan de hand van
het financieel verslag en het jaarverslag;
b. de door de kascontrolecommissie aan de hand van betalingsbewijzen gecontroleerde financiële rekening
over het voorgaande kalenderjaar wordt vastgesteld; in geval van goedkeuring wordt door de vergadering
de penningmeester daarmee decharge verleend;
c. de leden van het afdelingsbestuur en de leden van de kascontrolecommissie worden gekozen alsmede
de afgevaardigde(n) en plaatsvervangend afgevaardigde(n) naar het congres, de gewestelijke vergadering
en, als de afdeling daarvoor een afgevaardigde mag aanwijzen conform artikel 2.6. lid 1 de Politieke
Ledenraad.
3. Kandidaten voor de in lid 2, sub c genoemde functies worden gesteld door de leden van de afdeling conform
artikel 2.3. lid 4, maar uiterlijk voor aanvang van de jaarvergadering.
4. De verkiezingen van de leden van het afdelingsbestuur, de kascontrolecommissie en de (plaatsvervangend)
afgevaardigden gebeuren telkens voor een periode van twee jaar, zodat deze verkiezingen het ene jaar wel
en het andere jaar niet plaatsvinden, tenzij opengevallen plaatsen vervuld moeten worden.
Indien de afdelingsvergadering heeft gekozen voor de mogelijkheid om bestuursleden te kiezen voor 4 jaar, vindt de
verkiezing van bestuursleden als regel elke twee jaar plaats, waarbij telkens ongeveer de helft van het betuur aftredend
is op basis van een door het bestuur vastgesteld rooster van aftreden.
(plaatsvervangende) afgevaardigde(n) naar het congres
5. Het aantal te kiezen (plaatsvervangende) congresafgevaardigden is afhankelijk van het ledental. Elke afdeling
kiest per 0,8 % van het totale ledenaantal van de partij of een gedeelte daarvan één afgevaardigde voor het congres. Als
ledental geldt het aantal leden vermeld op het door het partijbestuur verstrekte ledenoverzicht van de eerste week in
januari, voorafgaande aan het congres. Bij tussentijdse oprichting, samenvoeging of splitsing van (een) afdeling(en)
geldt het ledental op de datum dat die wijziging ingaat.
(plaatsvervangend) afgevaardigde(n) naar de gewestelijke vergadering
6. Het aantal afgevaardigden per afdeling naar de gewestelijke vergadering is afhankelijk van het ledental. Elke
afdeling kiest per 0,15% van het totale ledenaantal van de partij of een gedeelte daarvan één afgevaardigde, met
een maximum van 5 afgevaardigden. Als ledental geldt het aantal leden vermeld op het door het partijbestuur
verstrekte ledenoverzicht van de eerste week in januari, voorafgaande aan de gewestelijke vergadering. Bij
tussentijdse oprichting, samenvoeging of splitsing van (een) afdeling(en) geldt het ledental op de datum dat die
wijziging ingaat.
7. In geval van een tussentijdse vacature of indien een gewestelijk afgevaardigde verhinderd is een gewestelijke
vergadering bij te wonen, regelt het afdelingsbestuur zijn vervanging. De afdelingssecretaris brengt het gewestelijk
bestuur terstond van deze beslissing op de hoogte.
Kascontrolecommissie
8. De kascontrolecommissie bestaat uit minstens 2 leden, allen lid van de afdeling. De leden mogen geen deel uitmaken
van het bestuur van de afdeling, de raadsfractie, of direct of via een stichting in loondienst zijn van de afdeling dan
wel de raadsfractie..
9. De kascontrolecommissie onderzoekt na een boekjaar en als de penningmeester het concept financieel verslag heeft
opgemaakt de feitelijkheid en rechtmatigheid van de inkomsten en uitgaven, alsmede de posten op de balans. Op grond
van het verrichte onderzoek brengt de kascontrolecommissie verslag uit aan de afdelingsvergadering, voorafgaande aan
de behandeling van het financieel verslag.
10. Indien in het eerste kwartaal van een jaar waarin de leden van het afdelingsbestuur worden gekozen verkiezingen
plaatsvinden voor de gemeenteraad, is het toegestaan de verkiezingen als bedoeld in lid 2, sub c te laten plaatsvinden in
het tweede kwartaal.

