Statuten en huishoudelijk reglementen PvdA




Deel 10.Deelname aan het Europees Parlement

Deel 10. Deelname aan het Europees Parlement
Artikel 10.1. De delegatie in het Europees Parlement
De leden van het Europees Parlement die verkozen zijn op één gezamenlijke lijst onder de naam Partij van de Arbeid
vormen de delegatie van de partij. Deze delegatie vormt onderdeel van de fractie Progressieve Alliantie van Socialisten
en Democraten in het Europees Parlement.

Artikel 10.2. De voorbereiding van de deelname aan de verkiezingen
1. Het partijbestuur is verantwoordelijk voor het geheel van activiteiten om deel te nemen aan de verkiezingen voor het
Europees Parlement, zoals de kandidaatstellingsprocedure, het voorbereiden van een verkiezingsprogramma en het
voeren van campagne.
2. Het partijbestuur stelt een planningsschema op voor het geheel van activiteiten in de aanloop naar de verkiezingen
van het Europees Parlement met de daarbij geldende termijnen en tijdstippen en publiceert dit uiterlijk 18 maanden voor
de vaststelling van de kandidatenlijst door het congres.
3. Het in lid 2 bedoelde schema bevat in ieder geval de uiterste data waarop:
a. de profielschets moet zijn opgesteld en gepubliceerd;
b. de keuze is gemaakt wie belast is met het voorbereiden en opstellen van een ontwerpkandidatenlijst;
c. de leden bij het bestuur een gemotiveerde sollicitatiebrief kunnen indienen voor de functie van
Europarlementariër en lijsttrekker;
d. het congres het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst vaststelt, met dien verstande dat de vaststelling van het
verkiezingsprogramma moet plaatsvinden voor de vaststelling van de kandidatenlijst.
4. Het partijbestuur neemt bij alle werkzaamheden betreffende de kandidaatstellingsprocedure de data in het onder lid 2
bedoelde planningsschema in acht.
5. In geval van vervroegde verkiezingen mag van de gestelde termijnen worden afgeweken, maar wordt wel de
procedure gevolgd als bedoeld in lid 3.

Artikel 10.3. De voorbereiding van het verkiezingsprogramma
1. Het partijbestuur is verantwoordelijk voor de totstandkoming van het ontwerpverkiezingsprogramma.
2. Het partijbestuur kan zich bij het opstellen van het ontwerpverkiezingsprogramma laten bijstaan door een commissie
die door het partijbestuur wordt samengesteld.
3. Het congres stelt het verkiezingsprogramma vast.
4. Het congres kan besluiten om bij de verkiezing van het Europees Parlement een gemeenschappelijk programma te
voeren van de Partij van Europese Sociaaldemocraten. De voorbereiding en de vaststelling gebeurt dan door het congres
van de Partij van Europese Sociaaldemocraten, in verband waarmee het partijbestuur bepaalt hoe de inbreng van de
partij daarin zo goed mogelijk wordt gewaarborgd.

Artikel 10.4. Het profiel van de delegatie en de lijsttrekker
1. Het partijbestuur stelt ten behoeve van de verkiezingen, na overleg met de delegatie in het Europees Parlement, een
profielschets op voor de Verenigingsraad die deze vaststelt. Deze profielschets wordt gepubliceerd uiterlijk op de datum
die is opgenomen in het in artikel 2, lid 2 genoemde planningsschema.
2. De profielschets bevat een advies over de gewenste samenstelling van de delegatie in het Europees Parlement en de
eisen waaraan de afzonderlijke leden moeten voldoen. In deze profielschets wordt apart aandacht besteed aan de eisen
die worden gesteld aan de fractievoorzitter en de lijsttrekker.
3. Bij de samenstelling van de fractie wordt – overeenkomstig deel 1 van de reglementen, artikel 32 – gestreefd naar een
gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen en naar een evenwichtige spreiding qua leeftijd, regio en
diversiteit.