Artikel 2.5. Het afdelingsbestuur
1. Het afdelingsbestuur bestaat uit minstens 3 door de afdelingsvergadering op de jaarvergadering gekozen leden,
waarbij elk lid deel uitmaakt van de afdeling. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden in functie gekozen.
De afdelingsvergadering bepaalt het aantal leden van het afdelingsbestuur.
2. Leden van de gemeenteraadsfractie en leden van het college van burgemeester en wethouders mogen geen lid zijn
van het afdelingsbestuur. De voorzitter van de gemeenteraadsfractie en wethouders kunnen de vergaderingen van het
bestuur bijwonen, met raadgevende stem. Indien de fractievoorzitter verhinderd is, kan hij zich laten vervangen door
een ander fractielid.
3. De leden van het afdelingsbestuur kunnen te allen tijde, samen of afzonderlijk, door de ledenvergadering als lid van
het bestuur worden ontslagen.
4. De leden van het afdelingsbestuur treden tweejaarlijks af op de jaarvergadering, maar zijn terstond herkiesbaar. Bij
tussentijds aftreden van een bestuurslid kan de afdelingsvergadering in de opengevallen plaats voorzien, mits deze
verkiezing is geagendeerd. Indien een in functie gekozen bestuurslid tussentijds terugtreedt of wordt ontslagen, dan
voorziet de afdelingsvergadering uiterlijk in de eerstvolgende jaarvergadering in de vacature.
5. Voor zover in de statuten of de reglementen niet anders is bepaald, is het afdelingsbestuur verantwoordelijk voor de
uitvoering van de taken van de afdeling.
6. Het afdelingsbestuur draagt er zorg voor dat de leden van de gemeenteraadsfractie en de wethouders die door de
gemeenteraadsfractie of een door de partij erkende gemeenschappelijke fractie zijn voorgedragen
worden uitgenodigd voor het bijwonen van de afdelingsvergadering. Indien een wethouder geen deel uitmaakt van de
afdeling, neemt hij aan de afdelingsvergadering deel met raadgevende stem.
7. Een lid van het afdelingsbestuur heeft de bevoegdheid elke vergadering van de gemeenteraadsfractie bij te wonen.
Hij heeft daarin een raadgevende stem.
8. De penningmeester draagt er zorg voor dat de vastgestelde begroting en het werkplan van de afdeling worden
toegezonden aan het partijbestuur, op basis waarvan de afdeling kan beschikken over de afdracht aan de afdeling uit de
centrale middelen.
9. Een lid van het partijbestuur heeft de bevoegdheid de vergadering van het bestuur van elke afdeling bij te wonen.
Een lid van het bestuur van het gewest heeft de bevoegdheid de vergadering van het bestuur van elke afdeling
binnen het gewest bij te wonen. Zij hebben daarin een raadgevende stem.
10. Indien de afdelingsvergadering heeft gekozen voor het verkiezen van bestuursleden voor een periode van 4 jaar, dan
stelt het bestuur een rooster van aftreden vast met het oogmerk dat telkens ongeveer de helft van het bestuur elke twee
jaar aftredend is. Als door tussentijdse wisselingen in de samenstelling of voortijdig aftreden van bestuursleden bij een
bestuursverkiezing niet ongeveer de helft aftredend is, kan een bestuur een nieuw rooster van aftreden vaststellen,
waarbij het eerdere rooster van aftreden wordt gerespecteerd en de zittingsperiode van elk bestuurslid niet langer dan 4
jaar is.

Artikel 2.6. Deelname aan de Politieke Ledenraad
1. In afdelingen van meer dan 0,8% van het ledental van de partij worden in afzonderlijke verkiezingen door de
ledenvergadering een afgevaardigde en een plaatsvervanger gekozen voor de Politieke Ledenraad. Als ledental geldt het
aantal leden vermeld op het door het partijbestuur verstrekte ledenoverzicht van de eerste week in januari, voorafgaande
aan de Politieke Ledenraad. Bij tussentijdse oprichting, samenvoeging of splitsing van (een) afdeling(en) geldt het
ledental op de datum dat die wijziging ingaat. Deze verkiezing gebeurt voor een periode van twee jaar.
2. In onderling overleg bepalen de besturen van afdelingen die samen een afgevaardigde hebben naar de Politieke
Ledenraad op welke wijze de afgevaardigde en de plaatsvervanger worden aangewezen. Indien de betrokken besturen
verzuimen afspraken te maken of daar onderling niet uitkomen, kan het gewestelijk bestuur de kandidaatstelling
organiseren uit de leden van de betrokken afdelingen en de wijze van verkiezen bepalen. Deze aanwijzing of verkiezing
gebeurt voor een periode van twee jaar.
3. Op gelijke wijze bepalen de besturen van de in het buitenland gevestigde afdelingen op welke wijze, in afzonderlijke
verkiezingen, de afgevaardigde en de plaatsvervanger voor de Politieke Ledenraad worden aangewezen. Indien de
betrokken besturen dit verzuimen of er niet uitkomen, kan het partijbestuur de kandidaatstelling organiseren uit de leden
van de betrokken afdelingen en de wijze van verkiezen bepalen.
4. Afgevaardigden voor de Politieke Ledenraad betrekken de leden die ze vertegenwoordigen bij de voorbereiding van
de vergadering van de Politieke Ledenraad, maar nemen deel zonder een gebonden stemopdracht. Afgevaardigden
leggen verantwoording af aan de leden die ze vertegenwoordigen over het verloop van de vergadering van de Politieke
Ledenraad en hun stemgedrag.

Artikel 2.7. Deelname aan de Verenigingsraad
1. In afdelingen van meer dan 0,8% van het ledental van de partij worden een afgevaardigde en een plaatsvervanger
aangewezen uit en door het bestuur. Als ledental geldt het aantal leden vermeld op het door het partijbestuur verstrekte
ledenoverzicht van de eerste week in januari, voorafgaande aan de vergadering van de Verenigingsraad. Bij tussentijdse
oprichting, samenvoeging of splitsing van (een) afdeling(en) geldt het ledental op de datum dat die wijziging ingaat.
Deze aanwijzing gebeurt voor een periode van twee jaar.
2. Indien een aantal afdelingen samen recht hebben op een afgevaardigde in de Verenigingsraad, dan bepalen de
besturen van die afdelingen in onderling overleg op welke wijze de afgevaardigde en de plaatsvervanger worden
aangewezen. Deze aanwijzing gebeurt voor een periode van twee jaar. Indien de betrokken besturen verzuimen
afspraken te maken of daar onderling niet uitkomen, kan het gewestelijk bestuur bevorderen dat daarover afspraken
gemaakt worden.
3. Afgevaardigden voor de Verenigingsraad betrekken de besturen die ze vertegenwoordigen bij de voorbereiding van
de vergadering van de Verenigingsraad, maar nemen deel zonder een gebonden stemopdracht. Afgevaardigden leggen
verantwoording af aan de besturen die ze vertegenwoordigen over het verloop van de vergadering van de
Verenigingsraad en hun stemgedrag.