Artikel 10.5. De voorbereiding en opstelling van een ontwerpkandidatenlijst
1. De ontwerpkandidatenlijst wordt opgesteld en voorbereid door het partijbestuur. Indien het congres daartoe besluit,
kan in plaats van het partijbestuur een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie optreden voor het opstellen en
voorbereiden van de ontwerpkandidatenlijst. Een dergelijke kandidaatstellingscommissie wordt samengesteld door het
congres en rapporteert het resultaat rechtstreeks aan het congres. Deze commissie
treedt voor het voorbereiden, vaststellen van de ontwerpkandidatenlijst en het verdedigen daarvan
tegenover het congres in de plaats van het partijbestuur, zoals in navolgende artikelen is neergelegd. Het partijbestuur
heeft in dat geval een facilitaire taak.
2. In een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie zoals bedoeld in lid 1 kunnen leden van het partijbestuur gekozen
worden.

Artikel 10.6. Taken en werkwijze partijbestuur bij het voorbereiden en opstellen van de
ontwerpkandidatenlijst
1. Indien het partijbestuur de ontwerpkandidatenlijst opstelt heeft zij tot taak:
a. het opsporen en werven van potentiële kandidaten;
b. het toetsen van de geschiktheid van kandidaten voor het lijsttrekkerschap aan de in de profielschets geformuleerde en
vastgestelde eisen waaraan de lijsttrekker moet voldoen;
c. het opstellen van een lijst van geschikte personen voor het lijsttrekkerschap uit de kandidaten die in aanmerking
wensen te komen en voldoen aan de vereisten van ondersteuning van zijn kandidatuur;
d. het toetsen van kandidaten aan vooraf geformuleerde kwaliteitseisen voor het lidmaatschap van de Europees
Parlement en aan de profielschets;
e. het opstellen, toelichten en verdedigen van de ontwerpkandidatenlijst.
2. De leden van het partijbestuur die kandidaat zijn of die nauwe betrekking onderhouden met beschikbare kandidaten,
mogen niet deelnemen aan de beraadslaging of besluitvorming met betrekking tot de kandidaatstelling.
3. Het partijbestuur kan zich bij de onder lid 1 genoemde werkzaamheden laten bijstaan door een adviescommissie. Het
partijbestuur kan leden van het bestuur benoemen in deze adviescommissie. Deze commissie regelt haar taken en
werkzaamheden in overleg met het partijbestuur. Ook voor de leden van deze commissie geldt dat leden die kandidaat
zijn of nauwe betrekking onderhouden met beschikbare kandidaten, niet mogen deelnemen aan de beraadslaging of
besluitvorming met betrekking tot de kandidaatstelling.

Artikel 10.7. Ledenraadpleging over de lijsttrekker
1. Om een lijsttrekker aan te wijzen houdt het partijbestuur een ledenraadpleging. Deze ledenraadpleging wordt op een
zodanig tijdstip gehouden, dat de uitslag bekend is voordat het ontwerpverkiezingsprogramma en de
ontwerpkandidatenlijst worden vastgesteld door het partijbestuur.
2. Om kandidaat-lijsttrekker te zijn, dient men voor de datum die is opgenomen in het in artikel 2, lid 2 genoemde
planningsschema minstens 100 handtekeningen van leden van de partij die de kandidatuur ondersteunen te overleggen.
3. Kandidaat-lijsttrekkers zijn de leden die op de functie van lijsttrekker hebben gesolliciteerd en door het partijbestuur
of de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie als voldoende geschikt zijn beoordeeld aan de hand van het
lijsttrekkerprofiel, zonder dat daarbij acht wordt geslagen op de opvattingen van de kandidaat over de politieke en
organisatorische koers en het programma van de partij. Indien het partijbestuur of de onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie de kandidatuur van een lid afwijst op grond van het gestelde in de eerste volzin, is artikel
10.9. lid 3 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing.
4. De ledenraadpleging kan alleen doorgang vinden indien minstens twee kandidaten beschikbaar zijn die voldoende
geschikt zijn en voldoende ondersteund zijn. Het partijbestuur kan een voorkeur voor één van de kandidaten uitspreken.
5. De ledenraadpleging verloopt overeenkomstig het bepaalde in de reglementen, deel 1, artikel 1.15., 1.17. en 1.18.
6. De ledenraadpleging heeft geen betekenis als het aantal geldig uitgebrachte stemmen minder is dan 15% van het
aantal leden dat aan de ledenraadpleging kon deelnemen.
7. De kandidaat-lijsttrekker die op grond van de ledenraadpleging de meerderheid van de stemmen heeft gehaald
overeenkomstig de wijze van verkiezen als bedoeld in deel 1, artikel 1.10. lid 2 en 3 van de reglementen, is de beoogd
lijsttrekker. De beoogd lijsttrekker wordt door het partijbestuur of de onafhankelijke kandidaatstellingcommissie
geplaatst op de eerste plaats van de ontwerpkandidatenlijst.
8. Het congres kan een andere kandidaat dan de beoogd lijsttrekker uitsluitend op de eerste plaats van de kandidatenlijst
plaatsen indien deze minstens tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen op zich verenigt.