Artikel 2.8. Lokale afdeling van de Jonge Socialisten
1. Indien er een lokale afdeling van de Jonge Socialisten bestaat in het gebied van een afdeling, dan heeft deze lokale
afdeling gelijke rechten als de leden ten aanzien van het doen van voorstellen, alsmede het indienen van moties en
amendementen in de afdelingsvergadering.
2. Indien er een lokale afdeling van de Jonge Socialisten bestaat in het gebied van een afdeling, dan heeft deze lokale
afdeling het recht met een lid deel te nemen aan de vergaderingen van het afdelingsbestuur, met raadgevende stem.
Deze vertegenwoordiger dient lid te zijn van de partij.
Artikel 2.9. Afdelingen die niet samenvallen met één gemeente
1. Een afdeling kan door de afdelingsvergadering worden ingedeeld in onderafdelingen, indien een afdeling minstens
twee gemeenten omvat of als de gemeente waarin de afdeling fungeert ingedeeld is in stadsdelen waar een
vertegenwoordigend lichaam is ingesteld. Indien een afdeling onderafdelingen kent, vormt het bestuur van de afdeling
ook het bestuur van de onderafdelingen. Het bestuur kan voor een onderafdeling een bestuurscommissie instellen die
belast is met het
bestuur van de onderafdeling. In een dergelijke bestuurscommissie en in het afdelingsbestuur kunnen geen leden
deelnemen die deel uitmaken van een gemeenteraad of van het vertegenwoordigend college van een deelgemeente of
van het bestuur van een gemeente of van die deelgemeente.
2. Indien een afdeling twee of meer gemeenten omvat, wordt bevorderd dat in het bestuur leden uit de verschillende
gemeenten deelnemen. Indien een bestuurscommissie wordt ingesteld, kan het bestuur zich bij de samenstelling
verstaan met de ledenvergadering van de onderafdeling of met de leden die in de betreffende gemeente wonen.
3. Indien in een gemeente democratisch gelegitimeerde binnengemeentelijke overheden bestaan, kan het partijbestuur
ermee instemmen dat de afdelingen worden georganiseerd voor het gebied van deze binnengemeentelijke overheden.
De bepalingen van dit reglement zijn zo veel mogelijk van toepassing op afdelingen die een deel van een gemeente
omvatten. In dat geval beperkt een dergelijke afdeling zich bij de lokale politiek tot de activiteiten die samenhangen met
de deelgemeente of het stadsdeel. Voor aangelegenheden die de gehele gemeente omvatten treedt dan de
gemeenschappelijke vergadering van de leden van alle afdelingen in die gemeente op als bevoegde vergadering. Deze
gemeenschappelijke vergadering kiest een federatiebestuur dat zo veel mogelijk voldoet aan de bepalingen met
betrekking tot het bestuur van een afdeling, met dien verstande dat dit federatiebestuur en de gemeenschappelijke
vergadering zich beperken tot de politiek van de gemeente als geheel.

Toelichting op de reglementen, deel 2.
De afdelingen
1. Algemene opmerkingen
De reglementen voor de afdelingen dienen gelezen te worden in samenhang met artikel 6 van de statuten dat over de
afdelingen gaat. Verder wordt gewezen op deel 5 van de reglementen dat gaat over de deelname aan het lokaal bestuur.
Verder wordt gewezen op de bepalingen in deel 1 van de reglementen, met name die over de orde van vergaderingen en
de besluitvorming.

2. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2.1. De taken van de afdeling
In dit artikel worden de taken van de afdeling opgesomd. In een grote afdeling, van honderden of meer dan duizend
leden, zullen deze taken intensiever kunnen worden aangepakt dan in kleinere afdelingen. Kleinere afdelingen kunnen
ervoor kiezen sommige taken samen met omliggende afdelingen te doen of om voor sommige taken aansluiting te
zoeken bij een grotere afdeling. Dergelijke samenwerking wordt overgelaten aan de afdelingen. In afdelingen die twee
of meer gemeenten omvatten, dient de ledenvergadering een afspraak te maken hoe de lokale politiek wordt behandeld.
Er kan voor gekozen worden de lokale aangelegenheden van de verschillende gemeenten te laten bij de
ledenvergadering van de afdeling, maar er kan ook voor worden gekozen om lokale aangelegenheden alleen te
behandelen met de leden die uit die gemeente afkomstig zijn. Dat kan ook leiden tot de oprichting van onderafdelingen,
op basis van artikel 2.9. Omdat het nogal verschilt of een dergelijke afdeling die meer gemeenten omvat voortkomt uit
een nodale structuur (een centrumgemeente waaraan één of meer kleinere randgemeenten zijn toegevoegd) of een
plattelandsstructuur (een afdeling opgebouwd uit twee of meer enigszins vergelijkbare gemeenten), is het niet goed
mogelijk met een vaste aanpak te werken.