Artikel 10.8. De bevoegdheden van de beoogd lijsttrekker
1. De beoogd lijsttrekker is bevoegd het partijbestuur te adviseren over het ontwerpverkiezingsprogramma en de
samenstelling van de ontwerpkandidatenlijst voordat deze worden vastgesteld.
2. De beoogd lijsttrekker heeft het recht om op het congres of de congressen waarop het verkiezingsprogramma en de
kandidatenlijst worden vastgesteld, voorafgaand aan de stemmingen zijn visie kenbaar te maken over een onderwerp
van het programma of een kandidaat van de lijst.
Artikel 10.9. De kandidaatstellingsprocedure
1. Voor de datum die is opgenomen in het planningsschema, genoemd in artikel 10.2. lid 2, kunnen leden bij het
partijbestuur een gemotiveerde sollicitatiebrief indienen, vergezeld van de informatie die het partijbestuur verder van
hen verlangt. Deze leden gelden vanaf dat moment als kandidaat.
2. Het partijbestuur stuurt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de sollicitatiebrief als bedoeld in lid 1, de formulieren
van de interne bereidverklaring en de verklaring als bedoeld in artikel 1.28. lid 3 van deel 1 van de reglementen aan de
kandidaat, waarbij wordt aangegeven voor welke datum deze ondertekend moeten zijn terugontvangen. Elke kandidaat
dient deze formulieren, voorzien van zijn handtekening, terug te zenden aan het partijbestuur. Indien deze formulieren,
voorzien van de handtekening van de kandidaat, niet op tijd zijn ontvangen, wordt de kandidaat niet in de verdere
procedure betrokken. Aanvullend hierop kan door of namens het bestuur of de onafhankelijke
kandidaatstellingscommissie op elk moment van de kandidaatstellingsprocedure aan een kandidaat een Verklaring
Omtrent Gedrag worden gevraagd.
Niet toelaten van kandidaten
3. Het partijbestuur kan besluiten een kandidaat niet verder in de procedure te betrekken, indien een kandidaat duidelijk
niet voldoet aan de eisen opgenomen in de profielschets of indien te verwachten is dat deze kandidaat ernstige schade
zal berokkenen aan het aanzien van de partij. Een dergelijke beslissing over het niet toelaten van een kandidaat tot de
kandidaatstelling dient minstens 5 weken voor de vaststelling van de kandidatenlijst door het congres genomen te
worden. Deze beslissing heeft geen opschortende werking voor het opstellen van de ontwerpkandidatenlijst en het
bekend maken van de ontwerpkandidatenlijst.
4. De kandidaat op wie een beslissing als bedoeld in lid 3 van toepassing is, wordt daarvan onverwijld schriftelijk op de
hoogte gebracht. Daarbij wordt de kandidaat geïnformeerd over de wijze waarop deze een bezwaar kan indienen bij de
beroepscommissie. De kandidaat kan binnen een termijn van 7 dagen na dagtekening van de mededeling als bedoeld in
artikel 3 bij de beroepscommissie schriftelijk bezwaar maken tegen de beslissing om hem of haar niet verder te
betrekken in de kandidaatstellingsprocedure.
5, De beroepscommissie toetst of het partijbestuur in redelijkheid tot het oordeel kon komen om een kandidaat niet
verder te betrekken in de procedure. De beroepscommissie kan de betrokkene en het partijbestuur in de gelegenheid
stellen de beslissing nader schriftelijk of mondeling toe te lichten.
6. De beroepscommissie doet uitspraak binnen een termijn van ten hoogste 14 dagen na dagtekening van het
bezwaarschrift en maakt deze uitspraak onverwijld schriftelijk kenbaar aan de betrokkene en aan het partijbestuur. Deze
uitspraak is vertrouwelijk en niet vatbaar voor hoger beroep.
7. Indien de beroepscommissie het bezwaar gegrond verklaart, wordt de kandidatuur van de betrokkene door het
partijbestuur terstond in behandeling genomen. De kandidaat wordt vervolgens alsnog op de ontwerpkandidatenlijst of
op de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten opgenomen. De aldus gewijzigde ontwerpkandidatenlijst wordt
bekend gemaakt aan de afdelingen en afgevaardigden voorafgaand aan het congres.
Opstellen ontwerpkandidatenlijst
8. Het partijbestuur stelt uit de leden die de interne bereidverklaring en de verklaring op basis van de erecode hebben
afgegeven een gemotiveerde rangordening op. Deze rangordening vormt de ontwerpkandidatenlijst.
9. In het geval het partijbestuur zich laat bijstaan door een adviescommissie, dan stelt deze commissie een gemotiveerde
rangordening op zoals bedoeld in lid 8. Deze rangordening is het advies aan het partijbestuur. Het partijbestuur stelt op
basis van deze advieskandidatenlijst de ontwerpkandidatenlijst vast.
10. Indien het aantal kandidaten niet toereikend is naar het oordeel van het partijbestuur om uit de beschikbare
kandidaten op een bevredigende wijze een lijst te vormen die voldoet aan de profielschets, dan kan het partijbestuur
actief mogelijke kandidaten uitnodigen om beschikbaar te zijn. Dergelijke kandidaten dienen te voldoen aan de
vereisten van lid 2.
11. De leden die de interne bereidverklaring en de verklaring op basis van de erecode hebben ingezonden maar niet op
de ontwerpkandidatenlijst geplaatst zijn, worden opgenomen op de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten.
Indien een kandidaat te kennen geeft niet op de lijst van niet geplaatste kandidaten te willen staan of zich om welke
reden ook in enige fase van de procedure terugtrekt, wordt deze niet verder meegenomen in de procedure.
12. Een kandidaat kan zich terugtrekken tot aan het moment van de vaststelling van de lijst door het congres. Indien de
ontwerpkandidatenlijst en de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten zijn gepubliceerd, meldt het partijbestuur
dit zo spoedig mogelijk aan het congres.
13. Het partijbestuur zendt de ontwerpkandidatenlijst en de alfabetische lijst van niet geplaatste kandidaten minstens
drie weken voor het congres dat de kandidatenlijst vaststelt aan de afdelingen en afgevaardigden.
14. Nadat het congres het verkiezingsprogramma heeft vastgesteld, bestaat de gelegenheid voor kandidaten om ten
opzichte van onderdelen van het verkiezingsprogramma schriftelijk een zwaarwegend voorbehoud te maken. Het
congres wordt, voordat het de ontwerpkandidatenlijst in behandeling neemt, op de hoogte gesteld van eventuele
voorbehouden. Indien het verkiezingsmanifest van de Partij van Europese Sociaaldemocraten wordt gehanteerd als
verkiezingsprogramma, betreft het eventuele voorbehouden op dat verkiezingsmanifest.
15. Het congres stelt uiterlijk zes weken voor de wettelijke kandidaatstellingsdatum de kandidatenlijst vast uit de leden,
inclusief de lijsttrekker, die vermeld zijn op de ontwerpkandidatenlijst, dan wel op de alfabetische lijst van niet
geplaatste kandidaten.
16. Indien het partijbestuur zich laat bijstaan door een adviescommissie, blijft het partijbestuur verantwoordelijk en
bepaalt het partijbestuur welke taken en handelingen, zoals weergegeven in de leden 3 tot en met 11 door deze
commissie worden uitgevoerd.
17. Het partijbestuur vraagt aan de leden op de vastgestelde kandidatenlijst een instemmingverklaring en verzorgt de
indiening van de kandidatenlijst met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van de Kieswet.
Onafhankelijke kandidaatstellingscommissie
18. Indien het congres een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie heeft ingesteld, treedt deze commissie in de
plaats van het partijbestuur voor de taken en handelingen met betrekking tot het beoordelen van kandidaten en het
opstellen van een ontwerpkandidatenlijst, zoals weergegeven in de leden 3 tot en met 14.