Artikel 2.2. De afdelingsvergadering
In dit artikel is de positie van de afdelingsvergadering ten opzichte van de afdeling vastgelegd. Verder wordt de positie
geregeld van leden van de fractie, wethouders en vertegenwoordigers van partijbestuur en gewestelijk bestuur ten
opzichte van de afdelingsvergadering en het afdelingsbestuur.

Artikel 2.3. De uitnodiging voor en de verslaglegging van de afdelingsvergadering
In dit artikel is de wijze bepaald waarop de uitnodiging voor afdelingsvergaderingen en de daarbij behorende
voorstellen kenbaar gemaakt worden aan de leden. Dit heeft als doel de besluitvorming in de afdelingsvergadering
transparant te maken voor de leden, zodat zij optimaal in de positie zijn om deel te nemen aan het
besluitvormingsproces tijdens de afdelingsvergadering.

Artikel 2.4. Nadere bepalingen over afdelingsvergaderingen
In dit artikel zijn bepalingen opgenomen over de te houden jaarvergadering van de afdeling, de verkiezing en taken van
de kascontrolecommissie en het aanwijzen van congresafgevaardigden en gewestelijk afgevaardigden en, als de
afdeling daarvoor afgevaardigden mag aanwijzen, afgevaardigden naar de Politieke Ledenraad en de Verenigingsraad.
In welke gevallen de afdeling een afgevaardigde mag aanwijzen voor de Politieke Ledenraad en de Verenigingsraad is
uitgewerkt in de artikelen 2.6. en 2.7.
De benoemingstermijn voor de leden van het afdelingsbestuur, afgevaardigden, de leden van de kascontrolecommissie
en dergelijke is voor alle functies gelijk getrokken op 2 jaar. Voor deze termijn is gekozen als compromis tussen de
wens om de organisatorische lasten beperkt te houden (bij een jaarlijkse verkiezing dient het zoeken van geschikte
kandidaten, de kandidaatstelling en de verkiezing elk jaar te gebeuren) en de ervaring dat in een vrijwilligersorganisatie
een deel van de leden terugschrikt als de benoemingsduur een langere tijd bedraagt.

Artikel 2.5. Het afdelingsbestuur
Artikel 2.5. beschrijft de samenstelling en verkiezing van het afdelingsbestuur en regelt de taken van het
afdelingsbestuur. Ook is in dit artikel bepaald dat een lid van het afdelingsbestuur met raadgevende stem aanwezig kan
zijn bij de vergaderingen van de gemeenteraadsfractie.

Artikel 2.6. Deelname aan de Politieke Ledenraad
In dit artikel is de verkiezing van de (plaatsvervangende) afgevaardigden voor de Politieke Ledenraad geregeld,
alsmede de wijze waarop zij verantwoording afleggen.

Artikel 2.7. Deelname aan de Verenigingsraad
In dit artikel is de aanwijzing van de (plaatsvervangende) afgevaardigden naar de Verenigingsraad geregeld en de wijze
waarop zij verantwoording afleggen.

Artikel 2.8. Lokale afdeling van de Jonge Socialisten
Artikel 2.8. beschrijft de positie van de lokale jongerenafdeling ten opzichte van de afdeling.

Artikel 2.9. Afdelingen die niet samenvallen met één gemeente
In dit artikel is vastgelegd op welke wijze de bepalingen in dit deel van het reglement van toepassing zijn op de situatie
waarin er meerdere afdelingen binnen een gemeentegrens opereren of indien een afdeling werkt met onderafdelingen. In
dat laatste geval kan een afdelingsbestuur voor één of meer onderafdelingen een bestuurscommissie instellen die de
bestuurlijke taken van de onderafdeling vervult. Een dergelijke bestuurscommissie functioneert binnen de
verantwoordelijkheid van het afdelingsbestuur.