Artikel 10.10. Het aangaan van een lijstverbinding
Het congres beslist over het aangaan van een lijstverbinding met één of meer andere partijen.

Artikel 10.11. Functioneren van de delegatie en het voeren van voortgangsgesprekken
1. De delegatie in het Europees Parlement en de fractieleden bevorderen de verwezenlijking van de doelstellingen van
de partij en in het bijzonder het verkiezingsprogramma, als vermeld in artikel 3.
2. De delegatie in het Europees Parlement en de fractieleden spannen zich in om zo goed mogelijk contacten te
onderhouden met de geledingen, de leden en de kiezers van de partij.
3. Met de leden van de delegatie in het Europees Parlement worden jaarlijks voortgangsgesprekken gevoerd door het
partijbestuur of, onder verantwoordelijkheid van het partijbestuur, door een delegatie van het partijbestuur of een
daartoe door het partijbestuur aangewezen commissie.
4. De fractievoorzitter kan deelnemen aan de voortgangsgesprekken.
5. De fractievoorzitter verschaft inlichtingen over het functioneren van de leden van de fractie aan het partijbestuur of
aan de door het partijbestuur aangewezen delegatie of commissie.
6. Voordat een verslag van een voortgangsgesprek definitief wordt vastgesteld, wordt het betrokken fractielid in de
gelegenheid gesteld commentaar op de tekst te geven. Voor zover dit niet leidt tot wijziging van de tekst, wordt het
commentaar aan het verslag gehecht.
7. De verslagen van voortgangsgesprekken, evenals het eventueel daarmee verbonden aanvullend commentaar van het
lid met wie is gesproken, worden vertrouwelijk ter beschikking gesteld aan het partijbestuur of aan de door het congres
ingestelde onafhankelijke kandidaatstellingscommissie.
8. Bij gesprekken die gevoerd worden in de aanloop naar een nieuwe kandidaatstelling voor het Europees Parlement
waarbij het een lid van de delegatie in het Europees Parlement overweegt kandidaat te zijn, kan het partijbestuur of de
delegatie of de commissie die namens het bestuur het gesprek voert, een indicatie geven van de steun die hij hierbij kan
verwachten.

Toelichting op de reglementen, deel 10.
Deelname aan het Europees Parlement
1. Algemene opmerkingen
Deel 10 van de reglementen bevat bepalingen voor de totstandkoming van de kandidatenlijst voor deelname aan de
verkiezingen van het Europees Parlement. Verder zijn er regels gegeven over het houden van voortgangsgesprekken
met Europarlementariërs. Deze gesprekken lijken op functioneringsgesprekken of beoordelingsgesprekken maar zijn
toch anders van aard. Een Europarlementariër is volgens de Kieswet immers in persoon gekozen en krijgt een
vergoeding van de overheid. De relatie tot de partij is daarom een bijzondere als gevolg waarvan wordt gesproken van
voortgangsgesprekken.
Bij de deelname aan het Europees Parlement staan de bepalingen in het teken van het opereren in een
gemeenschappelijke fractie (Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten) en het deelnemen aan de
verkiezingen als onderdeel van de Partij van Europese Sociaaldemocraten.

2. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 10.1. De delegatie in het Europees Parlement
In dit artikel is bepaald dat de leden van het Europees Parlement op een gezamenlijke lijst onder de naam van de Partij
van de Arbeid, samen de delegatie vormen. Er wordt gesproken van een "delegatie", omdat de verkozen leden
vervolgens deel uitmaken van de fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten.

Artikel 10.2. De voorbereiding van de deelname aan de verkiezingen
In dit artikel is de verantwoordelijkheid voor het tot stand komen van een kandidatenlijst voor de verkiezingen van het
Europees Parlement neergelegd bij het partijbestuur. Dit wil overigens niet zeggen dat het partijbestuur dit ook zelf op
zich moet nemen. Wel moet zij zorgen dat het gebeurt en dat het ook op een juiste en democratische wijze gebeurt.
Daartoe dient het partijbestuur tijdig (18 maanden voor de officiële indiening van de kandidatenlijst) een
planningsschema te maken en zich daaraan te houden. Alleen bij vervroegde verkiezingen kan van de gestelde termijn
worden afgeweken, maar dienen de noodzakelijke stappen wel te worden gezet.

Artikel 10.3. De voorbereiding van het verkiezingsprogramma
In dit artikel is de verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van het verkiezingsprogramma gelegd bij het
partijbestuur.
Overigens is het inmiddels gebruikelijk dat de partij niet een eigen verkiezingsprogramma vaststelt voor de Europese
verkiezingen, maar dat het verkiezingsmanifest van de Partij van Europese Sociaaldemocraten fungeert als
verkiezingsprogramma. De betekenis daarvan is niet anders dan van een door de partij zelf vastgesteld
verkiezingsprogramma, maar de wijze van besluitvorming verschilt aanzienlijk.

Artikel 10.4. Het profiel van de delegatie en de lijsttrekker
Essentieel in de kandidaatstellingsprocedure is het opstellen van duidelijke eisen waaraan de delegatie in het Europees
Parlement moet voldoen, inclusief de eisen waaraan de afzonderlijke leden en de lijsttrekker moeten voldoen. Zoals in
deel 1 van de reglementen is neergelegd, moet de fractie zo veel mogelijk een afspiegeling zijn van de samenleving. Zo
moet gestreefd worden naar een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen.
Tevens dient te worden gestreefd naar een evenwichtige spreiding over de regio’s, naar leeftijd en naar diversiteit.
Omdat de delegatie een beperkte omvang heeft, is het niet gemakkelijk om aan al die invalshoeken te voldoen, zodat bij
de toelichting op de ontwerpkandidatenlijst aangegeven moet worden hoe een en ander uitpakt.

Artikel 10.5. De voorbereiding en opstelling van een ontwerpkandidatenlijst
Het voorbereiden en opstellen van de ontwerpkandidatenlijst kan gebeuren door het partijbestuur of door een
onafhankelijke kandidaatstellingscommissie. Het is de bevoegdheid van het congres om een keuze te maken. Als het
congres hierover geen beslissing neemt, dan is het partijbestuur verantwoordelijk. Indien het partijbestuur de
verantwoordelijkheid hiervoor draagt, dan kan het zich laten bijstaan door een adviescommissie. In dat geval dient het
partijbestuur bij de opdracht aan deze adviescommissie aan te geven bij welke taken en handelingen deze commissie in
de plaats treedt van het partijbestuur, onverlet de verantwoordelijkheid die het partijbestuur heeft.

Artikel 10.6. Taken en werkwijze partijbestuur bij het voorbereiden en opstellen van de
ontwerpkandidatenlijst
In dit artikel is beschreven welke de taken zijn voor het partijbestuur bij het voorbereiden en opstellen van de
ontwerpkandidatenlijst.
Om belangenverstrengeling te voorkomen mogen leden van het partijbestuur die kandidaat zijn of nauwe relaties met
beschikbare kandidaten hebben, niet bij de bespreking van en besluitvorming over de ontwerpkandidatenlijst in het
partijbestuur aanwezig zijn. Deze relaties kunnen zowel persoonlijke als zakelijke relaties betreffen.
Het partijbestuur kan zich laten bijstaan door een adviescommissie die de selectietaak op zich neemt, uitmondend in een
advieskandidatenlijst. Dit advies blijft vertrouwelijk omdat voor het congres en de kandidaten alleen de
ontwerpkandidatenlijst, vastgesteld door het partijbestuur, betekenis heeft.

Artikel 10.7. Ledenraadpleging over de lijsttrekker
In deel 1 van de reglementen zijn de bepalingen voor een ledenraadpleging opgenomen. Hierin is vastgelegd dat de
ledenraadpleging tijdig moet gebeuren en wel zo dat de beoogd lijsttrekker nog invloed kan uitoefenen op de
ontwerpkandidatenlijst. Daarnaast is vastgelegd hoeveel leden de kandidaat voor het lijsttrekkerschap moeten
ondersteunen. Gekozen is voor minstens 100 leden, tweemaal zoveel als voor een lijsttrekker op het lokale niveau nodig
is. Bovendien moet de kandidaat als geschikt zijn beoordeeld door het partijbestuur of de door het
congres ingestelde onafhankelijke kandidaatstellingscommissie tegen de achtergrond van het profiel van de lijsttrekker.
Daarbij mag geen acht geslagen worden op de opvattingen van de kandidaat over de inhoudelijke koers: dat is aan de
leden en later aan het congres om te bepalen of, en zo ja hoe dat een rol speelt bij de aanwijzing van de lijsttrekker.
Met betrekking tot de uitslag en de geldigheid van de ledenraadpleging wordt gewezen op deel 1 van de reglementen,
artikel 18. De kandidaat die de meerderheid van de stemmen behaald, is de beoogd lijsttrekker.

Artikel 10.8. Bevoegdheden van de beoogd lijsttrekker
Dit artikel bevat de bevoegdheden van de beoogd lijsttrekker, te weten de kandidaat voor het lijsttrekkerschap die de
meeste stemmen heeft gehaald bij de ledenraadpleging.
De beoogd lijsttrekker heeft de bevoegdheid zijn invloed uit te oefenen op het conceptverkiezingsprogramma en de
samenstelling van de ontwerpkandidatenlijst voor het Europees Parlement. Ook tijdens het congres kan hij zijn stem
daarover laten horen. Indien geen ledenraadpleging wordt gehouden, omdat er niet minimaal twee geschikte en in
voldoende mate ondersteunde kandidaten zijn, zal degene die op de ontwerpkandidatenlijst op de eerste plaats wordt
gekandideerd vanaf dat moment worden beschouwd als de beoogd lijsttrekker die daarmee de bevoegdheden kan
uitoefenen

Artikel 10.9. De kandidaatstellingsprocedure
Dit artikel beschrijft de gehele kandidaatstellingsprocedure, zowel in het geval dat het partijbestuur de taak heeft een
ontwerpkandidatenlijst op te stellen, als wanneer dit plaatsvindt door een onafhankelijke kandidaatstellingscommissie.
Een gevoelig onderdeel is het bepaalde in lid 3. Een kandidaat die niet voldoet aan de eisen in de profielschets of
wanneer te verwachten is dat de kandidaat schade zal berokkenen aan de partij, kan buiten de (verdere)
selectieprocedure worden gehouden. Dit is een zware beslissing. De betreffende kandidaat kan daartegen bezwaar
maken bij de beroepscommissie. Deze uitsluiting dient uiterlijk vijf weken voordat de ontwerpkandidatenlijst aan het
congres wordt gepresenteerd, plaats te vinden. Dan is het immers nog mogelijk om de beslissing van de
beroepscommissie – die binnen 14 dagen moet plaatsvinden - te effectueren. Dat wil zeggen dat de
ontwerpkandidatenlijst nog kan worden aangepast voordat het congres de ontwerpkandidatenlijst in behandeling neemt.

Artikel 10.10. Het aangaan van een lijstverbinding
In dit artikel is bepaald dat het congres moet instemmen met het aangaan van een lijstverbinding met één of meer
andere partijen.

Artikel 10.11. Functioneren van de fractie en het voeren van voortgangsgesprekken
In dit artikel wordt het jaarlijks houden van voortgangsgesprekken met Europarlementariërs verplicht gesteld.
Tevens is in dit artikel vastgelegd de wijze waarop deze gesprekken gevoerd worden en wie daarbij aanwezig zijn.
Zowel voor betrokkenen als voor de partij is het waardevol om met vertegenwoordigers van de partij gesprekken te
voeren over de gang van zaken en het eigen functioneren, eventueel uitmondend in het aangeven van mogelijke
verbeteringen. Zeker met het oog op de verkiezingen is het van belang dat wordt gesproken over mogelijke voortzetting
van het lidmaatschap van het Europees Parlement.